Zij zijn om, nu de rest van Europa nog

Frankrijk en Duitsland nemen het voortouw voor meer economische integratie.

Maar gaan hun plannen ver genoeg?

France's President Nicolas Sarkozy (R) and German Chancellor Angela Merkel talk during a news conference at the Elysee Palace in Paris, August 16, 2011. The leaders of France and Germany met for high-pressure talks on Tuesday to discuss what further measures they can take to shore up investor confidence in the euro zone following a dramatic market sell-off last week. REUTERS/Charles Platiau (FRANCE - Tags: POLITICS BUSINESS IMAGES OF THE DAY) REUTERS

Eindelijk iets van daadkracht.

De afgelopen weken deden het imago van Europese politici geen goed. Daalden de beurskoersen? Dan bleef Merkel rustig wandelen in Zuid-Tirol. Spoten de rentes omhoog? Sarkozy maakte nog een ritje op zijn racefiets in Cap Nègre, terwijl Mark Rutte danste op de beat.

Gisteren dreigde weer zoiets. De economie van de eurozone bleek nauwelijks nog te groeien. Maar van Merkel en Sarkozy werd weinig verwacht. Hier komt geen doorbraak, was de boodschap van vooral Duitsland.

Toen besloten Merkel en Sarkozy iets te doen aan het imago van politici als treuzelaars. Ze kwamen met plannen. Ze toonden leiderschap op een moeilijk moment.

De voorstellen van Sarkozy en Merkel zijn zeker geen kant-en-klaar reddingsplan voor de euro. Zo is het plan om een belasting op financiële transacties in te voeren sinds de crisis meerdere keren geopperd en even vaak als onhaalbaar of ineffectief bestempeld.

En een Europese economische regering klinkt indrukwekkend, maar de werkelijke macht van deze instantie hangt af van de bevoegdheden die zij krijgt. Blijft het bij enkele vergaderingen per jaar onder leiding van EU-president Herman van Rompuy? Dat zou weinig vooruitgang betekenen, aangezien zowel de ministers van Financiën als de regeringsleiders nu ook al geregeld economische en financiële onderwerpen bespreken.

Als Van Rompuy of het EFSF – het noodfonds voor de euro, dat in de plannen van Merkel en Sarkoy moet uitgroeien tot een heus Europees Monetair Fonds – op eigen initiatief landen zouden kunnen berispen die financieel wanbeleid voeren, zou pas echt sprake zijn van begrotingscontrole op Europees niveau.

Het idee begrotingsdiscipline in de grondwetten van de eurolanden te verankeren klinkt eveneens krachtig, maar in sommige landen duurt het jaren voordat een grondwetswijziging is doorgevoerd. In Nederland moet er minstens een Tweede Kamerverkiezing overheen gaan. Die verkiezingen zouden dan zo maar kunnen uitmonden in een referendum voor of tegen Europa. Gezien de uitkomst van referenda voor de Grondwet in 2005 in Nederland en Frankrijk is het zeker geen uitgemaakte zaak dat zo’n grondwetswijziging, die feitelijk de autonomie van Nederland inperkt, het uiteindelijk zal halen.

Ondanks alle gaten en tekortkomingen zijn de resultaten van deze minitop cruciaal. Merkel en Sarkozy, van nature geen gepassioneerde Europadenkers als hun voorgangers Kohl, Schmidt, Mitterrand of Giscard d’Estaing, kozen openlijk voor de weg van integratie. Eerder richtten ze al steunfondsen op en gaven ze miljarden aan Griekenland, Portugal en Ierland. Maar daar werd voor Europa gekozen omdat het technisch handig en functioneel was. Nu kiezen ze, voorzichtig, voor verdere integratie.

Zelfs het plan om Europese obligaties in te voeren schoten ze niet categorisch af. Niet dat ze staan te popelen de staatsschulden van alle eurolanden te bundelen en er één obligatie tegen één rentetarief voor uit te geven. Maar ze houden de optie wel open.

Sarkozy houdt vele slagen om de arm, maar impliceert wel dat er nog verdere Europese integratie zal plaatsvinden en dat de eurozone daar nu aan het begin van staat. De taal is voorzichtig en Sarkozy kan nog niet beticht worden van de ideologische bevlogenheid van zijn voorgangers, maar de boodschap is helder: verdere politieke integratie is nodig om uit de crisis te komen. Daarmee vormt deze Frans-Duitse ontmoeting een kentering in de aanpak van de crisis. Tot nu toe werd de schuldencrisis vooral bestreden met nieuwe schulden.

Met de nieuwste verklaring zet de Frans-Duitse as, van oudsher de motor van Europese integratie, de eerste stappen naar Europese begrotingscontrole. Toen de monetaire unie werd opgericht, lieten de grondleggers het na een begrotingsunie op te richten. Dit werd altijd gezien als een weeffout. Als een gebied één munt en dus één monetair beleid voert, moet er volgens een klassieke monetaire theorie een gezamenlijk begrotingsbeleid zijn, anders is er niet de vereiste eenheid binnen de unie. Een echte Europese begrotingsunie is ook na de top van gisteren ver weg. De bezwaren van Europese regeringen, parlementen en kiezers zullen fors zijn, wat tot moeilijke onderhandelingen in Brussel leidt. Maar gezamenlijke begrotingscontrole is nu net wat minder ver weg.

De plannen van Sarkozy en Merkel komen niet helemaal uit de lucht vallen. De tijd dringt. Politici hebben al veel tijd en kansen verspeeld om de problemen in de muntunie op te lossen. Gisteren maakte statistisch bureau Eurostat bekend dat de economie van de eurozone stokt. In het tweede kwartaal groeide de economie van de eurozone met 0,2 procent, 0,6 procentpunt minder dan in het eerste kwartaal van dit jaar. Duitsland en Nederland groeiden beide met slechts 0,1 procent. In Nederland bedroeg de groei in de eerste drie maanden van het jaar nog 0,8 procent, in Duitsland was dat 1,3 procent.

De stokkende economie is funest voor politici. De economische stilstand maakt een snelle oplossing voor de eurocrisis nog dringender, en tegelijkertijd moeilijker. Politici moeten op grote schaal bezuinigen om de financiële markten tot bedaren te brengen, maar als ze te rigoureus snijden is de kans groot dat Europa opnieuw in een recessie belandt. Maar als ze te soft zijn, klinkt het verwijt dat ze niet genoeg ruggengraat en daadkracht tonen. Directeur Christine Lagarde van het Internationaal Monetair Fonds vatte het als volgt samen: „Alles draait om timing. Bezuinigingen mogen niet te snel, maar ook niet te langzaam zijn.”

Het is nog veel te vroeg om het einde van de crisis uit te roepen. Er moet in Europa nog heel veel steun gewonnen worden voor de plannen. In crisistijd kijkt Europa naar de Frans-Duitse as, traditioneel de motor van Europese samenwerking. Zonder Duitsland en Frankrijk, de twee grootste economieën van Europa, beweegt er niets, ook al omdat twee andere grote eurolanden, Italië en Spanje, voor bijstand in de schuldencrisis van Berlijn en Parijs afhankelijk zijn.

In Duitsland heeft kanselier Merkel zeer beperkte manoeuvreerruimte. Vooral coalitiepartner FDP is fel gekant tegen een ‘transferunie’, waarbij Duitsland structureel wankele eurolanden op de been houdt. En nu de Duitse economie stokt, ligt het afstaan van belastinggeld aan wankele eurolanden voor de Duitsers alleen maar gevoeliger.

Er is maar weinig animo voor ‘meer Europa’ als antwoord op de eurocrisis. Noord-Europese burgers dreigt dit vooral geld te kosten. En voor alle landen betekent het dat ze de controle over hun nationale begroting moeten afstaan aan Europese ambtenaren. Maar beleggers worden steeds zenuwachtiger van het politieke geaarzel. Bij de volgende golf van onrust op de markten kan de eurozone zomaar uit elkaar spatten. ‘Meer Europa’ dient zich aan als enige alternatief voor het uiteenvallen van de euro. Dat lijken Merkel en Sarkozy nu eindelijk begrepen te hebben.

    • Melle Garschagen
    • Mark Beunderman