Wie moeten er wel inburgeren?

In principe moet iedereen die tussen de 18 en 65 is, geen paspoort van de Europese Unie heeft en zich voor onbepaalde tijd wil vestigen in Nederland verplicht naar een inburgeringscursus, inclusief Amerikanen (VS), Canadezen, Japanners of Zuid-Koreanen. Die cursus bestaat uit twee onderdelen: een taalexamen en een ‘examen kennis van de Nederlandse samenleving’. Naast EU-burgers zijn alleen Zwitsers en burgers in de Europese Economische Ruimte (de EER, oftewel IJsland, Noorwegen en Liechtenstein) hiervan gevrijwaard. Nederland is op dit moment het enige land ter wereld waar immigranten (uit bepaalde landen) verplicht kennis moeten hebben van de lokale taal en cultuur als ze zich hier willen vestigen. In andere landen worden zulke eisen doorgaans pas gesteld bij daadwerkelijke naturalisatie of de aanvraag van een paspoort. Je hoeft niet op inburgeringscursus als je jonger dan 18 of ouder dan 65 bent of als je voor je zestiende ten minste acht jaar in Nederland verbleef. Voor migranten die met diploma’s en certificaten kunnen aantonen dat ze voldoende kennis hebben van de Nederlandse taal en cultuur en voor sommige arbeidsmigranten (expats) gelden ook allerlei uitzonderingsbepalingen. De inburgering van nieuwkomers is geregeld in de Wet inburgering, die sinds begin 2007 van kracht is. De toenmalige VVD-minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken) wilde inburgering verplicht stellen aan alle migranten die slecht Nederlands spreken, ook die met een Nederlands paspoort. Maar dat bleek juridisch niet haalbaar. Alleen voor ‘oudkomers’ zonder Nederlands paspoort geldt nu nog een inburgeringsplicht, tenzij deze ouder waren dan zestig op het moment dat de wet inging.