Welke gedachte zit daar achter?

De oorspronkelijke gedachte achter inburgeren is dat het de kansen van nieuwkomers in het land van aankomst vergroot en het leven eenvoudiger maakt. Want wie de taal en de cultuur kent, kan sneller zijn weg in de samenleving vinden. De laatste jaren wordt inburgeren steeds meer gezien als een manier om immigratie naar Nederland minder aantrekkelijk te maken. Zo moeten migranten sinds 2007 niet alleen in Nederland het uitgebreidere inburgeringsexamen afleggen, maar ook in eigen land, voordat ze afreizen, al een lichtere inburgeringstoets doen. Ze moeten dan, op een Nederlandse ambassade, telefonisch (tegen een sprekende computer) vragen beantwoorden over Nederland, in het Nederlands. Na de invoering van die toets in 2006 daalde het aantal ‘importbruiden’. De eerste inburgeringswet stamt uit 1998. Het niet halen van het voor nieuwkomers verplichte inburgeringsexamen (in Nederland) heeft dan nog geen gevolgen. Dat verandert in 2007 met de nieuwe wet van minister Verdonk. Er komt een tijdslimiet, migranten hebben 3,5 jaar om het examen te halen. Wie niet slaagt, krijgt geen permanente verblijfsvergunning en moet boetes betalen. Op herhaald niet slagen binnen de gestelde termijn staat een boete van maximaal 1.000 euro. Wie voor die tijd geen gehoor geeft aan de oproep om het examen af te leggen of anderszins onvoldoende meewerkt riskeert 250 euro boete.