Schaam je niet voor een lagere opleiding

Laagopgeleiden rellen, uit frustratie. Toch helpt het niet om hen te dwingen tot een hogere opleiding. Beoordeel hen op hun merites, stelt Pier Bergsma.

Jammer genoeg is er nooit een herdruk verschenen van het boek De juiste man op de juiste plaats: de opkomst van de meritocratie 1870 – 2033, waarin Michael Young in 1958 de ‘meritocratische samenleving’ introduceerde. Daarin draait het om begaafdheid, verdiensten en prestaties. Op basis daarvan krijgt iedereen wat hem of haar toekomt.

De problemen die Young als schaduwzijde van de meritocratie aanmerkte, zijn hoogst actueel.

Hij beschrijft dat in het Engeland van 2033 een gewelddadige opstand uitbreekt van een onderklasse. Die slaagt niet in het bereiken van een maatschappelijke positie, grote inspanningen ten spijt.

Tien jaar geleden sprak Young, die toen al 86 was, in The Guardian zijn teleurstelling uit over de ontwikkeling van de Britse samenleving. Hij constateerde een gevaarlijke kloof tussen de mensen die het hebben gemaakt en een grote onderklasse zonder enkel uitzicht. Hoeveel verdiensten, hard werk of begaafdheid zij ook aan de dag leggen, het lukt hen gewoon niet om hogerop te komen – ondanks de beloften van de samenleving.

Het is niet te hopen dat de rellen van afgelopen week een voorbode vormen van Youngs toekomstvisie.

De verschillen tussen Nederland en Engeland zijn groot. Toch valt niet te ontkennen dat ook Nederland onwenselijke en gevaarlijke ontwikkelingen doormaakt. Hier wordt maatschappelijk succes tegenwoordig vooral bepaald door de eigen capaciteiten en inspanningen en niet meer door afkomst, ras of sekse. De meritocratische boom is hoog. Dat is gunstig voor zowel het individu als voor de samenleving.

Toch heeft het idee dat elk dubbeltje een kwartje kan of moet worden ook hier een schaduwzijde. Dit idee leidt tot problematische onderwijskundige en maatschappelijke ontwikkelingen.

Dat begint al bij kleuters. Zij worden getoetst en moeten van alles leren. Oudere leerlingen worden onderworpen aan een gigantische batterij aan toetsen, zoals Young met vooruitziende blik beschreef. Scholen die hier niet aan meedoen, worden aan de schandpaal genageld van de Inspectie van het Onderwijs.

De grote nadruk op scholing en prestaties heeft als keerzijde dat velen nooit zullen kunnen voldoen aan de hoge eisen. Het ontbreekt hun aan capaciteiten of ambitie.

Deze ongelijkheid van mensen heeft trouwens een grote maatschappelijke overlevingswaarde, om te spreken in termen van Charles Darwin. We zouden deze verschillen moeten vieren in plaats van ze voortdurend te problematiseren. Bovendien heeft onze samenleving grote behoefte aan mensen die bereid zijn om letterlijk de handen uit de mouwen te steken.

Veel Nederlandse laagopgeleiden hebben moeite om een baan te vinden. Uit dit gegeven wordt ten onrechte de conclusie getrokken dat het nodig is om voor een bepaalde baan een hoge opleiding te hebben genoten. Banen waarin vroeger iemand met een ulo-diploma zich gemakkelijk staande hield, worden bemenst door universitair opgeleiden. Zij verdringen lager opgeleiden, die datzelfde werk net zo goed zouden kunnen doen.

Het is daarom begrijpelijk dat veel jongelui gaan ‘studeren’ aan een hogeschool of universiteit. Universiteiten en hogescholen maken graag gebruik van de zucht naar een hoge opleiding. De strapatsen bij hogescholen om zo veel mogelijk studenten aan een diploma te helpen, zijn tegen deze achtergronden goed te begrijpen. Met een diploma ‘media- en entertainmentmanagement’ heb je bovendien meer kans om via e-matching een partner te vinden op niveau. Dat is immers een site die „alleen voor hoger opgeleiden” is.

Natuurlijk hoort het onderwijs ernaar te streven om leerlingen en studenten zo veel mogelijk kennis en kunde bij te brengen, maar voor praktisch ingestelde leerlingen zou de onderwijsduur drastisch moeten worden bekort. Een meer realistische opvatting op wat mensen moeten en kunnen leren en wat onderwijs kan bijdragen, zou veel geld en energie besparen en onze leerlingen en samenleving wijzer maken.

Pier Bergsma is oud-directeur van een basisschool en mede-initiatiefnemer van de actie Red het basisonderwijs.

    • Pier Bergsma