Opmaat naar superregering

Eén taboe, dat vooral in Duitsland en Nederland wordt gekoesterd, is gisteren in Parijs door bondskanselier Merkel en president Sarkozy overeind gehouden: er komt geen euro-obligatie, althans nog niet. De eurozone wordt dus vooralsnog geen ‘transferunie’ waarin de rijkere landen de armere lidstaten indirect subsidiëren via rentevoordelen. Maar de maatregelen waarover Duitsland en Frankrijk het wél eens zijn geworden, zijn niettemin enorme, taboedoorbrekende stappen.

Als het aan Duitsland en Frankrijk ligt – en het ligt grotendeels aan de beide landen, die goed zijn voor de helft van de totale economie van de eurozone – krijgt Europa een overkoepelend economisch bestuur.

Over de interpretatie van deze oekaze uit Parijs zal ongetwijfeld een hoop gepalaverd worden. Maar de meest zinvolle conclusie is simpel. Dit nieuwe bestuursorgaan moet de opmaat worden voor een federale supranationale staat. De nationale regeringen van de eurozone moeten soevereiniteit overdragen aan deze „feitelijke economische regering” over Europa.

De eerste machtsbeperkingen zijn door Merkel en Sarkozy al geagendeerd. Alle landen moeten, naar Duits voorbeeld, hun (grond)wet in de herfst van 2012 zo hebben gewijzigd dat de staatsschuld niet meer uit de hand loopt. Dat raakt ook Nederland. Want zo’n constitutionele ‘Schuldenbremse’ betekent dat er in 2012 verkiezingen zouden moeten worden gehouden voor de Tweede Kamer die een grondwetswijzing in tweede lezing met tweederde dient goed te keuren. Is een symbolischer verlies van soevereiniteit denkbaar dan door het buitenland afgedwongen verkiezingen?

Ook als er geen grondwettelijke clausule is vereist, maar de lidstaten zich mogen beperken tot een ‘gouden regel’ voor hun schuldenplafond, is het psychologisch effect van deze beperking van het budgetrecht van de nationale parlementen niet gering. Bovendien ligt het voor de hand dat ook de nationale bureaus voor statistiek moeten inschikken. Eén idee over de marges van de staatsschuld kan alleen worden gehandhaafd als er op één manier wordt gerekend onder supervisie van Eurostat.

En daarbij blijft het niet. De Europese regering, die onder leiding staat van Herman Van Rompuy, gaat ook veranderingen in de nationale belastingwetgeving afdwingen. De vennootschapsbelasting in de eurozone wordt gelijkgetrokken, ongetwijfeld tot afgrijzen van Ierland. En er komt een pan-Europese heffing op financiële transacties.

Het pact van Parijs roept nog vele vragen op. Zo is de democratische controle van de regering-Van Rompuy onduidelijk: die berust wellicht bij de nationale parlementen. En of die meegaan met Merkel en Sarkozy is eveneens onduidelijk. Zelfs de Bondsdag zou zich kunnen verzetten.

Maar dat deze weg moet worden bewandeld, staat wel vast.