Onvrije Jordaniërs laten revolutie graag aan zich voorbijgaan

Overal in Jordanië hangen portretten van de koning.

De geheime dienst ziet streng toe op het behoud van zijn positie en de status-quo.

Op het moment dat ik Jordanië vanaf de haven van Akaba binnenga, vallen mij onmiddellijk twee dingen op. Een, het land is veel welvarender dan Egypte, dat ik zojuist achter me heb gelaten. De huizen, wegen, schone straten, straatverlichting, moderne benzinestations en westerse gebouwen ogen eerder Amerikaans dan Arabisch. Twee, de koning is overal. In elke straat, winkel, eettentje, hostel of publiek gebouw hangen een of meerdere portretten van de grote vorst. De koning laat zich echter niet uitsluitend in imponerende militaire uniformen afbeelden, zoals men van Arabische leiders gewend is. Hij flirt met zijn onderdaan in polo met Ray Ban-zonnebril of zit nonchalant in zijn sportauto met zijn vrouw tegen zijn schouder, de mateloos populaire Koningin Rania, die zwijmelend bij het aangezicht van haar echtgenoot, haar haren vrij in de wind laat wapperen.

De statige douanebeambte bij het havenloket verwelkomt mij vriendelijk.

„Ha een Egyptische, gefeliciteerd met de revolutie”, zegt hij terwijl hij na een aantal vragen met een flinke klap een stempel in m’n paspoort zet.

Ik kijk naar de grote portretten achter z’n hoofd. Links wijlen vorst Hoessein, rechts de huidige Koning, Abdallah de tweede. Hoe ik me ook draai, hun blikken volgen me overal. Ik wil de beambte wel een vraag over de koning stellen, maar weet dat ik dat niet moet doen. Vraag niet naar de koning, is het devies. Wie het wel doet (zoals ik) wacht slechts jubelzang en veel ongemakkelijkheid.

Eenmaal buiten wil een Palestijnse taxichauffeur me wel naar de bedoeïenen brengen. Hij laat geen enkele twijfel over zijn afkomst bestaan. Hoewel hij uit de tweede generatie komt die in Jordanië is geboren en nooit een voet op Palestijnse bodem heeft gezet, beschouwt hij zichzelf als Palestijn. Terwijl hij met z’n taxi door de stad raast, schitteren de lichtjes van de Israëlische stad Eilat aan de andere zijde van de Rode Zee. De oversteek duurt minder dan een uur.

„Kijk daar ligt Israël”, zegt hij.

„Ben je er ooit geweest?”

„Nee, nooit en ik zal er nooit komen”, verzucht hij. „Dit is nu mijn land.”

Hij wijst naar de donkere bergen links en rechts. „Jordanië is mooi hoor, maar ik wil terug naar huis.”

Hij is niet de enige. Jordanië telt miljoenen Palestijnse vluchtelingen. De etnische Jordaniërs zijn zelfs in de minderheid. Van de naar schatting 6 miljoen Jordaniërs is ongeveer 60 procent van Palestijnse afkomst. Noodgedwongen heeft Jordanië als enige land in de regio de grote aantallen Palestijnse vluchtelingen genaturaliseerd. Hun positie is dan ook vele malen beter dan in landen als Syrië en Libanon, om nog maar te zwijgen van gebieden als de Gazastrook. Maar de spanningen tussen de (voormalige) bedoeïenenstammen die het land al duizenden jaren lang bewonen en de Palestijnse-Jordaniërs blijven groot. Zeker nu zowel vanuit het noorden en zuiden van het land (Syrië en Egypte) de warme wind van de revolutie waait.

„Wij houden niet van de Palestijnen”, zegt een jonge ezeldrijver in Petra. Hij heet Mohammed en is zestien jaar. „Wij bedoeïenen zijn de echte bewoners van dit land. We steunen de koning. Maar die Palestijnen…” Hij kijkt snel om zich heen. „Die willen alleen maar revolutie. Ze willen het land overnemen. Ze pakken alles af.”

In een bedoeïenenkamp in Wadi Rum hoor ik hetzelfde verhaal. De bedoeïenen zijn enthousiast over de Egyptische revolutie en wensen Egypte het beste toe, maar zelf zijn ze niet zo happig op democratie.

„Wij hebben vrijheid, wij hebben alles hier”, zegt Sameh, de pater familias, gekleed in een witte toob (lang gewaad) en de rood-zwarte variant van de Palestijnse kafiyyah (sjaal).

Het standpunt van de bedoeïenen is begrijpelijk. Hoewel de Palestijnen de grootste ondernemers en zakenmensen zijn en daarmee de economische macht in handen hebben, bekleden de etnische Jordaniërs alle overheidsfuncties. Ze werken bij de politie en de uiterst professionele veiligheidsdiensten. Het parlement is gevuld met hoofden van de verschillende bedoeïenstammen al ligt daar niet de echte macht. Die ligt bij de koning, die zijn bevoorrechte positie angstvallig bewaakt. Anders dan zijn Marokkaanse collega heeft hij dan ook geen concessie gedaan aan de kleine oppositiegroepen die her en der de kop opsteken. Democratische hervormingen betekent politieke macht voor de Palestijnen. Veel politieke macht, zij vormen immers de meerderheid. En daar zitten de etnische Jordaniërs en hun koning niet op te wachten.

„Dit is een gek land met horizontale en verticale klassenverschillen”, zegt Rania, een Libanese mensenrechtenactiviste woonachtig in Jordanië. „Horizontaal tussen de walgelijk rijken en de straatarmen en verticaal tussen Palestijnen en Jordaniërs. Jordanië kent geen middenklasse. De echte armen zijn meestal Palestijn, maar er zijn ook arme bedoeïenen die nog steeds van de kamelenteelt in de woestijn leven. En dan zijn er de rijken, Palestijnse zakenlieden en Jordaanse grootgrondbezitters.”

Eenmaal in Amman is de rijkdom niet te missen, evenmin als de relatieve persoonlijke vrijheid die de Jordaniërs is gegund. Vrouwen lopen op naaldhakken in korte rokjes terwijl ze flirtend sigaretjes roken. Ook de Ramadan wordt lang niet door iedereen even trouw opgevolgd. Taxichauffeurs drinken gewoon water en op straat wordt her en der gerookt. Maar schijn bedriegt. Jordanië mag dan religieus gematigder zijn dan het uiterst vrome Egypte, het land is in vele opzichten ook conservatiever. De oude bedoeïentradities worden fanatiek gekoesterd en zijn tot nationale waarden verheven. De staat ziet niet erg actief toe op de moraliteit van z’n volk, maar gedoogt dat persoonlijke zaken binnen de familie worden afgehandeld. Wie in Jordanië eerwraak pleegt hoeft dan ook niet erg bang te zijn voor vervolging. Dit wordt als een privékwestie beschouwd en in het geval van een rechtszaak vallen de straffen laag uit. In Books@Café, een hypertrendy café in het centrum, wordt iedereen die in- en uitgaat gevolgd. De lesbische manager legt uit dat hier over alles gesproken mag worden, maar dat iedereen die iets te fysiek wordt zonder pardon het café uit wordt gezet. „Alles wordt in de gaten gehouden”, verzucht ze. „Als één iemand een foto maakt van een zoenend stel zijn wij voor altijd dicht.”

„Ze hebben een dossier, van iedereen”, merkt Rania op. „Maar de veiligheidsdienst is slim. Ze geven de mensen het gevoel van vrijheid, ze laten het een en ander toe. Als het te ver gaat grijpen ze in. En ondertussen weten ze precies wat er speelt, want uiteindelijk gaat het hen maar om één ding… het behoud van de koning. Het behoud van de status-quo.”

Monique Samuel is schrijver en Midden-Oostendeskundige.

    • Monique Samuel