Siberië (1) Novosibirsk

Sinds gisteravond zijn we in Novosibirsk, de hoofdstad van West-Siberië, aan de rivier de Ob. Het is op het eerste gezicht een vreemd oord, met brede ongezellige straten, maar erg aardige mensen. Dat eerste komt doordat alles  in het centrum er vrij nieuw is. Dat laatste doordat  Russen in de provinciesteden bijna altijd erg aardig en beleefd  zijn.

De stad, in 1893 gebouwd als belangrijke halte van de Trans-Siberische Spoorlijn, was tot de Tweede Wereldoorlog eigenlijk niet meer dan een uigestrekt dorp met veel houten en bakstenen huizen, zoals enkele oudere inwoners me vertelden. Tijdens de oorlogsjaren liep de stad, zoals veel steden ten oosten van de Volga, vol met geëvacueerden uit Moskou en Leningrad, vaak hoogopgeleiden, die er een ‘finishing ‘touch’ van beschaving aan gaven.

Nu heeft Novosibirsk, met zijn 1,4 miljoen inwoners, in het centrum alles wat een moderne Russische stad nodig heeft: enkele moderne winkelcentra, theaters, restaurants en hippe cafés. Als je je vervolgens even losmaakt van de hoofdstraten, stuit je al gauw op allerlei interessante  hoekjes, met mooie bakstenen huizen uit de negentiende eeuw, die voorbeeldig zijn gerestaureerd.

Als je een weer beetje verder kijkt, zijn ook de hoofdstraten  de moeite waard, want de architectuur uit de Stalin-tijd is er adembenemend mooi, zeker voor een liefhebber als ik.

Op het Leninplein vielen vooral de beelden van stoere revolutionairen en hun leider Vladimir Iljitsj Lenin op. Een indrukwekkend stel.

We zijn hier eigenlijk voor twee  andere redenen: de lokale burgeractivisten, die zich inzetten voor de bouw van nieuwe crèches (in Novosibirsk wachten 40.000 peuters op een plek), en de metamorfose van Akademgorodok, de nabijgelegen onderzoeksstad in het bos van de Akademie van Wetenschappen, die hier in de jaren vijftig werd  gesticht en waar de top van de Russische exacte wetenschappers bij elkaar zat om de zuivere wetenschap te beoefenen. Nu is de hoop van het moderne Rusland er gevestigd,in een splinternieuw technopark. Jonge natuur- en wiskundigen zetten er bedrijfjes op en halen kennis bij de geleerden van weleer, die, zoals bleek, lang niet allemaal in de jaren negentig naar de VS en Israël zijn geëmigreerd.

 

Terug in de stad zagen we in de voortuin van gymnasium nr. 1 in de Krasnaja Ulitsa een gedenkplaat, gewijd aan de zuster van de schrijver Michail Boelgakov. Die zuster heeft hier les gegeven en stond model voor een van de hoofdpersonen uit de roman De Witte Garde. Mooi toch, die literaire gedenkcultuur.

 

    • Michel Krielaars