Mubarak als voorbeeld voor dewesterse wereld

Ook in democratische landen klinkt bij rellen de roep om de toegang tot internet en telefonie te beperken. Openbare orde is belangrijker dan digitale vrijheid, zeggen bestuurders.

Het Californische transportbedrijf Bay Area Rapid Transit System (BART) sloot afgelopen donderdag de WiFi- en gsm-service in de metro van San Francisco af. Zo hoopte het transportbedrijf een mogelijke protestactie op een van de perrons te verhinderen. Een beveiligingsmedewerker van BART schoot in juli een dakloze man dood, protest hing in de lucht. Het afsluiten van het mobiele netwerk leidde tot hevige reacties op internet. Bij het transportbedrijf zelf heerste vooral onbegrip. „We hebben jaren overleefd zonder mobiele telefoon”, aldus communicatiemedewerker Linton Johnson. „En nou lopen mensen te zeiken en te zaniken als ze drie uurtjes zonder moeten?”

Op Twitter werd BART al snel de omgedoopt tot MuBARTak – een verwijzing naar oud-president Mubarak, die eind januari heel Egypte afsloot van internet om betogingen tegen zijn regime tegen te gaan. Hackerscollectief Anonymous organiseerde een aanval op het computersysteem van BART en plaatste de naam- en adresgegevens van tweeduizend reizigers online. Via Twitter werd opgeroepen tot een nieuwe demonstratie, die afgelopen maandagmiddag plaatsvond. Deze keer bleef het netwerk wel functioneren.

San Francisco is niet de enige plek waar het reguleren en blokkeren van sociale media om rellen te voorkomen ter discussie staat. De Britse premier David Cameron zei afgelopen donderdag te zoeken naar manieren om relschoppers te verhinderen zich te organiseren via sociale media – gisteren beweerde de Britse politie zelfs rellen te hebben voorkomen na het kraken van versleutelde berichten van BlackBerry Messenger (BBM, Ping). In Noorwegen en Duitsland staat naar aanleiding van de aanslagen in Oslo en Utøya webanonimiteit ter discussie: door iedereen traceerbaar te maken zouden extremisten met gewelddadige plannen vroegtijdig kunnen worden opgespoord.

De discussie is opmerkelijk: tot nu toe staan alleen dictatoriale regimes als China, Saoedi-Arabië en Egypte onder Mubarak bekend om het van hogerhand ingrijpen in internet. Het filteren, censureren en blokkeren van websites of internetdiensten was in westerse democratieën taboe. Komt daar nu verandering in? Is het gerechtvaardigd om internet en sociale media onder bepaalde omstandigheden ontoegankelijk te maken? Zo ja, onder welke voorwaarden? Wanneer prevaleert veiligheid over vrijheid van communicatie?

PvdA-Kamerlid Diederik Samsom pleitte vorige week via Twitter voor het lokaal afsluiten van de gratis berichtenservice BlackBerry Messenger (Ping) bij ernstige verstoringen van de openbare orde. „Een digitaal equivalent van het afsluiten van een straat”, aldus Samsom in een toelichting. „Internet zie ik als een openbare ruimte. Het is net als op straat: in principe ben je vrij, maar als je misdaden of overtredingen pleegt, kun je beboet of bekeurd worden.”

Volgens Samsom hebben velen ten onrechte een romantisch beeld van internet. „Internetactivisten doen alsof op het web andere wetten gelden dan in de gewone publieke ruimte; alsof het een soort buitenaards gebied is waar andere regels gelden. Daar verzet ik mij tegen. De internetgemeenschap moet de kramp loslaten dat iedere regulering van het web een totalitaire ingreep zou zijn. Internet wordt volwassen, het is tijd voor een gewone discussie over openbare orde en veiligheid.”

De van origine Wit-Russische blogger en onderzoeker Evgeny Morozov schreef zaterdag in een opinieartikel in The Wall Street Journal echter dat middelen die westerse landen ontwikkelen om internet te reguleren ook effect hebben op de positie van dissidenten in autoritaire regimes. Autoritaire staten volgen de ontwikkelingen nauwgezet en zien er een bevestiging in van hun eigen gelijk. Westerse landen hebben een voorbeeldfunctie in het promoten van vrijheid van meningsuiting, vindt Morozov. Het is hypocriet als westerse landen internetvrijheid in het buitenland promoten als een middel voor democratie, terwijl ze bij onrust is in hun eigen land net zo goed internet afsluiten.

Behalve morele bezwaren zijn er ook technische en juridische beperkingen bij het reguleren van internet door de overheid om rellen te voorkomen. Telecom- en internetbedrijven zijn doorgaans private organisaties; zij kunnen zelf bepalen of zij een dienst ontoegankelijk maken of een zendmast uitschakelen. BART zegt daarom dat zij met hun actie van afgelopen donderdag in hun recht staan: de gsm- en WiFi-verbinding is een dienst voor klanten van BART, het bedrijf kan beslissen die dienst tijdelijk te staken. „Vrijheid van meningsuiting vindt plaats buiten de betaalpoortjes”, in de woorden van BART-communicatieman Johnson.

Overheden kunnen bedrijven wel verzoeken bepaalde acties te ondernemen of hen met dat doel onder druk zetten. Zo heeft Vodafone onder druk van het regime van Mubarak internet en mobiele communicatie vijf dagen lang onmogelijk gemaakt. Het bedrijf zou anders zijn licentie verliezen.

Volgens internetjurist Arnoud Engelfriet is blokkeren van internet of gsm-verkeer „een paardenmiddel”. „Zendmasten hebben een bereik van zeventien kilometer. Het is heel moeilijk om gericht een bepaalde straat of wijk van digitale signalen uit te zetten. Je moet met een botte bijl door de systemen heen om een aantal relschoppers mogelijkerwijs te verhinderen iets te doen.”

Het blokkeren van internet of gsm-verkeer leidt volgens Engelfriet tot contractbreuk: betalende klanten krijgen niet de dienst waar zij contractueel recht op hebben. Bovendien vormt het een inbreuk op de communicatievrijheid, het recht om informatie en denkbeelden te ontvangen. Engelfriet: „Ik vind het heel moeilijk om een uitzondering te verzinnen die toestaat dat je een heel gebied dat recht ontzegt. Het is niet proportioneel.”

Daphne van der Kroft van internetlobbygroep Bits of Freedom heeft ook bedenkingen. Ze vindt vooral de positie van bedrijven zorgwekkend. „Tegenover de overheid kan een individu zich altijd nog beroepen op zijn burgerrechten. Bij een bedrijf zijn je rechten, om het bot te stellen, net zo sterk als de algemene voorwaarden.”

Daarnaast is het volgens Van der Kroft maar de vraag of het afsluiten van internet of een internetdienst effect heeft. „Als BlackBerry Messenger wordt afgesloten kun je altijd nog naar Facebook, als Facebook wordt afgesloten kun je sms’en. Overstappen is geen probleem.” Effectiever dan diensten blokkeren is volgens Van der Kroft het tappen van internetcommunicatie. „Daarvoor is een rechterlijke bevoegdheid nodig. Dan weet je in ieder geval zeker dat je met een verdachte te maken hebt en benadeel je niet een grote groep onschuldige mensen.”

    • Eva de Valk