Man worden is veel lastiger dan vrouw worden

Jongens zijn prikkelbaarder dan meisjes, en gaan vaker naar het speciaal onderwijs.

Toch worden de verschillen tussen jongens en meisjes nog steeds gebagatelliseerd.

„Dat zal dus bij het eindexamen hooguit een zesminnetje worden”, luidde de conclusie van de natuurkundeleraar. Twee keer had onze oudste dochter het bij een proefwerk natuurkunde niet verder gebracht dan een vijf. Het was herfst. Mijn dochter had nog een flink aantal maanden voor de boeg, maar haar eindexamenresultaat stond voor deze leraar al vast.

Niettemin haalde ze voor haar eindexamenopdracht een acht en was haar eindcijfer voor natuurkunde een zeven – dankzij de bijles. Daarin werd een leermethode gebruikt die niet ontmoedigde, maar juist bemoedigde, die natuurkunde aanschouwelijk maakte en die meer aansloot bij haar belevingswereld.

Dit alles speelde zich af in de tweede helft van de jaren tachtig. Het was een tijd waarin meisjes werden aangespoord om exacte vakken te kiezen. Als ze dat deden, haakten ze meestal af. Wetenschappelijk onderzoek uit het buitenland, waar nog scholen zijn met uitsluitend meisjes, toonde aan dat meisjes daar aanzienlijk beter presteerden bij wis- en natuurkunde dan op gemengde scholen. Als verklaringen werden genoemd dat ze andere leermethoden kregen, dat ze een lerares hadden in plaats van een leraar en dat ze geen last hadden van de dominantie van jongens in de lessen.

Gescheiden les in exacte vakken voor meisjes werd toen ook in ons land geopperd als een mogelijkheid. Dit strookte alleen niet met het paradigma van de gelijkheidsideologie. Onderdeel van die ideologie was en is dat meisjes en vrouwen zich moeten aanpassen aan wat de ‘testosteronfactor’ wordt genoemd – mannelijke eigenschappen en idealen, waaronder ook leerprocessen en carrièreambities vallen.

De afgelopen jaren is evenwel duidelijk geworden dat dit gelijkheidsideaal wankelt. De grote verschillen in gedrag en onderwijsresultaten tussen meisjes en jongens zijn hiervoor de aanleiding.

Met meisjes is tegenwoordig weinig meer mis. Ze zijn weliswaar in het algemeen minder goed in exacte vakken dan jongens, maar aanzienlijk beter in talen. Bovendien is hun leerhouding gemotiveerder. Daardoor doen ze het in allerlei vormen van onderwijs beter dan jongens.

Dit verschil wordt in de openbare discussies steeds meer als zorgelijk ervaren. Dit was reden voor de Besturenraad, de besturenvereniging van het christelijk onderwijs, om een andere aanpak te bepleiten. In de puberteit lopen jongens gemiddeld twee jaar achter op meisjes in hun hersenontwikkeling, aldus voorzitter Wim Kuiper. „Daar moet je in het onderwijs rekening mee houden.” Jongens en meisjes zouden „gescheiden les moeten krijgen”. Minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) wil het idee grondig laten onderzoeken.

Het is niets nieuws dat jongens in de puberteit laatbloeiers zijn. Vroeger leidde dit besef in ons land zelfs tot een wet die bepaalde dat meisjes op hun zestiende mochten trouwen en jongens pas op hun achttiende. Jongens leven tegenwoordig evenwel in een samenleving met een groot waardenpluralisme, een aanzienlijke welvaart en veel keuzemogelijkheden – en dus ook afleiding. Volgens oudere leraren is het veel lastiger dan vroeger om jongens ‘bij de les te houden’.

Het aanbieden van meer structuur in een aparte klas voor jongens zou de sfeer en de aanpak ten goede kunnen veranderen. „Meisjes hebben meer taalgevoel en dat zou ontmoedigend werken voor jongens”, motiveert Kuiper het idee voor een gescheiden klas. In een gescheiden wiskundeles kan ook worden ingespeeld op de voorsprong van jongens, die is te danken aan het feit dat zij hun ruimtelijk inzicht vaak sneller ontwikkelen dan meisjes, aldus Kuiper.

De vraag wordt niet gesteld, laat staan beantwoord, waarom jongens nog slechter zijn in talen dan meisjes in exacte vakken. Kuipers voorstel spoort meisjes niet aan tot meer belangstelling voor exacte vakken en jongens niet tot meer taalvaardigheden. Bovendien – naar welke klas moet het meisje met de wiskundeknobbel en de jongen met talent voor talen bij gescheiden onderwijs?

De nadruk op de achterblijvende ontwikkeling van jongens in de puberteit ten opzichte van meisjes camoufleert het feit dat ‘man worden’ vanaf het moment van de conceptie een veel moeilijkere ontwikkelingsweg is dan het ‘vrouw worden’ van meisjes. De vrouwelijke foetus ontwikkelt zich zonder hormonale stimulering. Daardoor verloopt deze rijping harmonieuzer en sneller dan die van de mannelijke.

Vijf maanden na de conceptie loopt de ontwikkeling van de gemiddelde mannelijke foetus twee weken achter bij die van de vrouwelijke. Tien maanden na de conceptie is die achterstand opgelopen tot vier weken. De biologische en psychologische achterstand die jongens al vanaf voor hun geboorte ten aanzien van meisjes hebben, loopt in de puberteit inderdaad op tot twee jaar.

Jongens zijn na de geboorte prikkelbaarder. Dit komt tot uiting in huilerigheid. Ze blijven die prikkelbaarheid – niet de huilerigheid – houden. Twee keer zo veel jongens als meisjes zijn om die reden hyperactief. Meer jongens dan meisjes gaan naar het speciaal onderwijs of hebben psychische problemen.

Dit alles wordt in onze samenleving genegeerd of gebagatelliseerd. ‘Zo zijn jongens nu eenmaal’, wordt vergoelijkend geglimlacht of berustend verzucht. Toch zou het verschil in rijping tussen meisjes en jongens een ongelijke behandeling van jongens rechtvaardigen. Laat jongens bijvoorbeeld ook twee jaar later dan meisjes hun rijbewijs halen. Dat zou ongewenst gedrag en ongelukken aanzienlijk verminderen.

Heleen Crul is wetenschapsjournalist.

    • Heleen Crul