Klein lek brengt Shell in problemen

Al een week lang stroomt er olie uit een Shell-platform in de Noordzee. Het lek wordt steeds kleiner, maar de kritiek op Shell neemt toe.

Renée Postma

De hoeveelheden olie die sinds een week uit een pijpleiding bij het productieplatform Gannet Alpha in de Noordzee stromen zijn bij lange na niet te vergelijken met de hoeveelheden die vorig jaar drie maanden lang vanuit een boorput van BP de Golf van Mexico instroomden. Maar de kritiek op de manier waarop Shell de berichtgeving rond het lek aanpakt, groeit met de dag.

Het platform Gannet Alpha ligt op 176 kilometer oostelijk van de Schotse stad Aberdeen, in het Gannet-olieveld. Het bijna twintig jaar oude platform wordt geëxploiteerd door Shell en is gezamenlijk eigendom van Shell en Esso.

Vorige week woensdag ontstond een lek waaruit inmiddels minstens 1.300 vaten (à 159 liter) zijn gestroomd. Het gaat om het grootste lek bij een platform in de Noordzee in meer dan 10 jaar. Oliedeskundige Kenneth Arnold die de Amerikaanse regering vorig jaar bijstond tijdens de ramp met de Deepwater Horizon in de Golf van Mexico, toen 4,9 miljoen vaten olie in zee stroomden, noemt het lek „aanzienlijk maar niet rampzalig”.

Het Nederlands-Britse energieconcern Shell doet al een week verwoede pogingen om de lekkende installatie te dichten. Maar vorige week vrijdag maakte het bedrijf pas bekend dat er twee dagen eerder een lek was ontstaan in een leiding die de boorput met het productieplatform verbindt. Dat lek zou donderdag al grotendeels zijn gedicht doordat de boorput kon worden afgesloten. Alleen de olie in de pijpleiding zelf kon toen nog in zee stromen.

Maar gisteren bleek er ook nog een tweede lek te zijn. Er stroomde nog steeds olie het water in, zij het in kleine hoeveelheden. Gisteren zou het slechts 1 vat zijn geweest.

Glen Cayley, technisch directeur voor olie- en gasexploratie in Europa bij Shell, verklaarde dat het vanwege de bodemgesteldheid en de begroeiing moeilijk is om het lek te lokaliseren. Er wordt naar het lek gezocht met een een kleine onderzeeër die op afstand wordt bestuurd. Het water is er 90 meter diep.

Cayley zegt ervan uit te gaan dat de olievlek, die nu nog ongeveer een 26 vierkante kilometer groot is, geen bedreiging vormt voor het Schotse kustgebied. Afgelopen weekeinde was de olievlek nog 37 vierkante kilometer groot. Wind en golven hebben de vlek voor een deel verspreid en doen oplossen.

De Schotse regering heeft inmiddels zelf een onderzoeksschip uitgezonden om monsters te nemen. Volgens milieuminister Richard Lochhead zijn er op dit moment geen vissers actief in het gebied en is het onwaarschijnlijk dat vervuilde vissen opgenomen worden in de voedselketen. Maar hij maant Shell wel om meer openheid van zaken te geven en het publiek „open en transparant te informeren en regelmatig updates te geven over de situatie”.

Het Britse ministerie van Energie en Klimaatverandering zegt bereid te zijn Shell te hulp te schieten bij het opruimen van de vervuiling, maar zal Shell wel een rekening sturen voor eventuele bewezen diensten.

Een woordvoerder van milieuorganisatie Greenpeace noemde het nieuws van een tweede lek reden voor extra zorg over de manier waarop Shell deze kwestie aanpakt. „De olie stroomt maar de informatie niet”. Greenpeace wijst erop dat het nieuws over het eerste lek pas 48 uur na ontdekking wereldkundig werd gemaakt. „En nu krijgen we te horen dat er een tweede lek is.”

Britse media benadrukken dat het boren naar olie en gas in de Noordzee steeds meer problemen oplevert. Afgelopen januari moest Shell vier platforms stilleggen nadat een deel van het Brent Bravo platform was ingestort. Twee van de vier platforms zijn sinds vorige week weer actief.