In de rij bij Prada

Duwen, trekken en vooral lang wachten, dat moesten Jutta Chorus en haar dochters doen om door te dringen tot veertig vierkante meter glamour in de Parijse Galeries Lafayette.

Smelten voor de Prada-etalage van Galeries Lafayette in Parijs. Foto Lucia Geurts

Ik ben met mijn dochters van veertien en elf jaar bij Galeries Lafayette in Parijs. Ze zijn gebiologeerd door de kleine inpandige winkels van Gucci, Longchamp en Prada. Daar staan lange rijen voor. We lopen langs de winkel van Prada en smelten voor de tas die in de etalage staat. Een witte, vierkante tas van kalfsleer. Wat een beauty. Die tas willen we wel even van dichtbij zien.

We besluiten in de rij te gaan staan. Voor en achter ons staan Aziaten: Japanners, Chinezen, Koreanen. Nergens Arabieren, valt ons op. Tijdens vorige bezoekjes aan Lafayette keken we altijd naar de gesluierde Saoedische vrouwen met hun prinsenzoontjes. Is hun koopzin afgenomen door de ramadan? Of door onzekerheid als gevolg van de Arabische lente?

Een kleine beveiligingsbeambte opent en sluit de toegang tot de winkel met een zwarte band. Achter hem ligt veertig vierkante meter glamour: zonnebrillen, tassen, portemonnees. Iedereen in de kleine winkel is Aziatisch en iedereen rekent na ongeveer zeven minuten een tas af bij de kassa. Jonge Japanners met lang haar passen zonnebrillen en laten zich fotograferen. Ze worden langzaam naar de kassa geleid door een van geboorte Japanse hoofdverkoper, die steeds naar de beveiligingsbeambte knikt als er weer iemand naar binnen mag.

Als wij bijna aan de beurt zijn, duikt er ineens een twaalftal Japanners rechts van de toegangspoort op. Ze dragen gewone broeken, hun vrouwen gewone bloesjes en gymschoenen. We zien ze wenken naar de hoofdverkoper dan mogen ze voor ons naar binnen. Een minuut later trekken ze proppen papier uit zwarte geplooide tassen. „Die zou ik nooit kiezen”, zegt mijn dochter van veertien.

De vader van het Chinese gezin dat voor ons staat spreekt de beveiligingsbeambte aan op zijn voorkeursbeleid. De beveiligingsbeambte haalt zijn schouders op en glimlacht. Hij blijft beleefd, want je weet nooit of je met een klant te maken hebt. Als de Chinezen even later de winkel in mogen, zien wij ze ook proppen papier uit zwarte tassen trekken. De Chinese moeder kijkt blij. Haar dochters raken de tassen voorzichtig aan.

Nu zijn wij de eerst wachtenden. We staan ongeveer twintig minuten in de rij. Links van ons duikt een groepje zelfbewuste Koreanen op. De bedoeling is dat ze rechts aansluiten, maar ze wenken naar de hoofdverkoper en wrijven lachend hun duim en wijsvinger over elkaar. Duidelijk vaste klanten. Ze duwen zich tegen ons aan en wij duwen terug. De hoofdverkoper knikt en fluistert de beveiligingsbeambte iets in het oor.

Mijn dochters en ik kijken elkaar aan. Wat is er mis met ons? Wij hebben ons mooi gemaakt voor een dagje winkelen.

Ik kijk de beambte nadrukkelijk aan: wij zijn. „Waar komen jullie vandaan”, vraagt hij. „From Holland”, zegt mijn dochter. Zijn kin gaat omhoog. Op dat moment verlaat de grote groep Japanners de winkel. Wij mogen naar binnen en de Koreanen ook. De kalfsleren tas wordt voor ons uit de etalage gehaald. Het is de laatste. Hij is 1135 euro. We laten nog een portemonnee tevoorschijn halen van hetzelfde kalfsleer. Een beetje expres. Dan verlaten we de winkel.

Als we even later langs de winkel van Louis Vuitton lopen, staat daar een nog langere rij van wel dertig meter. Halverwege staat een blond gezin, verder alleen Aziaten.

    • Jutta Chorus