Hoezo hoeven Turken niet?

Turkije is nog geen lid van de Europese Unie (EU), maar Turken zijn al wel een soort EU-burgers. Die status vloeit voort uit het associatieverdrag uit 1963 tussen de EU (toen nog Europese Gemeenschap geheten) en Turkije. Op basis daarvan mag Nederland bij toegang van de arbeidsmarkt geen onderscheid maken tussen legaal hier verblijvende Turken en burgers uit EU-landen. Twee Turken – de een al hier sinds 1983, de ander sinds 2004 – procedeerden tegen de Nederlandse gemeenten, omdat zij de verplichte inburgeringscursus als een carrièredrempel zagen. Door de tijd die ze er aan kwijt waren, de kosten en de mogelijke consequenties: wie niet slaagt krijgt geen verblijfsvergunning. Vorig jaar augustus gaf een rechter in Rotterdam ze gelijk. In oktober dat jaar kwam een rechter in Roermond tot een soortgelijke beslissing, na een klacht van twee Turkse ‘oudkomers’, die hier al langer woonden, maar volgens hun gemeenten nog onvoldoende ingeburgerd waren. De Tweede Kamer reageerde onthutst en de staat besloot in beroep te gaan, hoewel menig jurist toen al aan het nut hiervan twijfelde. Tegen het oordeel van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste beroepsinstantie, is geen beroep meer mogelijk. Het huidige kabinet kondigde eerder al aan bij een dergelijke uitkomst het associatieverdrag met Turkije te willen herzien, tot ergernis van Ankara. De PVV noemde het vonnis gisteren bizar.