Hillen legt 'mopperende' militairen het zwijgen op

„Soldaten hebben altijd gemopperd”, zei minister Hans Hillen (Defensie, CDA) vanochtend in reactie op berichten dat de Nederlandse missie in Kunduz een logistieke puinhoop is. „Vroeger was het mopperen in de kantine en tegenwoordig op internet”, weet Hillen.

Of via de media, zoals afgelopen weekend de NOS. Die omroep bracht e-mails naar buiten waarin militairen in Kunduz hun beklag doen over het gebrek aan essentieel materieel.

De oplossing van de minister: militairen mogen niet met journalisten praten. „Er is een richtlijn die direct contact van militairen met media verbiedt”, schrijft Hillen in een brief over de onrust rond de politietrainingsmissie die hij gisteren naar de Tweede Kamer stuurde.

In de brief geeft de minister toe dat het begin van de missie is geteisterd door logistieke problemen. De honderden landmachtmilitairen en marechaussees die zes weken geleden naar Noord-Afghanistan vertrokken, konden bij aankomst niet over de benodigde spullen beschikken. Maar inmiddels hebben ze allemaal een scherfvest, zijn de voertuigen nagenoeg uitgerust en is er voldoende munitie, schrijft de minister. Tolken zijn er nog onvoldoende, maar die worden nu uit Nederland ingevlogen om de militairen te helpen bij hun contacten met de plaatselijke politie.

Afgelopen zondag voerden militairen hun eerste zelfstandige patrouille uit. Die leek vooral een symbolische functie te hebben. Het zal nog weken duren voor de militairen voluit aan het werk kunnen.

Vanochtend reageerde Hillen ook bij de NOS op de ontstane commotie. De opgelopen vertraging valt volgens de minister erg mee. „Twee of drie weken op een missie die een jaar of vier gaat duren.”

Het is omwille van hun eigen veiligheid dat de militairen nog niet buiten de poort van het legerkamp hebben kunnen opereren. Datzelfde argument voert Hillen aan om de militairen het zwijgen op te leggen. Hij draagt zijn militairen op „de kaarten gedekt” te houden, „want de vijand luistert altijd mee”.

De militaire vakbond ACOM heeft afkeurend op het decreet gereageerd. Militairen zijn volgens voorzitter Jan Kleian prima in staat zelf in te schatten wat ze wel en niet tegen journalisten kunnen zeggen. „We zijn ook daar om een stukje democratie te brengen en ik vind het daar niet in passen dat je militairen een spreekverbod oplegt”, aldus Kleian.