Franse oppositie teleurgesteld

Te mager, vindt de Franse oppositie de plannen voor een Europese economische regering. „Ik hoor niets over werkgelegenheid, regulering van de financiële markten of groei”, zegt Martine Aubry.

Te weinig, te laat. Dat is kort samengevat de reactie van de socialistische oppositie in Frankrijk op de gisteren door president Nicolas Sarkozy aangekondigde plannen om te komen tot een Europese economische regering voor de 17 landen tellende eurozone.

Vooral het feit dat Sarkozy er niet in slaagde om het plan voor het uitschrijven van euro-obligaties door te drukken, krijgt kritiek. „Dit is een grote stap terug in plaats van een stap voorwaarts”, aldus François Hollande, de belangrijkste kanshebber om namens de Parti Socialiste deel te nemen aan de presidentsverkiezingen van volgend jaar. De socialisten zien de eurobonds als hét middel om een stabielere euro te creëren.

Ook Martine Aubry, eveneens kandidaat bij de socialistische voorverkiezingen, noemde de uitkomst van de Frans-Duitse top „teleurstellend”. „Ik hoor nog steeds niet over de regulering van de financiële markten, niets over groei, niets over werkgelegenheid”, aldus Aubry, die Sarkozy bestempelt als „de president van de groeiende staatsschuld”.

Marine Le Pen van het Front National pleit andermaal voor het afschaffen van de euro en een terugkeer naar de Franse frank en een eigen Frans monetair beleid. Le Pen begrijpt niet waarom Sarkozy zo nodig wil vasthouden aan een munt die de Fransen alleen maar geld kost en de nationale soevereiniteit ondermijnt.

Het plan om een belasting te heffen op financiële transacties kan op meer bijval rekenen, al merken de socialisten wel op dat Sarkozy geen werk heeft gemaakt van de hervorming van het belastingstelsel.

In navolging van de Amerikaanse miljardair Warren Buffett pleit een vermogende Fransman ook voor een extra heffing op grote vermogens. Marc Lévy, topman van de reclamegroep Publicis en voorzitter van de Vereniging van Privébedrijven, noemt het niet alleen noodzakelijk dat er rigoureuze besparingen komen, maar meent ook dat de gelukkigen die het zich kunnen veroorloven, een uitzonderlijke bijdrage moeten leveren aan het wegwerken van de staatsschuld. „Dat zijn we verplicht als burgers”, schrijft hij in een opiniebijdrage voor de krant Le Monde.