Een bedrijf starten, dat zouden er meer moeten doen

Steeds meer jonge techniekstudenten beginnen voor zichzelf.

Universiteiten moedigen deze trend aan met speciale incubatorprogramma’s.

Crijn Bouman (33) begon in het laatste jaar van zijn studie zijn bedrijf door een briefje op te hangen. ‘Techneut gezocht’, stond er op. Via het prikbord van de faculteit Elektrotechniek van de Technische Universiteit Delft zocht hij iemand die voor hem een prototype wilde bouwen van een snel oplaadbare batterij. Medestudent Wouter Smit zag er wel wat in. Voor niet meer dan 500 euro aan materialen sleutelde hij het gevraagde in elkaar.

Nu, zes jaar later, is er door de opkomst van de elektrische auto veel belangstelling voor de snellaadtechniek van Boumans bedrijf Epyon. De technologie is na veel onderzoek en hard werken klaar voor gebruik. Zo levert Epyon momenteel laadinstallaties aan een taxibedrijf. De technologie maakt het mogelijk om de laadtijd van autoaccu’s tot zo’n 20 minuten terug te brengen. Bij conventionele laadtechnieken moeten auto’s algauw enkele uren aan het stopcontact. De technologie is zo interessant dat het Zwitserse industriële concern ABB Epyon onlangs voor een onbekend bedrag heeft overgenomen.

Toen ze in 2005 begonnen, had het kantoor de grootte van een studentenkamer. In een van de hoeken zat Wouter Smit. „Voor zijn onderzoek had hij de apparatuur tot het plafond opgestapeld”, herinnert Bouman zich. Hij blijft net als Smit ook na de overname door ABB bij Epyon. Het bedrijf is inmiddels verhuisd naar een bedrijfspand in Rijswijk en heeft zo’n zestig mensen in dienst. Bouman rijdt, vanzelfsprekend, in een elektrische auto naar de zaak. „Optrekken gaat heel snel. Laatst heb ik bij het stoplicht een BMW er uit getrokken.”

In hetzelfde jaar als Epyon start de incubator YES!Delft, dat door de TU Delft wordt opgericht. Doel van het programma is om van techniekstudenten innovatieve ondernemers te maken. YES!Delft zit toevallig in hetzelfde pand aan de Rotterdamseweg in Delft als Epyon. Om zich bij het programma aan te sluiten hoeft Bouman alleen maar de gang over te steken. Bouman: „We zaten bij YES!Delft middenin een bruisend netwerk van andere jonge ondernemers. Daar hebben we heel veel aan gehad. Zo was het mogelijk om een probleem in te brengen dat we vervolgens met alle starters op gingen lossen.”

De incubatorprogramma’s van de Nederlandse technische universiteiten in Delft, Eindhoven en Enschede zijn zo’n zes jaar geleden gestart. De initiatieven zijn een gevolg van de ambities van de kabinetten Balkenende om de hoogwaardige kennis van Nederlandse universiteiten in economische activiteit om te zetten. Want ondernemende techniekstudenten zorgen niet alleen voor een interessante kruisbestuiving tussen ondernemerschap en wetenschap, zij creëren ook banen voor hoog opgeleide mensen.

De strategie om van studenten ondernemers te maken is afgekeken van het MIT Entrepreneurship Center, de ‘incubator’ van het in de Verenigde Staten gevestigde Massachusetts Institute of Technology (MIT). Het programma is in 1990 opgestart. En het resultaat, zo blijkt uit eigen onderzoek, laat zich alleen in grote getallen beschrijven. Zo zijn de bedrijven die bij het MIT zijn gestart veelal actief op het gebied van elektronica, software, medicijnen en medische instrumenten, alleen al in de staat Massachusetts goed voor één miljoen banen. De universiteit schat het aantal bedrijven dat ooit bij het MIT is begonnen op 25.800. Het aantal werknemers van deze bedrijven zou wereldwijd ruim boven de 3 miljoen liggen en de totale omzet zou 2.000 miljard dollar per jaar bedragen.

Nederlandse technische universiteiten lijken nog ver achter te lopen op het Amerikaanse MIT, zo blijkt uit onlangs gepubliceerd onderzoek van ScienceWorks. Het onderzoeks- en adviesbureau dat universiteiten bijstaat bij het te gelde maken van hun kennis, kraakt in de conclusie kritische noten. Niet één universiteit, inclusief de niet-technische, zou echt uitblinken op de drie door de onderzoekers benoemde terreinen: het stimuleren van ondernemerschap, samenwerking met andere partijen en communicatie. Met name op dat laatste terrein, zoals deelnemen aan het maatschappelijk debat, laten de technische universiteiten het afweten.

De TU Delft rolt als beste uit de test dankzij goed onderwijs voor ondernemers. En in de periode 2003-2007 is in Delft een ongekend aantal van 157 octrooien geregistreerd, wat vier keer zoveel is als de Technische Universiteit Eindhoven en zes keer zoveel als de Universiteit Twente. Met de octrooien heeft de TU Delft wel het gebruik van de kennis vastgelegd, maar het is nog afwachten of er ook ondernemers zullen komen die er echt wat mee gaan doen.

De TU/e lijkt wat praktischer ingesteld dan de TU Delft. De Brabantse universiteit scoort in de lijstjes van ScienceWorks het beste als het gaat om samenwerking. En de UT presteert het beste als het gaat om het faciliteren van de startende bedrijven met zaken als een ‘science park’ en het aanbieden van startkapitaal, waarschijnlijk een gevolg van de nauwe betrokkenheid bij het startersprogramma van de provincie Gelderland en lokale overheden.

Volgens directeur Steef Blok van het TU/e Innovation Lab, de tegenhanger van YES!Delft van de TU Delft, dankt Eindhoven de hoge score op samenwerking naast de aanwezigheid van het elektronicaconcern Philips, aan de Brabantse factor. „Iedereen hier kent en helpt elkaar waardoor het weinig moeite kost om de juiste mensen bij elkaar te krijgen.”

Het vinden van de juiste partner, dat kan ook zonder incubators. De overname van Epyon door het Zwitserse ABB kwam bijvoorbeeld tot stand na een toevallige ontmoeting. Bouman: „Wij kwamen de mensen van ABB tegen bij een bijeenkomst over internationale standaarden voor elektrische auto’s.” De startersprogramma’s helpen de jonge ondernemer op weg, maar voor hun eigen succes blijven ze zelf verantwoordelijk.

    • Aernout Bouwman-Sie