Dubbeldekker had geen vergunning

Het bedrijf dat de open dubbeldekkerbus verhuurde waarin maandagavond drie Utrechtse studentes gewond raakten, was niet bevoegd om betaald vervoer te verzorgen. De vrouwen kwamen met hun hoofd tegen een viaduct. Verhuurder Otte had geen zogenoemde ‘communautaire vergunning’.

De Rijksdienst voor het Wegverkeer heeft de open bus wel gekeurd, maar heeft niet gecontroleerd of aan de eisen was voldaan om betaald groepsvervoer te leveren, waarvoor een dergelijke vergunning nodig is. Normaal gesproken richt verhuurder Otte zich op trouwpartijen, en daarvoor is geen communautaire vergunning nodig. Een woordvoerder: „De bus was aangemeld voor privévervoer en is daarop gekeurd.” Zo is niet gecontroleerd wat er zou gebeuren als personen boven de constructie zouden uitkomen. De politie vermoedt, aldus een woordvoerder, dat de gewonde studentes „op een verhoging in de bus zijn gaan staan”.

De bustak van verhuurbedrijf Otte was ook niet aangemeld bij werkgeversorganisatie KNV Bus. Een KNV-veiligheidskeurmerk ontbrak. Dit is overigens niet verplicht.

Tot 1 januari 2010 kende Nederland – in plaats van de communautaire vergunning – twee soorten vergunningen. Eén voor besloten (niet openbaar) busvervoer en één voor beperkte vergunninghouders: kleine commerciële ondernemingen zoals Otte. Na de afschaffing van die losse vergunning vroegen veel kleine partijen geen communautaire vergunning aan, maar gingen ze wel door met het personenvervoer, stelt KNV.

Twee van de drie slachtoffers van hockeyvereniging Rinoceros zijn inmiddels uit het ziekenhuis ontslagen. Het derde meisje heeft de intensive care verlaten. De politie doet onderzoek naar de vergunningen van verhuurde Otte. Zowel de voorzitter van Rinoceros als de politie wil niet zeggen of er is betaald voor de huur van de bus. De bestuurder had wel de juiste rijbewijzen en het bedrijf beschikte over de goede verzekeringen.