'De wereld gaat naar de klote door arbeidsethos'

Wat staat er in de boekenkast van bekende namen uit de wereld van de economie? Henk van der Kolk, voorzitter van FNV Bondgenoten: „Hugo Borst is een etterbak, maar ook supergevoelig.”

Foto Andreas Terlaak Nederland, Leusden 10-08-2011. Portret van Henk van der Kolk, voorzitter van FNV Bondgenoten. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Eppo König

Lezen en sores gaan niet samen bij Henk van der Kolk. „Dan komen de boeken niet binnen”, zegt de voorzitter van Bondgenoten, de grootste FNV-bond. Lezen doet hij tijdens vakanties. Op Terschelling bijvoorbeeld, waar Van der Kolk uitrust na het ledenreferendum ‘Casinopensioen Nee!’over het pensioenakkoord (96,2 procent tegen). Zijn vrouw sleept de boeken aan. „Die koopt in en heeft levendige ruilhandel met vriendinnen”, zegt hij.

„Isabel Allende, Gabriel García Márquez en Mario Vargas Llosa. Dat zijn nou schrijvers, die boeken blijven hangen. Niet eens de verhaallijnen, maar vooral de sfeertekening. Het zijn boeken met een sociale onderlaag, over kleine mensen in de grote geschiedenis. Waar ik wel eens jaloers op ben, is de opgewektheid in Zuid-Amerika. Die levensdrang in bikkelharde samenlevingen. Ongelofelijk. Ikzelf ben best opgewekt en heb gevoel voor humor. Maar tegelijkertijd, nou ja, ik ben niet zwaar op de hand, maar wel ernstig, serieus.

„Op school las ik voor mijn boekenlijst De wereld gaat aan vlijt ten onder van Max Dendermonde. Geen idee meer waar over het gaat, maar wat me er altijd van is bijgebleven: de wereld gaat naar de klote door ons arbeidsethos. Door alles wat we willen bouwen, maken, produceren. Het leven is een ratrace – die gedachte zit erin. Op momenten als dit, de financiële crisis, denk ik daar aan.

„Jan Siebelink, Knielen op een bed violen. Het is niet het mooiste boek dat ik ooit heb gelezen, maar het doet me het meeste denken aan mijn jeugd. Het speelt zich af aan de boorden van de IJssel, waar ik ook vandaan kom, en gaat over zijn strijd tegen zijn religieuze achtergrond, zijn vader. Ik ben aan de goeie kant van de IJssel opgegroeid. Nederlands Hervormd, redelijk zwaar, maar aan de overkant zat de echte zwarte kousenkerk. Toen ik ’s zomers voor het eerst de rivier overzwom, dacht ik: daar staat God om me te straffen.

„Het is een standaardwerk, maar toch: In Europa van Geert Mak. Het heeft me wat tijd gekost om er doorheen te ploegen – ik heb het uitgesmeerd over twee vakanties. Het knappe is hoe Mak beschrijft hoe historische figuren soms door toeval op hun plek zijn gekomen. Zoals Hitler, die tijdens de Eerste Wereldoorlog in de loopgraven zit en geweldige frustraties ontwikkelt. De loop van de geschiedenis is grillig. Wat het mij leert is: neem het leven niet zo ingewikkeld. Relativeer vooral je eigen rol. Morgen is er weer een dag.

„Pil van Mike Boddé heb ik niet zo lang geleden gelezen. Boddé is die cabaretier die depressief was en veel baat had bij medicatie. Mijn vrouw zei, dit moet je lezen. Waarom: nou, ik heb een jaar of veertien geleden een melanoom gehad, een vorm van kanker, niet zo best. Het is uiteindelijk allemaal reuze meegevallen, maar ik heb er mentaal een enorme klap van gekregen. Ik werd depressief en heb er lang over gedaan om er uit te komen. Met medicatie en vooral psychotherapie: haptonomie, een combinatie van fysiek en mentaal. Ik voer nog wel eens gesprekken, gewoon om het koppie een beetje recht te houden. Je kunt altijd opnieuw wegzakken. Ik heb een drukke baan, die niet altijd even vrolijk is.

„Als je nou vraagt welk boek me het meest heeft geraakt: Alle ballen op Heintje van Hugo Borst. Die Borst is een ongelofelijke etterbak. Een vreselijke journalist, maar ook een supergevoelige man. In dit boek beschrijft hij hoe hij weer in contact komt met zijn oude team van de Kralingse voetbalclub WIA. Hein was de zwarte parel, een zwarte jongen die een geweldige toekomst voor zich had. Hij zou hogerop komen, naar Feyenoord gaan. Maar Hein was niet zo ambitieus, kreeg een paar flinke blessures. Borst komt hem ’s nachts bij toeval tegen: Hein is wegwerker geworden. Hij blijkt heel gelukkig getrouwd, maar wordt ziek en gaat de pijp uit. Hoe Borst dát beschrijft. De tranen rolden over mijn wangen. Zo menselijk. Zo klein. Zo mooi. Verder blijft Borst een ontzettende zeikstraal. Maar met een klein hartje.”