De som klopt. Hebben we dat, Kamerleden?

Hoeveel de steun aan Griekenland nu precies gaat kosten, is nog steeds onduidelijk. De oppositie vermoedt dat het kabinet een rookgordijn legt.

Premier Mark Rutte (VVD) tijdens het Kamerdebat van gisteren, met links naast hem minister Jan Kees de Jager (CDA) van Financiën. Foto's Roel Rozenburg Den Haag : 16 augustus 2011 De vaste commissie voor Financi‘n van de Tweede Kamer komt terug van zomerreces voor een algemeen overleg met minister-president Rutte en minister De Jager van Financi‘n. Tijdens dat overleg bespreekt de commissie de precieze omvang van de Nederlandse bijdrage aan het steunpakket voor Griekenland en de presentatie van dit pakket door de minister-president. © foto's Roel Rozenburg

Elbert Dijkgraaf zat zich gisteren flink te ergeren aan zijn collega’s in de Tweede Kamer. De SGP’er mocht de laatste woorden spreken van het vier uur durende debat over de Griekse reddingsoperatie, dat vanmiddag weer doorging. „Als je het wílt begrijpen, kun je het begrijpen.”

Dijkgraaf had het over de verschillende cijfers waarmee eerst premier Mark Rutte (VVD) en vervolgens minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) de Kamer confronteerden. Hij begreep ze, maar dat gold kennelijk niet voor al zijn collega’s. „Er is een rookgordijn van cijfers opgetrokken”, zei Ewout Irrgang (SP) bijvoorbeeld.

Zelf gaven de bewindslieden toe dat de afspraken over de miljardensteun voor Athene complex zijn. Toen De Jager hardop begon te rekenen, keek Rutte lachend in de richting van de Kamerleden. „Hebben we dat?”

De premier excuseerde zich nogmaals voor de verwarring die hij na de Eurotop op 21 juli had veroorzaakt, maar hield vast aan de juistheid van zijn betoog. „De som klopt.” Maar inderdaad, de presentatie was ongelukkig.

De Jager gaf zoveel mogelijk cijfers over de steunoperatie. Zelfs cijfers die nog onzeker waren. „Dat doen we om het vertrouwen van de Kamer te herstellen”, legde Rutte uit.

Maar al die goede bedoelingen waren niet voldoende. De linkse oppositie drong met succes aan op een plenair debat, dat vanmiddag werd gehouden. Een plenair debat geeft parlementariërs de gelegenheid om moties in te dienen.

Niet de steun aan Griekenland was het probleem voor de oppositie, maar vooral de presentatie. Wouter Koolmees (D66) zag een patroon. Om gedoogpartner PVV te vriend te houden, verhulde het kabinet volgens hem zo veel mogelijk de echte kosten. „Stop met het rooskleuriger voorstellen van zaken.” Als voorbeeld gaf Koolmees de betrokkenheid van de banken, die volgens hem overdreven wordt. Ze betalen niet de helft van de kosten, zei hij, zoals het kabinet beweert.

De bijdrage van de EU-landen aan de redding van Griekenland bedraagt 109 miljard euro, tegen een bijdrage van de banken van 106 miljard. Maar inderdaad, schreef De Jager vanochtend in een aanvullende brief, het gaat hierbij om onvergelijkbare grootheden. Zo worden leningen en uitgaven (zoals het opkopen van oude schulden) bij elkaar opgeteld. Het zijn dus geen „vergelijkbare grootheden van kosten” voor overheden en banken, aldus De Jager. Juist daardoor is het onduidelijk of de banken voor de helft bijdragen aan de redding.

Ronald Plasterk (PvdA) stoorde zich vooral aan de informatie die De Jager aan de Kamer had verstrekt op de ochtend van de EU-top van 21 juli. „De operatie zou zo’n 88, misschien 92 miljard gaan kosten”, aldus de financiële woordvoerder van de PvdA. Uiteindelijk gaat het om 215 miljard, inclusief de bijdrage van de banken. „Hoe kan het zijn dat we zo op het verkeerde been zijn gezet?”

Volgens Rutte is de verklaring simpel. Door de betrokkenheid van de banken én door de verlenging van de looptijd tot 2020 is het pakket meer dan verdubbeld. „Door die periode te verlengen komt er rust. En dat is goed.” Maar waren de ambtenaren op Financiën op de ochtend van de EU-top hiervan dan niet op de hoogte, vroeg Plasterk. „Nee”, bezwoer De Jager, „zelfs de huidige cijfers zijn onzeker.” Eén troost had de bewindsman. „We vragen pas instemming aan de Kamer als alle cijfers duidelijk zijn.”

Plasterk hield zijn twijfels over de informatie van het kabinet. Net als D66-Kamerlid Koolmees dacht ook hij te weten waarom het kabinet onduidelijk is over de cijfers: vanwege de PVV, die bij een eerder debat hard had uitgehaald naar Rutte. „Ik blijf het een bezopen toestand vinden dat het kabinet steunt op een partij die vindt dat de premier het belang van Nederland verkwanselt.”

Gisteren hield de PVV zich rustig. Wel riep Teun van Dijck de PvdA op het kabinet in de Griekse kwestie niet te steunen. „De heer Plasterk kan voorkomen dat er weer 109 miljard belastinggeld richting Griekenland gaat.” Maar, vroeg SP’er Irrgang toen, de PVV kan toch zelf de stekker uit dit kabinet trekken? Dat zal niet gebeuren, verzekerde Van Dijck, verwijzend naar de gedoogverklaring. „De PVV staat voor haar afspraken.”

Aldus

„Ik dacht al: Waar blijft Dance Valley, maar het is gelukt.”

Premier Mark Rutte, nadat er opmerkignen werden gemaakt over zijn bezoek aan het festival Dance Valley.

„We drinken de beker helemaal leeg.”

Premier Rutte, toen bleek dat er vandaag verder wordt gedebatteerd.

„Dit dreigt een beetje Return of the Nerds IV te worden.”

Ronald Plasterk (PvdA), nadat minister De Jager (Financiën) veel technische informatie had gegeven.

„Tja, wil de heer Plasterk deze informatie nu wel of niet? In de krant en op tv zegt hij steeds dat hij deze informatie wil.”

Minister De Jager reageert weer op Plasterk.

    • Erik van der Walle