De haren netjes gekamd

Marcel van Roosmalen is bij het voorzittersdebat tijdens de Leidse introductieweek.

Alle voorzitters waren het met elkaar eens: studie was het allerbelangrijkst.

Naar Leiden, want het nieuwe studiejaar is in aantocht, reden om deze rubriek de komende weken om te dopen tot ‘Marcel studeert’, waarin de steekwoorden ‘studenten’, ‘studentenleven’ en ‘studeren’ tot vervelens toe zullen terugkeren.

Goed, fotograaf Jan-Dirk en ik vonden onszelf terug in de Hooglandse Kerk in Leiden, waar een paar honderd nieuwe studenten klaar zaten voor een van de hoogtepunten van de ‘El Cid week’ – een Leids woord voor introductieweek – het ‘voorzittersdebat’. Op schoot een linnen tas met brochures en prulletjes van hoofdsponsor ABN Amro, waarop met grote letters Verleidelijk Leiden was geprint.

Op een verhoging stonden de voorzitters van de vijf grootste studentenverenigingen van Leiden, de haren gekamd, allemaal de netste kleertjes aan.

Meneer Paul van der Heijden, de rector magnificus van de plaatselijke universiteit, shuffelde met een microfoon in de hand door het gangpad. Hij sprak van ‘enerverende dagen’ en ‘nieuwe werelden ontdekken’. We mochten het gerust weten: hij was maar wat trots op De Sleutelstad, waar studenten van oudsher geworteld waren en het studentenverenigingsleven bloeide als nergens anders, met al zijn tradities. „En laten we dat vooral ook zo houden...”

Hij voegde er wel aan toe dat de studie er niet onder mocht lijden, maar daarvan was iedereen al lang op de hoogte: de studie was het aller-, allerbelangrijkste van alles.

De heer Van der Heijden: „Universiteit en verenigingen zitten wat dat betreft op een lijn, fijn!”

Hij schetste wat ging komen. Hij had drie prikkelende stellingen in petto – de eerste verklapte hij al vast: ‘Studie is belangrijker dan aanwezigheid op de vereniging’ – waarop de voorzitters van de studentenverenigingen een voor een mochten reageren. „En daarna vliegen ze elkaar in de haren.”

Hij haalde een iPhone uit de zak van zijn colbert en zei dat het een interactief gebeuren was: we mochten meedoen!

„Op de grote schermen zal uw twittertweet worden vertoond... En er zal op worden gereageerd...”

Het begon.

Alle voorzitters van alle verenigingen waren het met elkaar eens: studie was het allerbelangrijkst.

Op de schermen verschenen de eerste tweets, die tot grote hilariteit leidden.

GEIL!!! #vdz

TINTELENDE MASAGEOLIE GEKREGE. BLIJK IK ALLERGIES TE ZIJN. MIJN KUT STAAT AL DAGE IN DE FIK! #vdz

#vdz bij welke vereniging zitten de mooiste dames?

#VDZ laat iemand mr. Augustinus een doekje geven... Hij zweet de ballen uit z’n broek.

@Minerva er zit een vlek op je jasje! (linkermouw) #vdz

„Aaah”, de eerste tweets, constateerde de heer Van der Heijden, die uit het ruime aanbod een vraag ‘destilleerde’ – „Waar is het bier het goedkoopst?” – daarna richtte hij zich tot ‘de techniek’ om ‘de twitterfontein te stoppen’.

Dat gebeurde.

Het debat ging voort, ik zal je er verder niet mee vervelen, het was alleen voor studenten uit Leiden interessant, een wat smalle doelgroep.

Ik bestudeerde de voorzitters, over het algemeen vroegoude jongeren die goed uit hun woorden kwamen. Er zat een meisje tussen in een blauwe, wat afzakkende galajurk, op haar wangen wat resten blauwe verf. Ze was van studentenvereniging Catena, er zaten wat aanhangers van haar in de kerk, die waren volledig blauw geverfd, het leek me vooral een reden om van die vereniging geen lid te worden, maar goed we waren niet echt de doelgroep.

Het kostte moeite om niet weg te zakken, eigenlijk begreep alleen Nils Rurenga, de voorzitter van Traditionsverein Minerva, dat een debat ook moest amuseren. Minerva, geen club die bij voorbaat veel sympathie opwekt, maar – eerlijk is eerlijk – meneertje Rurenga maakte er nog wat van in zijn kostuum uit 1920.

Met bekakte stem vroeg hij zich af welke vereniging er nog meer een eigen zweefvliegtuig had en welke vereniging er nog meer drie zeilboten had. Het antwoord ‘niemand’ verleidde hem tot een langgerekt ‘ahaa’.

Vanaf dat moment draaide alles om hem.

De ontgroening kwam ter sprake, iets waar veel aankomende studenten voor terugdeinsden, bang als ze waren om mishandeld te worden.

Volgens de jongeheer Rurenga allemaal nonsens, die mede door de BNN-televisieserie Feuten de wereld in waren geslingerd.

„Denkt u nu werkelijk dat lieden als Alexander Pechtold, koningin Beatrix en kroonprins Willem-Alexander naar onze reünie zouden komen als ze bij ons in het verleden vernederd waren? Ik dacht het niet.”

De echte vraag – of er ook mensen niet naar de reünie kwamen omdat ze waren vernederd of mishandeld door Alexander Pechtold, koningin Beatrix of prins Willem-Alexander – werd niet gesteld.

Na meer dan twee uur maakte rector magnificus Paul van der Heijden een einde aan het debat. Zelf had hij het ‘onderhoudend’ gevonden, hij hoopte dat het ‘richtingbepalend’ was geweest voor ‘de moeilijke keuze’ die nieuwe studenten moesten maken.

    • Marcel van Roosmalen