Zijn jongens en meisjes gebaat bij gescheiden les?

Volgens onderwijsdeskundige Jaap Dronkers is het best een goed idee, het in specifieke lessituaties scheiden van jongens en meisjes. „Dan kun je de didactiek aanpassen aan hun verschillende eigenschappen. Het huidige onderwijs is meer gericht op zelfstandig werken, waar meisjes goed in zijn. Jongens raken gemotiveerder als je er een wedstrijd van maakt.” Volgens Dronkers moet onderwijs voor jongens „meer een safari” zijn. „Je kan zeggen: er is een eerste, een tweede en een derde plaats. Dat werkt bij jongens.” Bij wiskunde zouden meisjes in een meisjesklas volgens Dronkers niet meer wachten totdat jongens het goede antwoord geven. Net zoals jongens bij taalonderwijs niet gedemotiveerd raken doordat veel meisjes er beter in zijn.

Maar Dronkers collega Paul Jungbluth is tegen gescheiden onderwijs. Hij benadrukt dat de verschillen tussen jongens en meisjes klein zijn, terwijl de verschillen binnen de groepen groot zijn. Er zijn veel jongens goed in talen en slecht in wiskunde. Jungbluth ziet daarom onvoldoende aanleiding om het onderwijssysteem overhoop te halen.

Jungbluth vermoedt dat andere motieven bij het voorstel van Kuiper een rol spelen, vanwege diens christelijke achtergrond. „Ik vraag me af of hij werkelijk gelooft in de gelijkheid van man en vrouw”, zegt de onderwijsspecialist.

Dat er geen fundamenteel debat meer is over de vraag of vrouwen abstract kunnen denken, noemt hij een groot voordeel van gemengd onderwijs. En dat jongens vaker zonder diploma van school gaan, wijt hij deels aan de dominantie van vrouwelijke docenten in het onderwijs, waardoor jongens hun ei niet kwijt kunnen. Verder zijn veel jongens er volgens Jungbluth minder van overtuigd dat goed onderwijs van belang is voor hun toekomst. Hij vindt dat onderwijzers daaraan moeten werken. „Net zoals meisjes geleerd moet worden hoe ze, als ze eenmaal aan het werk zijn, door het glazen plafond kunnen breken.”