Zestig beelden

Dit zal ik missen: op een zonnige zomerdag op de hoek van de Apollolaan en de Beethovenstraat in Amsterdam-Zuid uit de tram stappen en dan de gouden vonken zien springen uit Jan Fabre op de rug van zijn reusachtige bronzen schildpad.

Magisch moment, elke keer weer.

Het is een van de dominantste beelden van de beeldenroute ArtZuid op de Apollolaan, de Minervalaan en de Zuidas, die op 26 mei begon en op 28 augustus voorgoed ophoudt te bestaan. Daarna zullen we deze indrukwekkende reeks van zo’n zestig beelden in deze samenhang alleen nog maar in een catalogus kunnen bewonderen.

Het is een groot artistiek succes, dit initiatief dat in 2009 zijn eerste aflevering beleefde. Je ziet voortdurend bezoekers, jong en oud, de beeldenroute aandachtig aflopen, plattegrond in de hand, verbaasd over de grote namen en interessante werken waar ze gratis op getrakteerd worden: Rodin, Miró, Permeke, Dubuffet, Tinguely, Arp, Corneille, Henneman, Gubbels, noem maar op.

Toen ik de eerste keer ging kijken, was het beeld van Fabre een van de eerste beelden die ik er zag – en het gaf me meteen een schok. Ik had het nooit eerder gezien en ik wist niet wat ik zag. Ja, ik herkende Jan Cremer, een van de samenstellers van deze beeldenroute, zoals hij destijds op de cover van zijn bestseller op een Harley Davidson zat, maar wat deed hij daar op die schildpad? Of was het Jan Fabre die de gedaante van Cremer had aangenomen. Maar waarom dan?

Ik zag dat de sculptuur Searching for Utopia heette, en volgens het bijbehorende bordje beeldde Fabre zichzelf af, vanaf de kust zoekend naar het eiland uit het boek Utopia (1516) van de Engelse staatsman en humanist Thomas More, een imaginair eiland met een ideale politieke wetgeving. De schildpad zou erop duiden dat het doel niet snel, maar juist heel langzaam bereikt dient te worden. Ik zou eerder zeggen: zál worden.

Interessant, al die interpretaties. Het wemelt ervan op de bordjes langs de route, maar ze hebben bijna altijd iets onbevredigends. Een goed beeld heeft geen uitleg nodig, het staat op zichzelf (of het hangt of zweeft, dat komt op deze route ook voor, zoals het vliegtuig-in-de-bomen van Joost Conijn), en de uitleg kan zelfs afbreuk doen aan de eerste indruk. Als ik de titel van Fabres sculptuur niet had geweten en ik had geen uitleg gelezen, zou ik niet begrepen hebben wat hij ermee bedoelde – maar ik zou het toch een adembenemend kunstwerk hebben gevonden. En ik zou er beter mijn eigen fantasieën op hebben kunnen loslaten.

Een van de meest intrigerende kunstwerken is Every minute is special van Sylvie Fleury, een Zwitserse. We zien een pilote met blootliggende, gouden hersens in een vliegtuigje zitten dat op een penis lijkt. Ik heb eerst een minuut of vijf een interpretatie proberen te bedenken, maar ik kwam er niet uit. Was het een spottende aanval op het feminisme of juist op het machisme? Was het de vrouw die de man aan zich ondergeschikt maakte, of moest ze zich onderwerpen aan zijn kracht?

Daarna zocht ik de uitleg in de catalogus op. De schrijver bleef ook gissen, zag ik. Zijn vermoeden: de man verovert het luchtruim met zijn penis, maar de vrouw ziet haar hersens (goud!) als haar kapitaal.

Aardig bedacht, maar het is niet uitgesloten dat Fleury iets heel anders bedoeld heeft. Dat geeft ook niet. Belangrijker is dat ze ons even aan de grond heeft genageld, daar op dat middenplantsoen aan de Apollolaan.

    • Frits Abrahams