Wegwezen hier!

Wonen in Sydney is duur. Bovendien wordt er geklaagd over het openbaar vervoer, een tekort aan kinderopvang, wachtlijsten bij de ziekenhuizen. En iedereen wil barbecuen, dus iedereen moet een tuintje. De stad wordt te vol. Wie weg wil krijgt geld toe.

De familie Murphy heeft genoeg van de ratrace. Elke ochtend staat Naiomi Murphy (30) om half zes op om anderhalf uur te filerijden naar haar werk als manager van een winkelcentrum in de binnenstad van Sydney. Haar man Matthew (31) haalt hun zoontje Kyle van drie uit bed, stopt hem in bad, geeft hem ontbijt en brengt hem naar de kinderopvang, voordat hij zelf naar zijn werk rijdt. Als Naiomi om zeven uur thuiskomt, kan ze Kyle nog een uurtje zien voor hij gaat slapen.

„Soms voel ik me net een alleenstaande vader”, zegt Matthew. Zelf heeft hij een extra bijbaan in het weekend, anders kunnen ze hun huis niet betalen. Een tweede kind kunnen ze zich niet veroorloven.

Dit moet veranderen, vindt de familie. Volgende week verhuizen ze naar provinciestad Bathurst, waar de meeste Sydneysiders alleen als scholier komen op goudzoekersexcursie. Twee uur rijden van hun aangeharkte voorstad, aan de andere kant van de Blue Mountains. Weg van hun favoriete restaurants en hun familieleden, die allemaal in de buurt wonen. Maar Naoimi hoeft daarvandaan hoogstens een kwartier naar haar werk te reizen. „Het is ook het tempo van leven in de provincie. Veel meer ontspannen”, zegt Matthew.

Bovendien kunnen ze daar ruimer wonen. Bijna hadden ze vorige maand meer dan 500.000 Australische dollar (360.000 euro) neergelegd voor een huis met twee slaapkamers en anderhalve hectare grond in een andere voorstad van Sydney. Op het laatste moment bleek het vergeven van de termieten. Toen kwam Bathurst in beeld, en zagen ze op internet een huis met 26 hectare grond voor minder dan een half miljoen.

Matthew: „We dachten: waar zijn we mee bezig? Dit hadden we veel eerder moeten doen.” Naiomi: „Met dat andere huis hadden we financieel tot het uiterste moeten gaan, alleen maar om in Sydney te blijven. En ik had nog steeds drie uur per dag moeten reizen.”

De regering van New South Wales, de staat waar Sydney ligt, hoopt dat meer families het voorbeeld van de Murphy’s zullen volgen. De familie wordt waarschijnlijk een van de eerste ontvangers van een ophoepelpremie van 7.000 Australische dollar (5.000 euro). Sinds 1 juli betaalt de regering van New South Wales dat bedrag aan elk gezin dat zijn huis in Sydney verkoopt en verhuist naar de provincie.

Sydney wordt te vol. Nu al woont een op de vijf Australiërs in de grootste stad van het land, oftewel 4,5 miljoen mensen. De voorspelling is dat dat aantal in de komende dertig jaar met 40 procent zal groeien. Intussen kunnen provinciesteden als Bathurst elke nieuwe bewoner gebruiken.

Matthew heeft de stad zien veranderen, vertelt hij. Hij groeide op in Blacktown, een andere westelijke voorstad. Sinds Afrikaanse immigranten de wijk overspoelden, heeft de laagbouw rond het metrostation er plaatsgemaakt voor torens met appartementen.

Maar de infrastructuur en voorzieningen hebben geen gelijke tred gehouden met de groeiende bevolking. Mensen klagen over gebrekkig openbaar vervoer, een tekort aan kinderopvang, wachtlijsten bij de ziekenhuizen en te weinig politie, zegt wethouder en voormalig burgemeester van Blacktown Leo Kelly. „Het is een hele hoop, en de achtereenvolgende regeringen van de staat hebben het niet kunnen bijhouden.”

Dezelfde klachten zijn in de rest van de stad te horen. Sommige buitenwijken zijn nauwelijks te bereiken met het openbaar vervoer, omdat beloofde metro’s nooit zijn gebouwd. De metro’s die wel rijden, zitten in de spits zo vol dat je moet staan. Op de beruchte Paramattaweg naar het westen staan kilometerslange files.

Bovendien betalen gezinnen grof geld voor een plekje in de stad. De gemiddelde huizenprijs in Sydney ligt omgerekend rond de 440.000 euro – het dubbele van tien jaar geleden. Zelfs wie anderhalf uur van het centrum woont, is niet goedkoop uit. Australiërs willen allemaal een achtertuin waar ze kunnen barbecuen, dus de stad spreidt zich steeds verder uit. Al die mensen moeten weer naar hun werk in de binnenstad, en verstoppen de wegen.

De grote groei komt voor een groot deel door het beleid van massa-immigratie dat Australië al jaren voert. Een kwart van de Australiërs is geboren in het buitenland. De vorige premier Kevin Rudd pleitte nog openlijk voor een Groot Australië, waarbij de bevolking zou groeien van 22,7 miljoen nu tot 35 miljoen in 2050.

Een groot deel van die nieuwe bewoners komt van het programma van ‘geschoolde migratie’: van tegelzetters tot apothekers tot vliegtuigonderhoudsingenieurs – beroepen waaraan in Australië een gebrek dreigt. Samen met gezinshereniging haalde het land daarmee in 2010 zo’n 170.000 nieuwe migranten binnen.

Het probleem is dat gemiddeld 40 procent van de nieuwkomers neerstrijkt in Sydney, terwijl er grote delen van Australië zijn waar een atoombom kan vallen zonder dat er iemand omkomt, zoals een politicus uit de Outback het een keer zei. Daar zit men juist te springen om nieuwe mensen, want meer bewoners betekent meer voorzieningen.

Die massa-immigratie zorgt er ook voor dat in New South Wales de meeste racistische gevoelens heersen, blijkt uit een enquête van de Universiteit van West-Sydney. Ruim de helft van de bewoners maakt zich zorgen over moslims en bijna de helft vindt dat er etnische groepen zijn die niet in de Australische samenleving passen.

„Mensen zijn bezorgd dat migranten zich niet aanpassen”, zegt hoogleraar Kevin Dunn, een van de leiders van het project. Maar ondanks de cijfers maakt hij zich weinig zorgen. In wijken waar al lang migranten wonen, zoals Chinatown, is de tolerantie een stuk groter dan in wijken die net door een nieuwe golf migranten zijn overspoeld. Anders dan in Europa, heeft premier Julia Gillard onlangs haar steun uitgesproken voor de multiculturele samenleving. „Als je kijkt naar hoe divers we zijn, doen we het lang niet slecht. De bezorgdheid gaat meer om groei, dan om immigratie.”

„De federale regering is verantwoordelijk voor immigratie, maar de regering van de staat moet de voorzieningen bouwen. En die heeft daar niet genoeg geld voor”, zegt wetenschapper en milieu-activist Tim Flannery. Om de stad leefbaar te houden, zouden volgens hem de belastingen moeten worden verhoogd. Of de immigratie moet verminderen. Maar dat is een moeilijk bespreekbaar thema, in een land dat tot 1973 een ‘Wit Australië Beleid’ voerde om niet-Europeanen buiten te houden. Flannery: „Het ligt gevoelig, maar het is iets waar we over moeten nadenken.”

Slechts weinigen verwachten dat de bonus van 7.000 dollar veel Sydneysiders zal doen vertrekken. Sydney heeft de best betaalde banen. Er is het strand, de mooie winkels, de goede restaurants. En de vooroordelen over de bush zijn groot. Stadsbewoners willen niet op een Flying Doctor moeten wachten als ze hun been breken.

„Australiërs houden ervan om dichtbij de oceaan te wonen”, zegt James Treloar, oud-burgemeester van Tamworth, dat 400 kilometer van Sydney ligt. Hij is woordvoerder van Evocities, een organisatie die bewoners van Sydney stimuleert om te verkassen naar Tamworth of een van zes andere steden in de provincie. Hij worstelt met negatieve stereotypen, die versterkt worden door mediaberichten over natuurrampen op het platteland. „Mensen hebben het idee dat er in de provincie nooit genoeg water is, en dat je huis om de haverklap in brand vliegt. Ze denken dat verhuizen naar Tamworth zoiets is als een levenslange veroordeling tot de wildernis.”

Hij vertelt de twijfelaars dat er in Tamworth ook galeries zijn, dat je er naar het theater kunt, er universiteiten zijn en dat je er voor bijna alle medische behandelingen terecht kunt. Dat er genoeg banen zijn voor leraren, verplegers, brandweermannen, monteurs. Tegen hetzelfde salaris als in Sydney, waarvoor je in de provincie een veel mooier huis kunt kopen. „Al dat soort mensen zijn veel beter af in Tamworth.”

Voor de Murphy’s wordt het binnenkort werkelijkheid. Naiomi heeft al onderzoek gedaan, en tot haar verbazing draaien ze in Bathurst ook de nieuwste bioscoopfilms. Zij heeft er al een baan gevonden. Haar zus belooft af en toe langs te komen met de cakes waar ze zo van houdt. Voor de rest denkt de familie weinig in Sydney te zullen missen.

Morgen: Sydney in foto’s

    • Elske Schouten