VN: na Darfur ook oorlogsmisdaden in regio Kordofan

Het Noordsoedanese regeringsleger begaat mogelijk misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in de regio Kordofan. Dat staat in een gisteren gepubliceerd rapport van de Hoge Commissaris van de Mensenrechten van de Verenigde Naties.

Kordofan ligt in Noord-Soedan en wordt bewoond door zwart-Afrikaanse Nuba’s en Arabische volkeren. Aan de vooravond van de lang bevochten onafhankelijkheid van het zwarte Zuid-Soedan, op 9 juli, brak er een gewelddadig conflict uit waarbij de Nuba’s doelwit werden.

Volgens de Amerikaanse gezant voor Soedan, Princeton Lyman, dreigt het conflict in Kordofan zich uit te breiden naar aangrenzende regio’s in Noord-Soedan en naar Zuid- Soedan. De VS en Frankrijk probeerden vorige week de VN-Veiligheidsraad achter een resolutie te krijgen waarin Noord-Soedan wordt veroordeeld voor zijn optreden in Kordofan, maar Rusland en China blokkeerden dit.

Het VN rapport gaat alleen over de maand juni, toen de gevechten uitbraken. Sindsdien heeft de VN zich moeten terugtrekken uit Kordofan en kan geen onderzoek meer doen.

Het rapport meldt standrechtelijke executies door het Noordsoedanese leger van Nuba’s, massagraven, bombardementen op burgerdoelen, huiszoekingen en willekeurige arrestaties en bombardementen op landingsbanen om hulporganisaties te hinderen. Het haalt een ooggetuige aan die zegt 150 lijken in een kazerne te hebben gezien.

Noord-Soedan lijkt VN conventies aan zijn laars te lappen. Er zijn volgens het rapport acht VN-medewerkers gearresteerd. Een medewerker van de VN werd geëxecuteerd. Bij het VN-kamp in de regionale hoofdstad Kadugli werden ontheemden door het Noordsoedanese leger ontvoerd en een ziekenauto die gewonden wilde evacueren werd tegengehouden bij een wegversperring.

De operaties van het Noordsoedanese leger worden gecoördineerd door de gouverneur van Kordofan, Ahmed Haroun, die door het Internationale Strafhof(ICC) al is aangeklaagd wegens vermeende oorlogsmisdaden in de Westsoedanese regio Darfur.

De Noordsoedanese president Omar al-Bashir verklaarde na de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan van Noord-Soedan een zuiver Arabische en islamitische staat te willen maken. De Nuba en andere Afrikaanse volkeren in het noorden lijken daarvan het slachtoffer te worden.

Een rebellengroep van Nuba, die vocht met de verzetsbeweging in het zuiden, is in het tegenoffensief gegaan en heeft naar eigen zeggen overwinningen geboekt op het Noordsoedanese leger. Deze gewapende Nubagroep voert overleg met verzetsbewegingen in Darfur om een gemeenschappelijk front te vormen. Zo lijkt er een nieuwe oorlog in Noord-Soedan te zijn begonnen.