Turk niet verplicht om in te burgeren

Turken in Nederland hoeven geen inburgeringsexamen af te leggen. De hoogste bestuursrechter verwierp vanochtend een hoger beroep van de gemeenten Vlaardingen, Rotterdam en Roermond.

Al eerder oordeelden lagere bestuursrechters dat Turkse inwoners niet onder de inburgeringsplicht vallen omdat het associatieverdrag van de Europese Unie met Turkije dat verbiedt. Daarin staat dat lidstaten geen extra belemmeringen voor de arbeidsmarkt op mogen werpen voor Turkse migranten die worden gezien als toekomstige EU-burgers. Aangezien zakken voor het examen een verblijfsvergunning in gevaar kan brengen, vindt de rechter dat de inburgeringsplicht juist een obstakel is voor het vrije verkeer van Turkse arbeidsmigranten.

In de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep wordt vastgesteld dat een lidstaat niet bevoegd is het stelsel van geleidelijke integratie van Turkse staatsburgers op de arbeidsmarkt eenzijdig te wijzigen. Ook mag een lidstaat geen maatregel toepassen waardoor de uitoefening van uitdrukkelijk door de EU aan Turkse staatsburgers toegekende rechten wordt beperkt. De Centrale Raad baseert zich daarbij op een serie uitspraken van het Europese Hof in Luxemburg over deze kwestie.

De inburgeringsplicht voor Turkse arbeidsmigranten wordt door een Kamermeerderheid juist gewenst. Ook het kabinet is er voorstander van. Zij zien het inburgeringsexamen juist als steun bij het krijgen van een baan, niet als een drempel. Onder deskundigen bestaat al jaren onrust over de inburgeringsplicht voor Turken, waarvan de strijdigheid met het Europese recht volgens velen al tevoren vaststond. Nederland verloor al menige procedure in Luxemburg, maar hield toch vol. Behalve drie gemeenten was ook het ministerie van Binnenlandse Zaken in beroep gegaan.