Politieke corruptie vergiftigt de straat

Britse politici vermanen de relschoppers, maar hebben zelf geen schone handen.

Ook in Nederland komt de macht steeds vaker in opspraak wegens corruptie.

Illustratie Thomas Schats

Veel is al gezegd over de mogelijke oorzaken van de rellen in het Verenigd Koninkrijk. Eén aspect hoorde ik nog maar weinig aan de orde komen en dat is de verwoestende werking van politieke corruptie op het rechtsbesef van de gewone burger. Een effect dat het meest voelbaar is in de onderste lagen van de samenleving, waar de ervaren machteloosheid ten opzichte van het politieke en juridische systeem het grootst is. Het is een ontwikkeling die de maatschappij aan haar wortels sloopt en die ik van dichtbij zag in vele Afrikaanse landen. Ook Europa zal hiervoor niet onkwetsbaar blijken.

Het fatalisme waarmee de relschoppers in Groot-Brittannië hun gang denken te kunnen gaan – „This is our justice” – doet denken aan de houding van de plunderaars en geweldplegers in Kenia na de laatste parlementsverkiezingen, in Zuid-Afrika tijdens de uitbarstingen van vreemdelingenhaat in 2008 of in Mozambique toen de regering vorig jaar de broodprijs dreigde te verdubbelen. Los van de directe aanleiding voor het geweld is het profiel van de deelnemers eraan vergelijkbaar: een batterij kansloze jongeren met weinig beters te doen, gecombineerd met mensen met een gezin, een baantje of een eigen bedrijfje die zich evengoed gedragen alsof ze niets te verliezen hebben.

De afgelopen 2,5 jaar woonde ik in zes steden in verschillende Afrikaanse landen om daar het stadsleven te beschrijven. Ik sprak er onder andere met brave huisvaders en met kleine crimineeltjes. Hun opvatting over de wet was opvallend genoeg eender: waarom zou je je daaraan houden als zelfs de president hem aan zijn laars lapt? Onder verwijzing naar de alomtegenwoordige corruptie in alle geledingen van de macht legitimeerden zij hun eigen kleine overtredingen.

Amadinho, een mobieltjesdief uit Maputo, erkende dat de telefoons die hij verhandelde waren gestolen in Zuid-Afrika. Maar ze kwamen de Mozambikaanse grens over met een stempel van de omgekochte douanier. Zo was zijn koopwaar gelegaliseerd en deed hij in zijn ogen niets onwettigs. Een straatdealer in diezelfde stad vond ook dat hem weinig te verwijten viel: zijn heroïnehandel stond immers in geen verhouding tot de gigantische harddrugsdoorvoer in Mozambique onder auspiciën van de heersende politieke partij. En in de Nigeriaanse cybercafés haalden de Yahoo-Yahoo guys hun schouders op als ik opperde dat ze met hun internetzwendel de wet overtraden: dat deed de politieke elite immers ook ongestraft.

In dat perspectief zullen de relschoppers in Engeland ook de huidige verontwaardiging plaatsen van de Britse parlementariërs over hun criminele gedrag. De jongeren op straat zijn vast niet vergeten dat de leden van dat parlement in 2009 schuldig bleken aan frauduleuze declaraties waarmee honderdduizenden Britse ponden belastinggeld gemoeid was. En uitgerekend die politici denken hen terecht te kunnen wijzen?

De afgelopen jaren zakte Groot-Brittannië gestaag uit de top van weinig corrupte landen in de Corruptie Index van Transparency International. Het land staat nu op de twintigste plaats. Schandaal volgde er op schandaal. Premier David Cameron moest in juli nog een reis door nota bene Afrika afbreken om de grootschalige corruptieaffaire rondom het krantenimperium van Rupert Murdoch het hoofd te bieden, een schandaal waarbij ook politiechefs betrokken waren.

De index van Transparency International meet de perceptie van de corruptie in een land: hoe betrouwbaar de burgers de autoriteiten gemiddeld ervaren. In die zin schetst de index nog een rooskleurig beeld. Zou alleen worden gemeten aan de onderkant van de maatschappij, waar de afstand van en de scepsis over de machthebbers het grootst is, dan zou menig land er meer bekaaid van afkomen. En juist die onderste lagen kunnen de lont zijn in het kruitvat van de samenleving.

Wat ik hiermee wil betogen, is dat corruptie met afstand het meest bedreigende fenomeen is voor de sociale rechtsstaat en dat zich dat dezer dagen toont in Groot-Brittannië. De sociale textuur wordt door niets zozeer aan flarden geslagen als door een elite die niet deugt. Haar gedrag sijpelt door tot in alle lagen van de bevolking en vergiftigt de maatschappelijke verhoudingen op het meest basale niveau.

Hoe kan de politieke elite naleving van de wet eisen terwijl zij deze zelf met voeten treedt? Dat is een vraag die niet alleen in Afrika of in Engeland relevant is. Nederland bevindt zich al jaren comfortabel rond de zesde plaats van boven in de index. Toch moeten wij ons daardoor niet in slaap laten wiegen.

Steeds vaker komen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht in opspraak wegens grotere en kleinere gevallen van corruptie. Wethouders die zich laten fêteren door de bouwwereld, diplomaten die een goed woordje doen voor de subsidieaanvraag van een wel erg goede bekende, rechters die op verdenking van vriendjespolitiek en meineed het veld moeten ruimen, een agent die zich laat omkopen om een nieuw dienstpistool aan te prijzen en wijdverbreid gesjoemel met defensiematerieel, het zijn maar een paar recente voorbeelden.

De integriteit van het openbaar bestuur is het enige argument dat de openbare rechtsorde kan afdwingen. Dat voelt de burger haarfijn aan.

Femke van Zeijl is freelance journaliste en schrijfster met een focus op Sub-Sahara Afrika. Onlangs verscheen haar boek ‘Gin-tonic & cholera’, over het stadsleven in Afrika.

    • Femke van Zeijl