Onderwijs = jongens + meisjes

Het is een verwarrend voorstel van de voorzitter van de Besturenraad, de landelijke organisatie die ‘stem [geeft] aan het christelijk onderwijs in onze samenleving’. Jongens doen het in het voortgezet onderwijs iets minder dan meisjes, wat hij denkt te verhelpen door jongens en meisjes gescheiden de lessen in wiskunde en in de talen te laten volgen. De voorzitter haalt de dingen door elkaar. Hij constateert het ene (achterstand van jongens) en bedenkt maatregelen voor het andere (dat meisjes beter zouden zijn in talen en jongens in wiskunde, en dat ze elkaar daardoor in de les zouden fnuiken).

Jongens ontwikkelen zich, meestal, trager dan meisjes, vooral in hun puberteit. Dat komt slecht uit, want net in die periode volgen ze voortgezet onderwijs. Jongens zouden daar dus in het nadeel zijn vergeleken met meisjes, wier tempo van ontwikkeling wél spoort met de schoolgang. Bovendien is het onderwijs een stuk ‘taliger’ geworden dan het was en meer gebaseerd op sociale interactie en zelfstandig werken. ‘Vrouwelijker’ heet dat in de wandeling, maar in feite evolueerde het onderwijs conform de maatschappelijke ontwikkelingen. Sociale interactie en verbale vaardigheden hebben in heel veel beroepen aan belang gewonnen, dus ook voor mannen.

Moeten jongens, en meisjes, zo over één kam worden geschoren? Moeten ze groepsgewijs worden benaderd? Als de voorzitter een probleem ziet in de relatieve achterstand van de jongens, had hij, in zijn redenering, kunnen voorstellen om alle jongens twee jaar later naar het voortgezet onderwijs te laten gaan en dan in de klas bij jongere meisjes, dus van hun eigen niveau, te laten zitten. Maar hij grijpt het aan voor het verankeren van de traditionele rollen van man een vrouw: hij zoekt het bij wiskunde en talen, vakken waar de seksen zich graag onderscheiden. Veel jongens vinden het niet cool om Frans te leren. Meisjes laten giechelend weten dat ze van dat jongensvak wiskunde niks snappen. Het onderwijs moet aan dat soort vooroordelen niet toegeven, maar ze juist tegengaan. De vraag is: hoe?

Deze voorzitter van de Besturenraad wil aan die puberposes beantwoorden door het onderwijs in die vakken apart te geven aan jongens en meisjes. Maar werkt zo’n collectieve seksescheiding? Wie zegt dat er geen jongens zijn die net zo goed of beter les kunnen krijgen op dezelfde manier als die aan meisjes wordt gegeven? Geldt hetzelfde niet ook voor sommige meisjes? Het voorstel van de voorzitter van de besturenraad lijkt op het sanctioneren van de achterstand van ‘de’ jongens. Terwijl die per persoon aangepakt moet worden. Jongens zijn, net als meisjes, individuen en niet slechts onderdeel van een groep.