Marokkaanse homo’s

Monique Samuel verkondigt in haar stuk wel heel stellig dat de Arabische Lente de positie van homoseksuelen in de Arabische wereld niet heeft verbeterd (Opinie, 11 augustus). Ik begrijp goed dat zij op meer openheid hoopt en dat zij zich als lesbienne nog steeds niet vrij voelt in Egypte, maar enige nuancering is hier op zijn plaats.

Ik ben zelf homoseksueel en bezig met het filmproject I am gay and muslim. Voor dit project ben ik regelmatig in Marokko, zo ook tijdens de lentemaanden toen de zogenaamde Arabische Lente ook in Marokko aanbrak.

Hoewel de Marokkaanse 20 februari-beweging zich totaal niet richt op het verkrijgen van meer rechten voor homoseksuelen, voelen homo’s zich wel gesterkt door een licht veranderend klimaat waarin meer ruimte lijkt voor andersdenkenden. Marokkaanse homo’s pakken hun ruimte en eisen meer zelfverzekerd hun plekje op.

Vanwege mijn werkzaamheden heb ik tientallen homoseksuele, Marokkaanse mannen gesproken in het noordwestelijke kustgebied dat zich strekt van Tanger tot Casablanca. Ik zal het antwoord van Omar nooit vergeten, toen ik hem vroeg hoe jongens elkaar in godsnaam versieren in een samenleving die homoseksualiteit categorisch afwijst. De mysterieuze glimlach rond zijn mond en het raadselachtige „It’s a kind of magic” heb ik nog steeds niet kunnen doorgronden. Maar dat mannen elkaar hier bij de vleet versieren, daar ben ik intussen wel achtergekomen.

Natuurlijk, homo zijn in het patriarchale Marokko is nog steeds bijzonder lastig. De sociale revolutie waar Monique Samuel op hoopt is inderdaad nog niet ingetreden. Maar de verandering is ingezet, homoseksuelen in Marokko durven zich wel degelijk uit te spreken. Het lijden bestaat nog steeds, maar het is niet meer in stilte.

Chris Belloni

Amsterdam

    • Chris Belloni