Lubbers zit er (weer) naast

Het pleidooi van ex-premier Lubbers voor Europese obligaties, waarbij landen met een AAA-status borg staan voor minder kredietwaardige landen, is weer een aanslag op de fundamenten van de Monetaire Unie. Die kreeg haar beslag in het Verdrag van Maastricht, dat ooit werd ondertekend door Lubbers.

De eurozone drijft af naar een transferzone. De Europese Centrale Bank (ECB), ooit bewaker van de prijsstabiliteit, is intussen een bad bank geworden. In haar boeken staan tientallen miljarden euro’s aan Griekse junkobligaties en onverkochte Italiaanse obligaties. Europese verdragen verbieden financiële reddingsoperaties, maar die hadden al vier keer plaats.

Europees recht is soft law. De euro-obligaties vormen het jongste bewijs. Deze stap verandert de eurozone in een gemeenschappelijke schuldzone. Hierop volgt de ineenstorting van de Europese Unie.

Europese leiders die dachten dat de top van 21 juli een rustige zomer zou opleveren, kregen ongelijk. Italië, met een staatsschuld van bijna 120 procent, moet alleen al deze maand 36 miljard euro aan schuld afbetalen. Het Internationaal Monetair Fonds schat dat Italië de komende vijf jaar 340 tot 380 miljard euro aan ‘vers geld’ nodig heeft, hoewel de economie stagneert. Het is niet verwonderlijk dat investeerders, van banken tot pensioen- en beleggingsfondsen, weinig animo koesteren voor Italiaanse obligaties en voor de zekerheid een hoge rente eisen. Lubbers noemt hen daarentegen „speculanten”. Obligaties waren, althans tot voor kort, veilige beleggingen op langere termijn. Pensioenfondsen kijken naar de belangen van hun spaarders. Is dat speculeren?

De reactie van Lubbers is kenmerkend voor de vervreemding van de Europese elite. Toen de problemen rond Italië begonnen, riep voorzitter Barroso van de Europese Commissie op tot een „snellere versoepeling” van de regels van het Europese noodfonds om eurolanden in nood bij te springen. Ook het gegarandeerde kapitaal van dat fonds, 440 miljard euro, moest worden verhoogd. Dit noodfonds, aanvankelijk ontworpen voor een reddingsactie, wordt omgebouwd tot een kunstmatig ademhalingsapparaat voor eurolanden in moeilijkheden. De volgende dag verklaarde EU-commissaris Rehn, verantwoordelijk voor de euro, dat over Italië „geen reden tot zorg” bestond. Kort daarop bleek dat onjuist. De ECB begon met het opkopen van Italiaanse obligaties. Daarmee vormde de bank zijn rol als monetaire waakhond om tot die van politieke speler. De ECB koopt ‘rommel’.

De Europese elite heeft grote problemen om de eurocrisis te verklaren, maar denkt de vijand te hebben gevonden – ‘de populisten’. Barosso zei in het Europees Parlement: „Wij moeten niet toegeven aan populisten, extremisten en soms xenofoben die de Europese verworvenheden in twijfel trekken.” De Poolse premier Donald Tusk, roterend voorzitter van de EU: „Europa wordt vaak voortgedreven door interne factoren zoals verkiezingen en de druk van populisten.” Het is overigens geen geheim dat Tusk zichzelf ziet als opvolger van Barroso in 2014. Herman Van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad: „We moeten allemaal vechten tegen het gevaar van een nieuw euroscepticisme.”

Kritiek op de euro wordt gelijkgesteld aan ‘populisme’. Dit is een intellectuele oneerlijkheid. De euro is een politiek project op lemen economische voeten. Het kernprobleem, de groeiende concurrentiekloof tussen Noord en Zuid, is een direct gevolg van de euro. De Europese elite wil die kloof dichten met het opzetten van een transfersysteem, maar vreest de publieke terugslag van kiezers in betalende landen. Hun wordt daarom al bij voorbaat ‘populisme’ verweten – Finnen, Duitsers en Nederlanders.

Hoe ziet de weg naar de transferunie eruit?

1. De ECB wordt een politiek gestuurde bank die onbeperkt geld drukt en transfereert naar landen in nood, tegen beloften om economische hervormingen door te voeren.

2. Het noodfonds wordt in 2013 permanent, met een gegarandeerd kapitaal van circa 1.500 miljard euro. Dit stelt eurolanden in nood in staat om ‘sneller en goedkoper’ aan vers geld te komen.

3. De invoering van euro-obligaties. Deze collectiviseren de overheidsschuld in de eurozone, deels of zonodig volledig, en tovert de Europese Unie om tot een Schuldenunie. Daarin staan de landen met een AAA-status – Duitsland, Nederland, Frankrijk, Luxemburg, Finland, Oostenrijk – borg voor de minder kredietwaardige landen.

De EU bouwt een Ponzi scheme, vernoemd naar speculant Charles Ponzi, met groeiende inzet – van tientallen ECB-miljarden, via honderden noodfondsmiljarden, naar biljoenen aan euro-obligaties. Het noodfonds neemt de geldschietersstaken van de ECB over, maar de AAA-lidstaten nemen een hoger risico. Zij garanderen de verhoging van het kapitaal naar 1.500 miljard euro. Euro-obligaties worden gezien als de magische oplossing. Die kan zelfs biljoenen euro’s opleveren. Dit geeft tijdelijk lucht, maar voor ‘euro-obligaties met AAA-status’ moeten lidstaten met een AAA-status ze onderschrijven.

Frankrijk zal moeite hebben om zijn AAA-status te behouden. Wat als Duitsland terechtkomt in een recessie? Euro-obligaties zijn Europa’s va-banque. Wie is hier de speculant, meneer Lubbers?

Minder kredietwaardige EU-landen moeten doen wat het kabinet-Lubbers I (1982-1986) deed in Nederland. Dat kabinet is Lubbers’ historische verdienste. Helaas springt hij op de heilloze trein van schuldenmakers. Zij zetten zowel de euro als de EU op het spel.