'Ik voel me zoals Rockefeller zich ooit moet hebben gevoeld '

In de zon liggen en golfen is niks voor ondernemer Gerard Krans. Het geld uit de verkoop van zijn bedrijf steekt hij liever in „spannende, grensverleggende business”.

Gijsbert van Es

Wat doet een ondernemer die fortuin heeft gemaakt? Bekend patroon: 60-plus, eigen bedrijf uit de grond gestampt en voor vele miljoenen verkocht – en dan? Huis in een warme klimaatzone kopen, investeren in de eigen wijnkelder, de agenda gevuld houden met commissariaat hier, bestuursfunctie daar?

Gerard Krans pakt het anders aan. Bijna twee jaar geleden, in de herfst van 2009, verkocht hij zijn bedrijf Transmark-Fcx, gespecialiseerd in afsluiters en kleppen voor de olie- en gasindustrie. Opbrengst? „Het grootste deel is uitgekeerd in aandelen. Het kleinere cash-deel zou ik zelf niet kunnen opmaken in de tijd die ik nog te leven heb. En zomaar als erfenis naar mijn kinderen doorschuiven – dat vind ik niet creatief.”

En dus? „Ik ben en blijf een ondernemer. Ik wil investeren in spannende, grensverleggende business: bedrijven die helpen bij het oplossen van maatschappelijke problemen, die experimenteren met nieuwe vormen van samenwerking tussen private en publieke partijen.”

Spanningsvelden zijn er genoeg in de grijze zone tussen markt en staat. Neem de cultuursector. De zorg. De energiesector. Het zijn precies deze sectoren waarin Gerard Krans de afgelopen anderhalf jaar een deel van zijn privévermogen heeft geïnvesteerd. Zo bezien lijkt hij te handelen op basis van een masterplan. Krans: „Deels klopt dat, maar toeval en intuïtie spelen bij mij een grotere rol. Drie projecten heb ik in de afgelopen anderhalf jaar onder handen genomen. Vooraf had ik niet gedacht dat ik hieraan nu het grootste deel van mijn tijd zou besteden.”

1 Het Grachtenhuis

In oktober 2009 was Gerard Krans in New York om de verkoop van zijn bedrijf Transmark-Fcx te beklinken. In diezelfde dagen was ‘tout Nederland’ op Manhattan, inclusief prins Willem-Alexander en prinses Máxima, om te vieren dat Nieuw Amsterdam vierhonderd jaar geleden was gesticht.

Krans kreeg een uitnodiging voor een galadiner. Hij kwam te zitten naast Wim Pijbes, de directeur van het Rijksmuseum. Het klikte meteen tussen hen. Enkele weken later vroeg Pijbes of Krans een donatie wilde doen om 17de eeuwse stijlkamers in te richten in het gerestaureerde Rijksmuseum.

Krans: „Dat leek mij niks. Ik zei: ik doe alleen mee aan dingen die bijzonder zijn, die echt het verschil maken. Het Rijksmuseum staat op de verkeerde plek, het zou binnen de grachtengordel moeten staan: Gouden Eeuw, grachtengordel, Hollandse meesters – dát is wat Amsterdam bijzonder maakt, dat is wat buitenlanders trekt.”

Geen geld dus voor opgeknapte stijlkamers. Maar wel: een nieuw museum, Het Grachtenhuis, dat afgelopen voorjaar, binnen anderhalf jaar, z’n deuren opende. Krans heeft hiervoor het pand Herengracht 386 gekocht. Het fungeert als startpunt voor een bezoek aan de Amsterdamse grachten. Op de eerste verdieping toont het maquettes en multimediale presentaties die de geschiedenis van de grachtengordel vertellen. Het tijdschrift National Geographic noemde het onlangs ‘de nieuwste sterattractie van Amsterdam’.

Tussen komende november en februari gaat het dicht om de begane grond in te richten. Hier komt onder andere een zaal die is gewijd aan John Adams en de Nederlands- Amerikaanse betrekkingen. Het was in dit pand dat de latere ‘founding father’ John Adams bij een Amsterdamse bankier een miljoenenlening afsloot voor de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog.

Krans: „Met Het Grachtenhuis wil ik aantonen dat een cultureel project ook zonder subsidie van de grond kan komen. Ik heb tegen de gemeente Amsterdam en allerlei andere instanties gezegd: ik zorg voor het kapitaal en de organisatie, jullie hoeven geen geld mee te nemen, maar je moet wel leveren in de vorm van vergunningen en medewerking. En snel, want ik ben ondernemer en ik heb geen geduld voor bureaucratie. Dat is gelukt. Zelden heb ik zoveel medewerking van bestuurders en ambtelijke organisaties gezien als hier in Amsterdam. Er waait echt een verfrissende nieuwe wind voor ondernemers.”

Het Grachtenhuis vergt alles bij elkaar een investering van 10 miljoen euro. Krans: „Het grootste deel zit in kapitaalslasten. Daarmee loop ik op termijn weinig risico, want dit pand, met een magnifiek uitzicht richting ‘Gouden Bocht’, is redelijk waardevast. Als we in de exploitatie kunnen groeien naar jaarlijks honderdduizend bezoekers praten we al gauw over een winst van zes à zeven ton per jaar en dat is een keurige return of investment.”

En Krans is nog niet klaar aan de Herengracht 386. Inmiddels heeft hij ook nummer 384 gekocht. „Het pand van de buren komt maar één keer te koop.” Zijn plan hiermee heeft hij nog niet helemaal uitgebroed. „Ik wil een link leggen tussen de 17de eeuw en de 21ste eeuw”, denkt hij hardop. „Het Grachtenhuis gaat voornamelijk over de Gouden Eeuw. In het pand ernaast wil ik een soort studiecentrum, retraiteoord, center of excellence openen waar grote geesten uit binnen- en buitenland samenkomen om te analyseren wat de mechanismen zijn achter duurzame economische groei, technologische innovatie en culturele ontwikkeling. Het zou toch prachtig zijn wanneer we hier een nieuwe Gouden Eeuw kunnen ontketenen?”

Heeft hij namen in gedachten van grote denkers die hij aan de Herengracht wil samenbrengen? „Zeker. Bill Clinton, Steve Jobs van Apple, succesvolle ondernemers uit Azië, die ’s stevig in gesprek gaan met Nederlandse ondernemers, wetenschappers en politici.” Toekomstdroom? „Nee zeg, volgend jaar april gaan we ook hiermee open.”

2 Een pil tegen verslaving

Naast zijn culturele ondernemerschap heeft Krans zich inmiddels ook op medisch terrein gewaagd. Een broer, advocaat, gaf hem een boek van een Franse cardioloog, Olivier Ameisen, die heeft beschreven hoe hij z’n alcoholverslaving is kwijtgeraakt. Het zou te danken zijn aan een medicijn, baclofen, dat ooit als spierverslapper is ontwikkeld.

Krans: „Er zijn aanwijzingen dat baclofen ook helpt tegen allerlei vormen van verslaving: niet alleen aan alcohol, ook aan drugs als cocaïne. De farmaceutische industrie is niet geïnteresseerd in nader onderzoek, want het patent op dit medicijn is al verlopen en dan valt er niet veel meer aan te verdienen. Tegelijk zou het maatschappelijk effect enorm zijn wanneer er een goedkoop middel beschikbaar was om alcohol- en drugsverslaving te bestrijden.”

Het boekje van de Franse arts fascineerde Krans („ik ben geen alcoholist, maar misschien wel een iets te groot wijnliefhebber”). Hij wilde meer weten en kwam in contact met dr. Reinout Wiers, hoogleraar ontwikkelingspsychopathologie aan de Universiteit van Amsterdam. Wiers bleek bereid het verband tussen baclofen en afnemende drank- of drugszucht te onderzoeken.

Een bedrag van 500.000 euro heeft Krans in een apart onderzoeksfonds gestort. „Over twee à drie jaar weten we meer. Zo lang duurt een onderzoek dat voldoet aan alle regels die gelden voor een studie met proefpersonen en controlegroepen en zo.”

3 Energie uit heet water

Intussen heeft Krans vorig jaar een geheel nieuw bedrijf, Transmark Renewables, opgericht dat een zoektocht maakt naar alternatieve, niet-fossiele energiebronnen. „Energie is mijn vak, daarin heb ik mijn hele leven gewerkt. Als we in de komende decennia ergens een enorme omslag moeten maken, dan in de energievoorziening op aarde.”

Een speurtocht op internet en een reeks gesprekken voerde Krans langs wind- en zonne-energie. Maar daarin zag hij al snel geen mogelijkheden om „een grote sprong te maken”.

Die verwachting heeft hij inmiddels wel bij een andere bron: geothermie. Op één à vijf kilometer onder de aardkorst zit waterdamp die, onder hoge druk, een temperatuur heeft van omstreeks 200 graden Celsius. Het principe van energiewinning uit deze bron is simpel: boor gaten naar deze ‘geisers’, jaag de aangeboorde hete waterdamp langs elektriciteitsturbines en laat het afgekoelde, gecondenseerde water via een ander gat weer terugzakken naar de bron.

Geothermische stroomcentrales draaien al op verschillende plekken in de wereld, vooral in Australië, Nieuw Zeeland en op IJsland. De werking van het geothermische principe was al bij de Romeinen bekend. Het grote probleem is productiemethoden te ontwikkelen die met de huidige olie- en gaswinning kunnen concurreren. Krans: „Er is nog veel te weinig bekend over de exacte fysische structuur van de aarde op grotere dieptes. Geothermische bronnen liggen onder dikke platen van graniet; alleen daar kunnen de hoge druk en hoge temperaturen van de waterdamp ontstaan. Boren naar die bronnen is een uiterst kostbaar en onzeker avontuur.”

Niet alle divisies van zijn bedrijf Transmark had Krans twee jaar geleden in New York verkocht. Een boorbedrijf heeft hij gehouden. Dit bedrijf is op dit moment bezig met proefboringen in Turkije, waar Krans samen met een Duitse partner een concessie voor een gebied van 100 vierkante kilometer heeft gekocht (tweederde van de provincie Utrecht). In Chili onderhandelt hij over een gebied ter grootte van Nederland. Krans maakt een vergelijking met de olie-industrie een eeuw geleden. „Toen begon het ook met de exploitatie van velden die dichterbij het aardoppervlak zaten. Inmiddels boren we tot vijftig keer de diepte van toen.”

Volgend jaar omstreeks deze tijd hoopt hij eerste resultaten te kunnen melden: „Ik voel me op dit moment zoals de oliemagnaat Rockefeller zich in z’n begintijd moet hebben gevoeld. Onze proefboringen in Turkije worden een enorm succes, of een totale mislukking – het wordt een spannend jaar. Maar dat geothermie uiteindelijk een enorme vlucht gaat nemen, daarvan ben ik absoluut overtuigd.”

    • Gijsbert van Es