Hoog tekort biedt oppositie kansen

Als het sombere scenario van het CPB werkelijkheid wordt, moet Nederland extra bezuinigen. Bij gebrek aan steun van de PVV moet het kabinet zich verlaten op de oppositie, stelt Flip de Kam.

De vooruitzichten voor de economie zijn altijd onzeker, maar op dit moment zijn ze beslist niet best. Daarom overweegt het Centraal Planbureau (CPB) om op Prinsjesdag, wanneer het kabinet de rijksbegroting voor 2012 bekendmaakt, een ‘somber scenario’ te presenteren.

Wat betekent zo’n S-scenario voor de overheidsfinanciën? Extra bezuinigingen zouden nodig zijn, hoor ik sommigen zeggen.

Die conclusie klopt niet. Ook bij een tegenzittende economische ontwikkeling blijven de vorig najaar bij de kabinetsformatie afgesproken uitgavenniveaus op peil. Zo staat het in de spelregels voor het begrotingsbeleid. Vallen de belastingontvangsten lager uit, doordat consumenten minder besteden en de bedrijfswinsten tanen, dan onderneemt het kabinet evenmin actie.

Door de achterblijvende opbrengst van de belastingen neemt het tekort toe. Het hogere tekort geeft een impuls aan de nationale bestedingen. Op deze manier werkt het overheidsbudget volgens de vooropgezette bedoeling van het trendmatige begrotingsbeleid als ‘automatische stabilisator’ bij een tijdelijke dip in de economische bedrijvigheid.

Aanvullende maatregelen zijn pas nodig als het begrotingstekort – bij handhaving van de afgesproken uitgavenplafonds en door tegenvallende belastinginkomsten – meer dan 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp) hoger uitvalt dan is voorzien in de financiële bijlage van het regeerakkoord. Dit akkoord gaat voor 2012 uit van een tekort van 2,7 procent. Het tekort mag – rekening houdend met deze éénprocentsmarge – komend jaar dus hooguit 3,7 procent bedragen.

Eind juni raamde het CPB het tekort voor volgend jaar op niet meer dan 2,2 procent. Het begrotingsbeeld mag dus met 1,5 procent van het bbp – dat is 9 miljard euro – verslechteren voordat het kabinet conform zijn eigen afspraken in beweging dient te komen.

Stel nu dat het begrotingstekort in 2012, in het S-scenario, inderdaad hoger uitvalt dan 3,7 procent van het bbp. Moet het kabinet dan maatregelen nemen, bijvoorbeeld bezuinigen, of de lasten verzwaren?

De overheid schept vertrouwen als ze zich aan de regels houdt, maar hoge nood breekt wet. De regering van Italië – een land met een dubbel zo groot tekort als Nederland – heeft afgelopen weekend, na sterke aandrang van de Europese Centrale Bank, beloofd om haar begroting binnen drie jaar in evenwicht te brengen. Daaraan moet Nederland zich dan toch spiegelen? De toezegging van Berlusconi cum suis is evenwel volstrekt ongeloofwaardig. In Zuid-Europese landen ontbreken de politieke wil en het maatschappelijk draagvlak om de vereiste ingrepen toe te passen.

Een argument om het tekort juist tijdelijk tot boven 3,7 procent van het bbp te laten oplopen, is het grote spaaroverschot van Nederland. Internationale instellingen dringen erop aan dat overschotlanden hun bestedingen opvoeren. Als onzekere consumenten en een pessimistisch gestemd bedrijfsleven het laten afweten, kan alleen de overheid de nationale bestedingen verhogen – door haar tekort te laten oplopen.

Het doorslaggevende bezwaar tegen zo’n expansief beleid lijkt mij te zijn, gegeven de hypernerveuze situatie op financiële markten, dat de hoge kredietwaardigheid van de Nederlandse overheid een deuk zal krijgen als de begrotingsregels worden losgelaten. Dit kan ertoe leiden dat de Nederlandse staat meer rente moet betalen op nieuw uitgegeven schuld. Zo worden de tekorten in de toekomst groter.

Neem daarom aan dat het kabinet alles op alles zal zetten om het tekort in 2012 beneden de 3,7 procent van het bbp te houden. Stel dat het tekort in het S-scenario uitkomt op 4,5 procent. Dan is voor 5 miljard euro aan maatregelen nodig.

Het kabinet moet dan kiezen – extra bezuinigen of de lasten verzwaren? In het regeerakkoord is gekozen voor een verhouding van een op twee: 8 miljard euro lastenverzwaring – hoofdzakelijk zorgpremies – en 15 miljard euro aan nieuwe bezuinigingen. Het kabinet-Rutte heeft bovendien 3 miljard euro aan ombuigingen geërfd van het kabinet-Balkenende IV.

Zou het kabinet deze verhouding aanhouden, dan vergt dit – behalve anderhalf miljard euro aan belastingverhoging – zo’n 3,5 miljard euro aan nieuwe bezuinigingen. Gedoogsteun van de PVV voor deze beleidsinzet valt niet te verwachten. Dit biedt de oppositie een gouden kans om het begrotingsbeleid naar eigen voorkeur bij te buigen.

Flip de Kam is honorair hoogleraar openbare financiën aan de Rijksuniversiteit Groningen en medewerker van NRC Handelsblad.

    • Flip de Kam