Hoe groot is verschil m/v?

Al in groep 2 van de basisschool beoordelen leerkrachten de werkhouding en het sociaal gedrag van jongens gemiddeld als ‘zwakker’ dan die van meisjes, blijkt uit onderzoek. In groep 8 zijn die verschillen verder opgelopen. Toch zie je daar in de uitslagen van Cito-toetsen weinig van terug. Op taal scoren jongens weliswaar lager dan meisjes, maar door hun hogere score bij rekenen zijn de Citoscores – en daarmee het schooladvies – tussen jongens en meisjes gelijk.

Pas later worden de verschillen tussen jongens en meisjes echt duidelijk. In het eerste jaar van het voortgezet onderwijs nog niet zo, dan is de sekseverdeling nog ongeveer 50/50. Maar in het derde jaar doen van diezelfde klas gemiddeld 46 procent van de meisjes havo of vwo, tegenover 41 procent van de jongens. Het verschil is niet eens zo héél groot; jaarlijks enkele duizenden leerlingen. Die jongens, zo blijkt uit onderzoek, blijven zitten, zakken een niveau, of stoppen met hun opleiding.

Ook op het hbo en de universiteit doen vrouwen het tegenwoordig beter. Ze studeren sneller af – ook in bètarichtingen, voor zover ze die kiezen – en halen hogere cijfers. Daarna, op de arbeidsmarkt, vlakken de verschillen wat af. Er werken nog steeds meer mannen dan vrouwen in de top van het bedrijfsleven.