Hoe ging het vroeger?

Het gescheiden onderwijs in Nederland nam een hoge vlucht toen katholieken in de tweede helft van de negentiende eeuw hun meisjes van openbare scholen haalden. Ze waren bang dat de door de staat aangestelde, calvinistische docenten invloed op hen kregen. De katholieke meisjes gingen naar aparte kloosterscholen. Eind negentiende eeuw kreeg de verzuiling een steeds grotere invloed op de samenleving. Zo ontstonden naast openbare en katholieke ook protestantse onderwijsinstellingen.

De ontzuiling in de jaren zestig van de vorige eeuw zorgde voor een grote afname van het gescheiden onderwijs. Onder druk van maatschappelijke ontwikkelingen lieten traditionele mannenbolwerken als de lts steeds vaker vrouwen toe en andersom. De middelbare meisjeschool (mms) werd door de mammoetwet uit 1968 omgebouwd tot de havo, waar ook bètavakken te volgen waren. Dat trok veel jongens. In de jaren zeventig was gescheiden onderwijs al een zeldzaamheid. Als het al bestond, dan vooral omdat sommige opleidingen veel jongens of meisjes bleven trekken. Denk aan de zware metaal, of stewardessopleidingen.