Het slotoffensief van detwee grootste FNV-bonden

De twee grootste bonden in de FNV trekken samen op tegen het pensioenakkoord. FNV Bouw is nu aan zet.

Eppo König

Samen zetten de twee grootste FNV-bonden een slotoffensief in tegen het nieuwe pensioenakkoord. Na weken van intensief onderhandelen hebben Bondgenoten en Abvakabo een gezamenlijk eisenpakket opgesteld. Tijdens de vergadering van de Federatieraad in Amsterdam gisteren legden ze het voor aan de overige 17 FNV-bonden binnen de vakcentrale.

Nieuw is vooral de gezamenlijke strijd. De eisen van Bondgenoten en Abvakabo richting het kabinet en werkgevers waren al in hoofdlijnen bekend: werknemers, zeker met zware beroepen, moeten ook voor hun 65ste kunnen stoppen zonder inkomensval. En werkgevers moeten verplicht blijven om geld bij te storten wanneer pensioenfondsen in financiële nood komen.

De presentatie van het eisenpakket volgde gisteren op de ondubbelzinnige uitslag van het pensioenreferendum van Bondgenoten. Ruim 96 procent van de stemmers (opkomst 22,7 procent) heeft het akkoord van de sociale partners van juni afgewezen. Voorzitter Henk van der Kolk sprak van een grote overwinning en herhaalde nog eens dat het huidige plan van tafel moet.

Van der Kolk staat tegenover FNV-voorzitter Agnes Jongerius, die het pensioenakkoord met het kabinet en de werkgevers mede heeft gesloten. Op het oog zijn de stellingen betrokken en dreigt de interne strijd binnen FNV te escaleren. Maar de vraag is hoeveel kans het gezamenlijke slotoffensief van Bondgenoten en Abvakabo maakt.

Samen hebben de twee grootste bonden niet genoeg stemmen binnen de Federatieraad van de FNV die op 12 september een definitief besluit neemt over het pensioenakkoord. Bondgenoten (475.000 leden) en Abvakabo (359.000 leden) vertegenwoordigen weliswaar meer dan de helft van de 1,4 miljoen leden van de FNV, maar hebben geen meerderheid qua stemverhouding. De twee grootste bonden lijken aangewezen op FNV Bouw (125.000 leden) voor een eventueel ‘nee’.

FNV Bouw daarentegen heeft van begin af aan ‘ja, mits’ tegen het pensioenakkoord gezegd. De ‘mits’ betreft een zware beroepenregeling voor de traditionele achterban van de bond. Volgens het pensioenakkoord krijgt een werknemer die voor zijn 65ste stopt, levenslang 6,5 procent minder AOW per jaar dat hij eerder uittreedt. Daarbij stijgt de pensioen- en AOW-leeftijd in 2020 naar 66 en in 2025 naar 67. Nederland moet langer doorwerken om de kosten van de vergrijzing en de stijgende levensverwachting te dragen.

„Vroeger stoppen mag de bouwvakker een biertje schelen, maar niet een hele krat”, zegt Bouw-voorzitter John Kerstens. Zijn bond heeft gelobbyd voor een ‘bouwvakkersmotie’ die de Tweede Kamer heeft aangenomen. Kerstens heeft vorige maand nog met minister Kamp (VVD, Sociale Zaken) overlegd en verwacht een „fatsoenlijke uitwerking”. In dat geval verandert het ‘ja, mits’ van Bouw in een gewone ‘ja’.

Het laatste wat Bouw echter wil, is met een beslissende stem verantwoordelijk zijn voor een scheuring binnen de FNV. De kleine bond heeft het afgelopen jaar steeds geprobeerd om te bemiddelen tijdens de ruzies binnen de vakcentrale.

Tot scheuringen hoeft het uiteindelijk ook niet te komen. Van der Kolk eiste gisteren de zege op, maar benadrukte tevens de oude banden binnen de FNV. Het leek een poging om de radicalere tak binnen Bondgenoten te bezweren, na het geslaagde referendum. Binnen Abvakabo zou een deel van de actieve leden het pensioenakkoord juist steunen, in tegenstelling tot het bestuur. De leiding van Abvakabo heeft met het gezamenlijke eisenpakket tevens een signaal van eenheid willen geven.

Zowel minister Kamp als de werkgevers hebben toegezegd dat werknemers hun verantwoordelijkheid niet zullen ontlopen als pensioenfondsen door klappen op de beurs in problemen komen – zoals de twee grootste FNV-bonden willen. Tussen referenda en eisenpakketten door zou het pensioenakkoord zo een compromis kunnen worden.