Er is nu een elite die anderen elitarisme verwijt

Met prietpraat verdedig je het belang van de kunst niet, luidde de kop boven het artikel van Joost Swanborn (Opinie, 9 augustus).

Uiteraard!

Maar moeten boekenwoorden daarom worden vervangen door gewonemensentaal? Zinnen met woorden als vehikel, reflecteren, refereren, verhouden en stereotypen zijn volgens Swanborn nietszeggend en resulteren in teksten van een „nachtmerrieachtige abstractie”.

Maar als je de gewonemensentaal die hij prefereert gebruikt, ontstaat er een jargon dat nog abstracter is dan dat waarover hij zich opwindt. Stel je voor: ‘Het Stedelijk Museum heeft een allegaartje aan ideetjes aan de muur hangen van een kunstenaar die plagiaat pleegt, en verder moet u maar gewoon komen kijken want het is mooi en knap gemaakt.’

Vreemd, Swanborn is neerlandicus en leest boeken die vol abstracties staan, maar vindt zijn kunde ongeschikt om met gewone mensen te communiceren.

Een aantal academici zet zich tegenwoordig buitensporig in om het grote publiek te bereiken. Ze handelen in ongeschooldheid. Met het oppoken van de hardwerkende Nederlander verkopen ze politieke propaganda en triviaal vermaak waar zij zelf de neus voor ophalen. In het openbaar zeggen zij namens de gewone mensen te spreken, maar thuis achter gesloten deuren citeren ze grote dichters, lezen filosofen en verzamelen moeilijke kunst.

Dit is een elite die anderen elitarisme verwijt, die rijker wordt naarmate ze de samenleving dommer en platvloerser maakt.

Joost Swanborn is de zoveelste academicus die een politiek beeld van een verwerpelijke ‘culturele elite’ neerzet, want zoals hij het zelf zegt: wiens brood men eet, diens taal men spreekt.

Hans van Houwelingen

Beeldend kunstenaar, Amsterdam

    • Hans van Houwelingen