Een weekje rust kost 22 miljard

Nieuwe pleidooien voor een structurele oplossing van de eurocrisis hebben één ding gemeen.

Uiteindelijk betaalt de belastingbetaler de rekening.

TO GO WITH AFP STORY BY ANDRE BIRUKOFF French artist, Paul Bloas, 50, born in Brest pastes one of his paintings in Lisbon on August 5, 2011. The "Giants" of Paul Bloas emerged on the walls in several parts of Lisbon, their dark silhouettes suggests the difficult days of the European countries most affected by the crisis. Paul Bloas work can be seen in several other cities, London, Berlin, Bilbao, Beirut, Belgrade. AFP PHOTO/PATRICIA DE MELO MOREIRA AFP

Wat kost een week kalmte op de Europese obligatiemarkten? 22,1 miljard euro, zo bleek gisteren.

De Europese Centrale Bank heeft vorige week voor dat bedrag Spaanse en Italiaanse staatsobligaties gekocht, met als belangrijkste doel de rente te doen dalen en de rust, al dan niet tijdelijk, te laten terugkeren op de obligatiemarkt. Dat bleek effectief. De rentes op obligaties met een looptijd van tien jaar van de twee landen daalden van boven de 6 procent tot onder de 5.

Om die fikse daling te bewerkstelligen moest de ECB flink in de buidel tasten. De centrale bank in Frankfurt begon in mei 2010 met het opkopen van staatsobligaties. Toen kocht de ECB in één week 16,5 miljard euro. Dat hoogtepunt werd vorige week overtroffen. In totaal heeft de ECB 96 miljard euro aan obligaties van Europese probleemlanden op de balans staan.

Zo handelde de ECB, terwijl Europese politici vooralsnog vooral praten. Toch is hun inzet hetzelfde: de eurozone overeind houden. Vandaag komen in Parijs de Franse president Sarkozy en de Duitse bondskanselier Merkel bijeen om over de Europese schuldencrisis te praten. Minder dan vier weken na het akkoord van regeringsleiders en staatshoofden van de eurozone over een nieuwe Griekse redding, blijkt dat afspraken niet genoeg zijn om de rust in de muntunie te laten terugkeren. Er zal meer gedaan moeten worden, er zullen grootscheepsere en gewaagdere hervormingen van de eurozone plaats moeten vinden.

Er zijn voorstellen genoeg. De Italiaanse minister van Financiën Tremonti en eurogroepvoorzitter Juncker willen Europese obligaties uitgeven. De Franse president Sarkozy ziet liever het steunfonds EFSF uitgroeien tot een Europees Monetair Fonds.

De voorzichtige plannen van regeringsleiders en de interventie van de ECB hebben één ding gemeen: de schulden van Europese probleemlanden worden gesocialiseerd. De balans van de ECB is inmiddels opgezwollen tot bijna 100 miljard euro. Als de bank wil voorkomen dat de rentes op Spaanse en Italiaanse staatsleningen opnieuw oplopen, zal dat bedrag verder stijgen. Uiteindelijk zijn het Europese belastingbetalers die via de nationale centrale banken eventuele verliezen van de ECB dragen. Als verdeelsleutel geldt de omvang van bevolking en economie.

Als Europese politici besluiten een Europese obligatie in te voeren zijn het ook de Franse en Duitse belastinginkomsten die de gaten in de Italiaanse, Spaanse, Portugese en Griekse begrotingen vullen. Juist daarom zijn euro-obligaties omstreden. De sterke landen schieten de zwakke landen te hulp. De vrees in Duitsland is dat daarmee de stimulans voor zwakke landen verdwijnt om te hervormen en de begroting op orde te brengen. De tucht van rentestand op de obligatiemarkt is weg, want alle landen betalen één (gemiddeld) rentetarief.

Volgens de Duitse minister van Financiën Schäuble is het onbespreekbaar om euro-obligaties in te voeren zolang participerende landen soevereiniteit over hun begrotingen houden. Daarmee zette Schäuble in Der Spiegel, ondanks heftige tegenstand in het Duitse parlement, de deur op een kier voorafgaand aan het Frans-Duits beraad. Tot voor kort was de Duitse regering ideologisch tegen euro-obligaties. Nu lijkt ze vooral praktische bezwaren te hebben.

Het idee nationale begrotingen onderdeel te maken van Europese integratie klinkt luider. In juni pleitte ECB-president Trichet voor een Europese minister van Financiën die begrotingdiscipline in de eurozone moet afdwingen.

Een begrotingsunie zet Europese leiders voor het blok. Tot nu toe rechtvaardigden zij verdere Europese integratie door te zeggen dat het vooral maatregelen van technische aard waren. Net als de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van Jean Monnet heeft het noodfonds EFSF vooral een functioneel karakter. Maar Monnet zag het EGKS als beginpunt voor verdere – politieke – integratie. Euro-obligaties en gemeenschappelijk begrotingsbeleid kunnen niet meer onder functionele samenwerking geschaard worden. Het is de vraag of de huidige generatie leiders bereid is zulke vergaande Europese integratie te verdedigen.