Economie blijft leiders Europa steeds stap voor

President Sarkozy en bondskanselier Merkel spreken elkaar vandaag. Europa’s ogen zijn dan ook gericht op de Frans-Duitse as, zoals zo vaak in crisistijd.

Voordat de Duitse bondskanselier Merkel en de Franse president Sarkozy vanmiddag een topontmoeting zouden houden over de eurocrisis, zagen beleggers zich vanochtend geconfronteerd met onverwacht slechte groeicijfers in Duitsland en Nederland. De economie blijft de Europese politiek zo steeds een stap voor.

De economie in beide landen groeide dit jaar in het tweede kwartaal met 0,1 procent. In het eerste kwartaal groeide Duitsland nog met 1,3 procent en Nederland met 0,8 procent ten opzichte van de laatste drie maanden van 2010. Verrassend is dat de economie zo ver terugvalt.

De aanhoudende onrust over de eurocrisis lijkt over te slaan op de economie. De totale eurozone groeide van april tot en met juni met 0,2 procent; 0,6 procentpunt minder dan in het eerste kwartaal. Frankrijk maakte vorige week al bekend dat haar economie niet meer groeit. De cijfers maken een snelle oplossing voor de schuldencrisis nog dringender en tegelijkertijd nog moeilijker. Regeringen moeten krachtig bezuinigen om schulden aan te pakken, maar rigoureuze ingrepen kunnen de broze economie nog een knauw geven. En als de Duitse economie stokt, wordt het afstaan van belastinggeld aan wankele eurolanden alleen maar gevoeliger.

In de aanloop naar het overleg in Parijs temperden medewerkers van beide leiders de verwachtingen over een snelle oplossing. Ze weerspraken speculaties dat Europese obligaties – gezien als mogelijke oplossing voor de crisis – op de agenda zullen staan.

In crisistijd kijkt Europa naar de Frans-Duitse as, traditioneel de motor van Europese samenwerking. Zonder Duitsland en Frankrijk, de twee grootste economieën van Europa, beweegt er niets, ook al omdat twee andere grote eurostaten, Italië en Spanje, voor bijstand in de schuldencrisis van Berlijn en Parijs afhankelijk zijn. Nederland kijkt naar zijn belangrijkste economische partner en geestverwant Duitsland. Voorstellen voor strenger EU-toezicht op nationale begrotingen, die gisteren in Den Haag de ronde deden, lijken sterk op Duitse plannen. Beide landen willen zuidelijke eurostaten dwingen tot begrotingsdiscipline.

In Berlijn wordt gedacht aan een Europees opgelegde schuldenrem en sancties op hoge tekorten. Frankrijk voelt van oudsher weinig voor dit type ideeën, maar in het licht van een mogelijke afwaardering door kredietbeoordelaars staat Sarkozy onder druk om toe te stemmen in een Europees opgelegd uitgavenplafond.

De stroeve persoonlijke relatie tussen Merkel en Sarkozy is niet bevorderlijk voor het hoogpolitieke spel rondom de euro. Een groter probleem is de uiterst beperkte politieke manoeuvreerruimte van Merkel. Vooral coalitiepartner FDP is fel gekant tegen een ‘transferunie’, waarbij Duitsland structureel wankele eurolanden op de been houdt.

Tegelijkertijd dringt de tijd. Met de aankoop van Italiaanse en Spaanse obligaties gaf de Europese Centrale Bank (ECB) het Frans-Duitse koppel weliswaar onlangs enige tijd om tot een politieke oplossing voor de eurocrisis te komen. Maar de ECB kan, als monetaire instelling, politici niet altijd uit de brand blijven helpen.

In het nieuws: pagina 4 en 5

    • Melle Garschagen
    • Mark Beunderman