Duitsland moet Europa gaan leiden

Bondskanselier Merkel kan een staatsvrouw worden door de euro te redden. Europa is af van zijn oude angst voor Duits leiderschap, maar de Duitse kiezers zijn sceptisch.

Bondskanselier Angela Merkel is nog maar net terug van vakantie of existentiële vragen over het voortbestaan van de euro dienen zich weer aan.

Duitsland bepaalt de toekomst van de Europese eenheidsmunt. Als economisch sterkste land van de Europese Unie, met een chronisch handelsoverschot, „zit de Bondsrepubliek in Europa helemaal alleen aan het stuur en moet Merkel in de eurocrisis een oplossing afdwingen”, zoals de Amerikaanse miljardair en belegger George Soros afgelopen weekeinde ondubbelzinnig zei.

Hoewel Merkel zich niet graag in grote woorden uit, en een procesmatige aanpak verkiest boven een politiek van paukenslagen, zal ze eens moeten laten zien waarvoor zij en haar land staan. Ze kan als staatsvrouw de geschiedenis ingaan: degene die de euro en Europa redt. Maar doet ze hiermee binnenlands-politiek één verkeerde stap, dan zijn haar dagen als kanselier geteld. De protesten in haar coalitie en de Bondsdag tegen de Duitse rol als ‘grootste geldschieter van Europa’ kan ze niet negeren.

Vanaf vier uur vanmiddag overleggen zij en de Franse president Nicolas Sarkozy in Parijs over de crisis in de eurozone. Officieel werken ze de voornemens uit van de laatste topontmoeting over de euro, vorige maand in Brussel. Daar werd in algemene termen bepaald dat er een beter financieel crisismanagement in Europa moet komen. „Nu gaat het om de concrete invulling daarvan”, zo heet het in Berlijn.

Maar officieus gaat het om veel meer. In Berlijn leeft sterk het besef dat de vraag aan de orde is of de eurozone een gemeenschappelijke financieel-economische politiek moet krijgen. En of er misschien euro-obligaties moeten komen, gemeenschappelijke staatsleningen van de landen van de eurozone. Daarmee komt in Duitsland de hoogst omstreden kwestie aan de orde of Europa een ‘transfergemeenschap’ wordt, waarin sterke landen borg staan en betalen voor zwakke landen – dit in tegenstelling tot wat het Verdrag van Maastricht hierover bepaalt.

Het officiële standpunt van de Duitse regering is helder. „Eurobonds [de Europese obligaties] zijn geen thema.” Tegelijk is in de Berlijnse politiek geen woord de laatste dagen zo vaak genoemd als eurobonds. „Alsof daarmee de eurocrisis kan worden bezworen”, meent hoogleraar en financieel expert Lutz Kruschwitz van de Freie Universität Berlin. „Ik ben het met Schäuble [de Duitse minister van Financiën] eens: geen euro-obligaties zolang Europa geen gemeenschappelijke financiële politiek heeft. En dat zie ik niet zo snel gebeuren. Ik kan me niet voorstellen dat Duitsland en Frankrijk hun begrotingssoevereiniteit opgeven en door Brussel laten bepalen.”

Minister Wolfgang Schäuble zegt in weekblad Der Spiegel dat hij euro-obligaties uitsluit „zolang de lidstaten een eigen financiële politiek bedrijven en we verschillende rentestanden nodig hebben voor prikkels en sanctiemogelijkheden om financiële soliditeit af te dwingen.” Delen van de Duitse en internationale pers interpreteren zijn woorden als volgt: Duitsland is bereid om de gemeenschappelijke Europese obligaties te accepteren als de partners in de eurozone afzien van hun eigen budgetrecht. Dat betekent: radicale politieke hervormingen.

Het is onwaarschijnlijk dat Merkel en Sarkozy over deze politiek brisante thema’s vanmiddag en vanavond publiekelijk uitspraken zullen doen. Hun gemeenschappelijke belang is rust aan het eurofront, die ze stap voor stap hopen te bereiken. Maar Frankrijk is economisch minder sterk dan Duitsland en dreigt nu door de kredietbeoordelaars en de financiële markten in dezelfde hoek te worden gezet als de Europese schuldenlanden Spanje en Italië.

Daarmee vervaagt de politieke voortrekkersrol die Parijs vanouds heeft gehad in de Europese Unie en in de relatie met Berlijn. Europa kijkt nu vooral naar Duitsland en Merkel, die een vorm van leiderschap moet waarmaken die voor haar land historische gevaren met zich meebrengt. Duitse leiding wordt door menigeen in Europa als Duitse heerschappij gezien; een omstreden begrip sinds de Tweede Wereldoorlog.

Het wreekt zich nu dat Merkel en Sarkozy, anders hun voorgangers Helmut Kohl en François Mitterrand (in de jaren tachtig en negentig), of Helmut Schmidt en Valéry Giscard d’Estaing (in de jaren zeventig), een nogal afstandelijke betrekking koesteren die vooralsnog niet tot grote gezamenlijke effectiviteit in Europa heeft geleid.

Binnenlands-politiek loopt Merkel met de redding van de euro op eieren. De regeringsbesluiten over het tweede hulppakket voor Griekenland en het nieuwe, grotere vangnet voor de euro moeten nog door de Bondsdag worden goedgekeurd. De tegenstanders lopen te hoop.

Norbert Lammert, de invloedrijke voorzitter van de Bondsdag, waarschuwt voor een te hoog tempo met financiële en politieke maatregelen in de eurocrisis. „Het is de Bondsdag die uiteindelijk de beslissingen neemt”, zegt hij.

Merkels coalitiepartner, de liberale FDP, dreigt met afhaken als er euro-obligaties komen en de gewraakte ‘transferunie’ een feit zou worden. Dat zijn maatregelen die het Duitse belang „absoluut niet dienen”, aldus FDP-leider en vicekanselier Philipp Rösler.

    • Joost van der Vaart