De jongens blijven achter op school. Maar gaat het beter zonder meisjes?

Aparte lessen voor jongens en voor meisjes. Dat stelde schoolbestuurder Wim Kuiper gisteren voor. „Modernistische prietpraat” of het onderzoeken waard?

Op de jongensschool van de broeders aan het Haarlemse Nagtzaamplein luistert een klas naar de radio, 1951. Op de jongensschool van de broeders aan het Haarlemse Nagtzaamplein wordt gezamenlijk naar de schoolradio geluisterd, 1951.;

Paul Kirschner, hoogleraar onderwijspsychologie aan de Open Universiteit: „We weten dat de hersens van jongens en meisjes zich verschillend ontwikkelen. Maar om dan meteen te concluderen dat het nuttig is om ze gescheiden les te geven, gaat veel te snel. We weten helemaal niet of dat goed zal uitpakken.

„Uit onderzoek is ook bekend dat je juist niet allemaal mensen van hetzelfde niveau bij elkaar moet zetten voor het beste resultaat. Het kan ook zijn dat er een positief effect is op één vlak, maar een negatief effect op andere vlakken. We weten bijvoorbeeld dat juist in groepen van verschillend niveau de een de ander kan helpen en stimuleren. Als je dezelfde mensen bij elkaar zet, kan die kruisbestuiving niet plaatsvinden.

„Het onderzoek naar de verschillen tussen jongens en meisjes staat in de kinderschoenen. Dus eerst moeten we weten wat die verschillen precies zijn. En dan moet de vraag worden beantwoord of gescheiden onderwijs tot betere resultaten zou kunnen leiden. En pas dán kunnen we het hebben over gescheiden klassen.”

Jaap Dronkers, hoogleraar onderwijssociologie aan de Universiteit Maastricht: „De neuropsychologische verklaring voor de verschillen in schoolprestaties tussen jongens en meisjes is modernistische prietpraat. Veertig jaar geleden presteerden meisjes aan het einde van de basisschool slechter dan jongens. Destijds was de verklaring dat hun hormonen rond die leeftijd opspeelden en ze alleen nog maar aan jongens konden denken. Jongens en meisjes ontwikkelen zich verschillend, maar het blijft deels gissen naar de oorzaken.

„Toch is apart onderwijs bij wiskunde en talen een goed idee. Dan kan je de didactiek aanpassen aan de verschillende eigenschappen van jongens en meisjes. Het huidige onderwijs is meer gericht op zelfstandig werken, waar meisjes goed in zijn. Jongens raken gemotiveerder als je er een wedstrijd van maakt.”

Werner van Katwijk, directeur christelijke ouderorganisatie Ouders en Coo: „Wij hebben het in de jaren negentig ook geopperd. In Italië en Spanje zagen we oudergroepen die er een vurig pleidooi voor hielden. Dat jongens op het gebied van talen minder presteren dan meisjes is niet goed voor hun zelfbeeld. Hetzelfde geldt voor meisjes die zich onzeker voelen bij wiskunde, waar jongers weer beter in zijn.

„Ik vind het voorstel de moeite van het bespreken waard. Jongens zijn een probleemgroep aan het worden op school. Ze hebben geen rolmodellen meer in de klas door de feminisering van het onderwijs. Ze wonen ook vaak bij hun moeder als hun ouders uit elkaar gaan.

„Het nadeel is wel dat als jongens de klas niet delen met meisjes, ze anders naar vrouwen gaan kijken. Ze gaan vrouwen meer als lustobject zien. Mensen die suggereren dat de volgende stap gescheiden onderwijs voor allochtonen en autochtonen is, maken de discussie bespottelijk.”

Annemarie van Langen, onderzoeker naar leerverschillen tussen groepen, Radboud Universiteit Nijmegen: „Ik ben geen voorstander van gescheiden klassen. Studies die aantonen dat jongenshersenen twee jaar achterlopen, ken ik niet. Waarom presteerden jongens in jaren zeventig dan zoveel beter dan meisjes? Het lijkt me stug dat hun hersenen in korte tijd zo zijn veranderd. Jongens en meisjes zijn echt geen verschillende diersoorten.

„Verschillen zijn er vooral in werkhouding en sociaal gedrag. Ze worden zichtbaar op de middelbare school. Was de sekseverdeling in de brugklas nog 50/50, in het derde jaar gaan iets meer meisjes door naar havo of vwo dan jongens. Het is niet eens zo’n heel groot verschil, maar het is er wel. Jaarlijks gaat het om enkele duizenden leerlingen.

„Groepsdruk is volgens mij de belangrijkste oorzaak. Meisjes mogen onderling ijverig zijn. Maar onder jongens is de huidige trend ‘School is not cool’. Zo hoor je je als jongen tussen 12 en 16 jaar te gedragen. En zeker op die leeftijd is het belangrijk wat anderen van je vinden.”

Paul Jungbluth, onderwijssocioloog aan de Universiteit Maastricht: „De verschillen tussen jongens en meisjes zijn klein, terwijl de verschillen binnen de groepen groot zijn. Er zijn veel jongens goed in talen en slecht in wiskunde. Weinig aanleiding dus om het onderwijssysteem overhoop te halen. Wellicht spelen bij Kuiper andere overwegingen een rol. Ik vraag me af of hij werkelijk gelooft in de gelijkheid van man en vrouw.

„Dat jongens vaker zonder diploma van school gaan, komt vooral door de feminisering van het onderwijs. Verder zijn veel jongens er minder van overtuigd dat goed onderwijs van belang is voor hun toekomst. Daar moeten onderwijzers aan werken. Net zoals meisjes geleerd moet worden hoe ze, als ze eenmaal aan het werk zijn, door het glazen plafond kunnen breken.”

Christophe Meng, onderzoeker aan de Universiteit Maastricht: „Voor de wetenschap zou het een geweldig experiment zijn. Maar als ouder zou ik mijn kind daar nooit aan mee willen laten doen, omdat ik daarmee zijn toekomst op het spel zou zetten.

„Onderzoek in Vlaanderen wijst uit dat leerprestaties van jongens en meisjes eerder verslechteren als zij apart van elkaar zitten. Jongens boeken meer vooruitgang in taal als ze in gemengde klassen zitten. En voor wiskunde is er geen verschil. Maar België is Nederland natuurlijk niet en ik zou graag een proef zien.

„Ik denk dat er voor- en nadelen zijn. Jongens zijn competitiever, zij kunnen elkaar stimuleren. Maar er zijn ook jongens die in de puberteit goed zijn in talen en die zelfstandig kunnen werken. Waarom zou je hen bij de jongens zetten die daar minder goed in zijn? Je krijgt een hele andere groepsdynamiek.

„Jongens zouden de positieve kanten van meisjes kunnen gaan missen, zoals hun rust en hun zelfstandige werkhouding.”

Bert-Jan Kollmer, directeur Vereniging Openbaar Onderwijs. (voor ouders en leerkrachten): „Het lijkt wel of we teruggaan in de tijd. Iedereen weet dat er grote verschillen zijn tussen kinderen; tussen jongens en meisjes maar net zozeer tussen kinderen van hetzelfde geslacht. Daar moeten onderwijzers zich meer bewust van worden. Het ene kind is meer visueel ingesteld, het ander meer praktisch en weer een ander kan goed uit boeken leren. Er zijn ook jongens die goed zijn in taal. Daar moeten onderwijzers beter op inspelen, maar niet door seksen kunstmatig te scheiden. Wat gaan we straks verzinnen? Blank en zwart scheiden? Nee, hou de kinderen alsjeblieft bij elkaar. Iedereen moet elkaar vroeg of laat ontmoeten, dat is goed voor de sociale cohesie.

„Wettelijk mag je niet discrimineren op basis van sekse. Ik was zelf rector van een middelbare school en had een groep met taalproblemen. Die heb ik extra taallessen gegeven en dat waren absoluut niet alleen jongens. Daarom heb ik zo’n verkeerd gevoel bij dit voorstel voor uitsluiting in afscheiding. Het past niet bij deze tijd waarbij we juist de boel bij elkaar moeten houden.”

Minister Marja van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA): „Het is uiteindelijk de verantwoordelijkheid van de scholen om gewoon les te geven. Kijkend naar wat het kind nodig heeft. Scholen moeten zorgen dat uit elke jongere het beste gehaald wordt”, zei ze tegen RTL Nieuws.