De diepzee borrelt bij Haden

Op Jazz Middelheim, dat zijn dertigste editie beleefde, speelde onder meer bassist Charlie Haden. Net als bij veel andere optredens werd de free jazz ingetoomd.

„Onze planeet is kostbaar, ons universum stralend. Laat geen mens dat vernietigen.” Met deze smeekbede om de aarde te redden opende de Amerikaanse bassist Charlie Haden gisteravond het slotconcert van Jazz Middelheim in Antwerpen.

De 74-jarige musicus, vermaard om zijn aandeel in de free jazz, stond in het achterste gelid van zijn blazersband Liberation Music Orchestra. Het was alsof hij met zijn fenomenaal ritmische spel op de bas de saxofoons, trompet en trombone voortstuwde.

Het optreden werd nooit explosief of scheurend, eerder ingetogen, mede door de fragiele inbreng van pianiste Carla Bley. Dankzij de blauwe belichting in de vorm van pilaren kreeg de verstilde ballade Blue Anthem een religieuze dimensie.

Verstild was de sfeer wel vaker tijdens het vier middagen en avonden durende, dertigjarige jubileum van Jazz Middelheim. De organisatie zoekt naar een balans tussen artistiek hoogwaardige free jazz, waarin de vrije improvisatie domineert, en een lichtere vorm van jazz. Dat de formule waardevol is, blijkt uit het hoge bezoekersaantal: bijna twintigduizend mensen bezochten het Park Den Brandt.

Zondag, de traditionele familiedag, was gewijd aan toegankelijke jazz. Kleine kinderen dansten op het gazon mee met de jazzhistorie. De Vlaamse zangeres Lady Linn met haar gloedvolle soulstem en haar begeleidingsgroep Magnificent Seven riepen de jaren twintig tot leven. Jazzgeschiedenis bracht ook het duo Allen Toussaint (piano) en Marc Ribot (gitaar), met intieme muziek, waarin de blues in nummers als Bright Mississippi en Blue Drag, een hommage aan gitarist Django Reinhardt, voluit klonk.

Opmerkelijk was het optreden van Ribot: een man gebogen over zijn gitaar, geen enkel contact zoekend met het publiek. Zijn teruggehouden gitaarklanken, begeleid door veel pianissimo van Toussaint, leken vanuit een ver verleden te komen.

Is New Orleans de stad van de blues, Afrika is het „land van het onstuimige ritme”, zoals pianist Randy Weston zijn optreden introduceerde. Ook hij ging terug in de geschiedenis en bracht een hommage aan de vergeten jazzpionier James Reese Europe die in de Eerste Wereldoorlog optrad in Europa. Jazz heette toen nog black music.

In Westons eerbetoon kwamen alle stijlen bijeen, van Duke Ellington tot Thelonious Monk, van swingend tot free, van geconcentreerde improvisatie tot een stormvloed van tuba, banjo, percussie en saxofoon.

Eindelijk! Respect voor het verleden is waardevol, maar af en toe moet live jazz ook volkomen eerbiedloos eigen ostentatieve en exploderende klanken inzetten. Daar komt de luisteraar voor: musici die zichzelf te buiten gaan. Een slagwerker die van geen ophouden weet, een woeste saxofonist die het tentdak openscheurt waardoor je opeens dat stralende universum van Haden ziet.

Dat laatste gebeurde toch te weinig op Middelheim Jazz. Het was behoedzaam en cerebraal. Dat gold ook voor Haden, Bley en het Liberation Music Orchestra. Pas bij de eerste en enige toegift laat in de avond kon de free jazz herademen: Hadens loflied op de walvis, Song for the Whales, opende met geheimzinnige diepzeegeluiden van de contrabas die langzaam door de blazerssectie en percussie werden overgenomen. De bezorgdheid van Haden om de dreigende vernietiging van de aarde kreeg een intimiderende vaart en kracht, veroorzaakt door blazers die zich het riet uit de mond toeterden. Opeens viel alles stil en klonk er een ingetogen duet voor bas en piano door Haden en Bley.

Dat was van een zeldzame schoonheid en klasse.

    • Kester Freriks