De bluesmuzikant en de voodoogod

Vandaag is de sterfdag van bluesgitarist Robert Johnson, overleden in 1938. Hij was de eerste van de ‘27 Club’. Fietsend van Memphis naar New Orleans zocht Leendert van der Valk naar de duivel, eigenaar van Johnsons ziel.

Een van Johnsons drie mogelijke graven, bij Greenwood, Mississippi. Foto Winnifred Wijnker

De katoenplanten verspreiden een zure geur. De nacht in de Mississippidelta is aardedonker, warm, vochtig en vol geluiden. Gekraak, getik, gerommel, een blaffende hond.

Ik zit op mijn hurken bij de kruising van een asfaltweg en een zandweggetje. Het is vijf voor twaalf, over vijf minuten zal ik een hand op mijn schouder voelen, er zal een donkere figuur verschijnen. Wat er dan gebeurt, weet ik niet. Praten we? Schudden we elkaar de hand? In elk geval zal ik daarna beter gitaar spelen dan wie ook. Beter misschien zelfs dan Robert Johnson, die dezelfde deal maakte met de duivel.

Johnson werd honderd jaar geleden geboren in Hazlehurst, Mississippi. Hij stierf 27 jaar later onder mysterieuze omstandigheden, lang voordat dat een trend werd onder muzikanten. Net als Amy Winehouse, de jongste toevoeging aan de club voor popmuzikanten die niet ouder werden dan 27, de ‘27 Club’, hield Johnson van een drankje, maar zijn vermoedelijke doodsoorzaak is vergiftiging door de jaloerse echtgenoot van een van zijn scharrels. Hij liet 29 liedjes achter die later van grote invloed zouden zijn op gitaristen als Eric Clapton en Keith Richards.

Een paar honderd meter van het kruispunt waar ik zit, ligt Johnsons graf, bij een klein wit kerkje net buiten Greenwood. Althans, het is een van zijn drie mogelijke graven verspreid over de Delta, want alles aan Johnson is twijfelachtig. Dat was al zo tijdens zijn leven. Hij werd de personifiëring van de bekendste bluesmythe, die van de crossroads. Johnson zou een matige gitarist zijn geweest, tot hij opeens een paar maanden verdween en terugkwam met een geheel eigen stijl en ongeëvenaarde techniek. Er was maar één mogelijke verklaring, één die hij zelf ook graag uitventte: op een kruispunt zou hij om middernacht een deal met de duivel hebben gesloten; zijn ziel in ruil voor talent. Met een beangstigend ijle stem betoverde hij zijn publiek en zong hij teksten die bol staan van paranoia, hellehonden en kwaadaardige geesten.

„You may bury my body down by the highway side / So my old evil spirit can catch a greyhound bus and ride.” Dat zong Johnson in Me and the Devil Blues en langs die highway zit ik nu. Bij het vale licht van de sterren probeer ik vat te krijgen op de Deltanacht. Het is twaalf uur. Nu moet hij komen.

Ik voel gekriebel in mijn nek. Het is zover, ik wacht op wat komen gaat. Maar het gekriebel wil maar geen hand worden. Het is een mug, gewoon een mug. Er trippelt iets langs me. Er zitten hier gigantische ratten, ik heb ze als roadkill langs de weg zien liggen. Een auto raast langs. In het licht van de koplampen kijk ik achter me. Lange schaduwen met scherpe randen, nog altijd geen duivel.

Johnson was niet de eerste noch de enige bluesmuzikant die het faustiaanse verhaal vertelde. Ook zijn tijdgenoot Tommy Johnson (geen familie) vertelde over de crossroads. De legende gaat echter veel verder terug, tot in West-Afrika. Misschien wist Johnson het zelf niet, maar zijn duivel was eigenlijk een voodoogod.

Met de slaven was vanuit daar ook de geestenwereld van de voodoo naar de Caraïben en het zuiden van de Verenigde Staten gekomen. In de gesegregeerde samenleving boden dans en voodooriten de zwarte bevolking een subcultuur die de blanken totaal ontging. Bluesteksten staan vol voodooverwijzingen.

Een belangrijke figuur was Papa Legba, een grote zwarte man, een onvoorspelbaar type dat vaak op kruispunten verscheen en toegang bood tot de geesteswereld. Hij was goed noch slecht, maar zijn morbide humor en voorliefde voor chaos deden hem in de loop der tijd samenvloeien met de kwade duivel uit het christendom.

Het is al na twaalven, ik speel nog altijd verschrikkelijk slecht gitaar. Papa Legba heeft de geestenwereld niet voor me ontsloten, Johnsons ziel heeft de driehonderd meter van het kerkhof naar het kruispunt niet kunnen overbruggen.

Of misschien zit ik gewoon bij het verkeerde graf.

In september verschijnt Duivelsmuziek, op de fiets van Memphis naar New Orleans van Leendert van der Valk met foto’s van Winnifred Wijnker bij uitgeverij L.J. Veen.