Cambodja floreert ten koste van eigen burgers

Bij het streven naar verhoging van de groei, schendt Cambodja de rechten van burgers. Daarom stopte de Wereldbank zijn leningen. Phnom Penh is niet onder de indruk. China is belangrijker.

Drie van de tien buurten rond het Boeung Kak Meer in het centrum van Phnom Penh zijn al verdwenen onder het zand, zegt bewoonster Tep Vanny. Zij hoort bij de achtergebleven families die in een hevige strijd zijn verwikkeld met de Cambodjaanse overheid en de Chinese Inner Mongolia Erdos Hung Jun Investment Company.

Dit Chinese bedrijf is bezig het Boeung Kak Meer droog te leggen en er een nieuwe, dure wijk te bouwen. De families rond het meer moeten verdwijnen. Zij eisen nieuwe huizen rond het meer, maar het is zeer de vraag of zij hun zin krijgen. „Ik ben bezorgd en erg bang”, zegt Tep telefonisch. ,,Ik vrees dat de regering en het bedrijf niet eerlijk zijn, want ze hebben al vaak gelogen tegen de mensen.”

De bewoners hebben sinds vorige week steun gekregen van de Wereldbank. Die heeft aangekondigd geen nieuwe leningen meer aan Cambodja te geven tot er een eerlijke overeenkomst is gesloten met de bewoners van het Boeung Kak Meer. Tot nu toe leende de organisatie het land zo’n 70 miljoen dollar per jaar.

Voor ongeveer de helft van de 4.200 families die rond het meer woonden, komt de steun te laat. Zij zijn al weg. Sommige hebben gekozen voor de 8.500 dollar compensatie. Een schijntje vergeleken met de marktwaarde van de grond, die wordt geschat op 1.500 tot 3.000 dollar per vierkante meter. Bovendien niet genoeg om een nieuw huis te kopen in Phnom Penh. Veel van hen zijn vertrokken naar de provincie, zegt Tep Vanny.

Andere families hebben een nieuw huis geaccepteerd in een soort vinexwijken, zo’n twintig kilometer van het centrum. Maar Tep vertelt hoe zij terugkeerden om hun oude buren te waarschuwen. „Ze kunnen daar geen werk vinden, en geen school voor hun kinderen. Ze raden ons aan om hier niet weg te gaan.”

Gedwongen uitzettingen zijn een van de ernstigste schendingen van mensenrechten in Cambodja. Nu de economie van het land zich ontwikkelt, moeten arme wijken in de hoofdstad plaatsmaken voor luxe flats en winkelcentra. Op het platteland raken boeren hun rijstveldjes kwijt aan investeerders die er megaplantages aanleggen. Hoeveel gedwongen verhuizingen er plaatsvinden is niet bekend, maar schattingen lopen in de tienduizenden per jaar.

Een deel van het probleem is dat bewoners vaak geen eigendomscertificaat hebben van de grond waar ze op wonen. Daardoor hebben bedrijven en de staat vrij spel om het te claimen.

Families die hun huis moeten verlaten, krijgen doorgaans een magere compensatie of een huis ver weg aangeboden. Verschillende buurten die weigerden te vertrekken, zijn met geweld door de politie weggebulldozerd.

„Het besluit van de Wereldbank laat zien dat we nog steeds problemen hebben met landroof en corruptie”, zegt directeur Chheang Vannarith van het Cambodjaans Instituut voor Samenwerking en Vrede. Alleen: hij denkt niet dat het gaat helpen. „Want nu hebben we China als grote donor. China is de belangrijkste aanjager van ontwikkeling hier, of het nu gaat om de bouw van kantoren en woningen, om mijnbouw of andere investeringen.” Alleen Inner Mongolia Erdos Hung Jun Investment Company heeft al 3 miljard dollar aan investeringen toegezegd. Daarbij is China na Japan de grootste gever van ontwikkelingshulp in het land.

Inderdaad is de Cambodjaanse regering niet bepaald geschrokken van de leenstop van de Wereldbank.

Volgens een woordvoerder had de regering vorig jaar al aangegeven Wereldbankleningen niet meer op prijs te stellen. „De Bank is geen goede steun voor Cambodja’s ontwikkeling”, zei hij tegen nieuwsagentschap AFP.

Toch put Tep Vanny nieuwe hoop uit het besluit van de Wereldbank. In elk geval staat het Boeung Kak Meer zo weer in de belangstelling. Ze hoopt dat er binnen twee maanden een oplossing is. Want sommige families worden letterlijk gek van de onzekerheid, zegt ze.