Bij vrienden sta je af en toe even in de wacht

Later als je groot bent snap je dingen als hypotheken en de liefde, dacht je ooit.

Dat valt tegen. Maar Claudia de Breij weet het allemaal wél. Deel drie van een zomerserie.

1 Dunne mensen eten echt minder

„Ja hèhè”, hoor ik je denken. „Ben ik hier de cursus voor aan ’t volgen, om dit soort open deuren nog eens met grof geweld ingetrapt te zien worden?”

Helaas lieve cursisten, het is nodig. Als je me niet gelooft, denk dan eens na over het volgende, strikt hypothetische voorbeeld. Stel, er wordt een stokje uitgevonden dat lekker is om aan te zuigen. Maar van dat stokje word je ziek, ja, zo ziek zelfs dat je er dood aan kunt gaan. Daarom staat er op het doosje: „Doe maar niet, deze stokjes. Je wordt er ziek van. En je gaat ook dood.”

Zouden er dan nog mensen aan die stokjes zuigen, vraag ik u? (Excuses voor het extreme debiel-proof voorbeeld, maar catch u allemaal even my drift? Fijn.)

Hoe komt dat toch, dat je weet wat goed voor je is, maar er liever niet naar handelt? Het is je goeie ouwe vriendje cognitieve dissonantie. Je geest is in staat een eindeloze hoeveelheid mentale trucs te verzinnen om de waarheid – die je donders goed kent – niet te geloven. „Als ik deze homp kaas maar heel snel in mijn mond stop, enkel verlicht door het schijnsel van de koelkast, als ik het maar doorslik voor ik daadwerkelijk heb kunnen proeven hoe groot het was, en hoe zacht en pittig, hoe vet en lekker, dan is het niet gebeurd. Dan hebben mijn buik en mijn billen het niet gezien.”

Dunne mensen doen dit niet. Alle vrienden van wie ik jarenlang heb gedacht dat ze nou eenmaal een veel betere verbranding hebben dan ik, blijken bij nadere bestudering meestal de helft van hun gebakje te laten liggen, een raketje te nemen als ik wel een Magnum lust, altijd te zeggen „Nee, dank je, ik heb net geluncht” (ook als het niet waar is) en een stukje te gaan hardlopen als ik, op mijn daarvoor zo uitmuntend toegeruste derrière, zit te schrijven.

2 Bij echte vrienden moet je soms even in de wacht kunnen staan

Een van de redenen dat vriendschappen zoveel onderhoudsvriendelijker zijn dan liefdes is het feit dat je elkaar af en toe zonder consequenties een paar maanden mag negeren. Omdat je het druk hebt. Omdat je iedere avond weer te moe bent om te bellen maar nog net genoeg puf hebt om te sms’en dat je heus, heus de ander niet vergeten bent maar gewoon suf geluld op de bank hangt vanwege al die mensen die de hele dag al iets van je moesten. Of doordat je met iets groots bezig bent, een zieke ouder, een pasgeboren kind, een droombaan.

Dan begrijpt de echte vriend dat ie even in de wacht staat, af en toe zijn gezicht moet laten zien en dat jij vanzelf weer komt buurten zo gauw het gedoe voorbij is – in de hoop dat je echte vriend dan niet net aan een nieuwe romance is begonnen, want dan kun je zo weer een half jaartje in de wacht. Wat je doet, met liefde, want zoals Dionne Warwick het zo mooi kan zingen: „That’s what friends are for.”

3 Automonteurs zeggen altijd je hier geen dag langer mee door had moeten rijden

„Oeh mevrouwtje”, zeggen mannen die bij de garage werken al na één blik onder je motorkap. („Oeh meneertje” zeggen ze niet. Als je een man bent zeggen ze „Ai meneer”.) En daarna komt een verhandeling over je kapotte V-snaar, versnellingsbak of remschijven waardoor je er binnen een halve minuut van overtuigd bent dat deze man je voor een wisse dood heeft behoed en niet minder dan je halve maandsalaris verdient en een lintje.

„Ja hier had u echt geen dag langer mee door kunnen rijden. Levensgevaarlijk”, zeggen ze. Op het moment dat je dan met de schrik in de benen een leenauto bij ze probeert te regelen, blijkt vaak dat je, omdat alle leenauto’s uitgeleend zijn, nog best even met deze wagen naar huis kunt, of naar je werk, of op vakantie naar Spanje. Gezien het feit dat je zelf te weinig van auto’s weet om iets anders onder je motorkap waar te nemen dan een heleboel rare grijze metalen dingen waar je vieze handen van krijgt, zul je toch nooit het risico nemen stoïcijns door te crossen en je leven lang kapitalen uitgeven aan APK’s, kleine en grote beurten.

Leg je erbij neer, zie het als een van de mysteries van het volwassen leven of koop een moersleutelset, doe een cursus autotechniek bij de LOI en zie na twee lessen in dat het zo moeilijk is dat de automonteur al jouw zuurverdiende geld meer dan waard was, sterker nog, dat je hem nu een bosje bloemen gaat brengen.

4 Mensen die naast je zitten in het vliegtuig stinken altijd ongenadig uit hun bek

En zij denken hetzelfde over jou.

5 Aannemers plannen altijd een maand te weinig

Als de aannemer zegt dat je huis in maart af is, regel dan maar alternatieve woonruimte tot en met april. Hij kan het niet helpen; it’s in his nature. Hij vergeet het vorstverlet, ziet de bouwvak over het hoofd en is niet voorbereid op de staking van de Italiaanse tegelboeren. Wanneer jij toevallig net die ene aannemer treft die het wel binnen de afgesproken tijd kan fiksen, dan nog zal het niet gebeuren omdat je zelf roet in het eten gooit door tóch nog een dakkapel te willen, of een serre. Of een nieuwe badkamer met van die geinige tegeltjes. Uit Italië.

6 Vergeet nooit waarom je bij iemand bent

Eerst is er verliefdheid, dan komt houden van en dan een huishouden. En dat is oké, als je maar niet vergeet dat dat huis er niet is omdat je zo nodig een huis wilde, maar omdat je altijd bij die ander thuis wilde komen. Dat die kinderen er zijn gekomen omdat je nou eenmaal zo veel van elkaar hield – en niet dat je van elkaar moet houden omdat die kinderen er zijn. Dat die ander er is omdat je niets liever wilde dan bij hem of haar zijn, en niet om samen met jou een bedrijf in neuzen afvegen, vuilniszakken buiten zetten en rekeningen betalen te beginnen.

De rekeningen, de vuilniszakken en de snottebellen; ze bestaan allemaal alleen maar omdat jullie elkaar wilden. Dus omarm ze. En elkaar.