Afghaanse politie heeft aan alles gebrek

De Nederlandse missie in Afghanistan – het trainen van lokale politiemensen – loopt vertraging op.

Militaire vakbonden vinden de situatie alarmerend.

De Nederlandse missie in Kunduz heeft inmiddels een goede indruk van de gebrekkige omstandigheden waaronder moet worden gewerkt. Zo is duidelijk geworden dat het trainen van lokale politiemensen, het doel van de missie, vertraging zal oplopen omdat het Afghaanse politieapparaat er slechter voorstaat dan verwacht. Het ontbreekt de Afghanen aan essentieel materieel, van boeien tot auto’s. Er is ook nog geen fatsoenlijke salarisadministratie.

Begin juli vertrokken enkele honderden Nederlandse militairen naar de noordelijke Afghaanse provincie. Daar zitten ze nu al bijna zes weken in het Duitse kamp waar ze te gast zijn te wachten, in de zinderende hitte en tijdens de islamitische vastenmaand ramadan. Ze houden zichzelf bezig door wapens in te schieten, te sporten en kennis te maken met hun Duitse en Amerikaanse bondgenoten, maar verder hebben ze vooral veel tijd voor zichzelf.

Opperwachtmeester Roland (zijn achternaam blijft geheim op verzoek van Defensie) leidde afgelopen zondag als commandant van een van de zes Police Operational and Mentoring Liaison Teams (POMLT’s) de eerste Nederlandse patrouille in de stad. Volgens hem zijn de problemen bij de Afghaanse politie groter dan verwacht. „Zolang dit niet is opgelost, zie je mij nog geen training geven over een inval in een huis of bij een arrestatie.”

Opzet was dat Nederland medio augustus zou beginnen met het monitoren van arrestaties, controles bij checkpoints en andere civiele politietaken. „Maar daarvoor is het nog veel te vroeg”, zegt de opperwachtmeester. Nederland zal eerst proberen zicht te krijgen op de staat van het politieapparaat. De Amerikanen die vóór de Nederlanders de verantwoordelijkheid hadden voor de politie in Kunduz-stad konden geen overzicht bieden, zegt Roland.

Gebrek aan materieel en aan een goede salarisadministratie bij het Afghaanse politieapparaat in Kunduz zijn de grootste problemen. Basisvragen als hoeveel politiemannen er zitten op welk kantoor, hoeveel auto’s ze hebben en wat de staat is van het materieel zijn allemaal nog onbeantwoord.

Wel weet Roland nu al dat het politieapparaat van alles tekort komt, waardoor de daadwerkelijke trainingen uitgesteld worden. „Ze hebben nog heel veel spullen nodig. Van handboeien tot aan politieauto’s, het is er niet.” Volgens Roland gaan ze de Afghanen eerst informeren hoe ze aan het benodigde materieel moeten komen. „We gaan ze niets geven. Wij hebben hier zelf trainingen gehad over hoe hier de logistieke lijnen lopen en die kennis geven we door aan de Afghanen.”

Dit weekend meldde het NOS Journaal dat de Nederlandse missie zelf ook niet alles op orde heeft in Kunduz. Militairen hebben vanuit Afghanistan per mail laten weten dat zij gebrek hebben aan scherfvesten, munitie en tolken. Van de twintig tolken die aan het werk zouden gaan, zouden er nog maar twee aanwezig zijn. Een van de soldaten schrijft: „Na zes weken mag alles toch weleens op orde zijn, ’t was nou ook weer niet een plots opkomende missie.”

Militaire vakbonden bevestigen het beeld dat de NOS schetst. „De ooggetuigenverslagen die wij krijgen liegen er niet om”, zegt Wim van den Burg, van de AFMP. Hij maakt zich zorgen over de veiligheid van de militairen, net als Jean Debie, van VBM/NOV. Debie: „Ik vind het alarmerend dat zij niet de spullen hebben om zichzelf te verdedigen als ze worden aangevallen.”

Volgens Van den Burg staan levens op het spel als de militairen niet volledig geëquipeerd zijn. „Onze mensen willen gewoon aan de slag, maar ik hoop niet dat ze onder druk nu toch aan de gang gaan en risico’s nemen. Als de militairen zichzelf niet kunnen beschermen, kan dat onnodig mensenlevens kosten.”

Defensiewoordvoerder in Kunduz, Frans Verburg, denkt er heel anders over. Hij zegt dat het nieuws van de NOS inmiddels achterhaald is. „Op dit moment rijden we in de stad rond. De zaken die we nodig hebben om dit verantwoord te doen hebben we geregeld, zoals de scherfvesten, de jammers (waarmee bermbommen onschadelijk worden gemaakt) en de munitie.” Ook zijn er inmiddels genoeg tolken, volgens Verburg. „We zitten eind van deze week op de helft. Daarmee komen we niet in de problemen.”

Verburg toont begrip voor de manschappen die informatie naar buiten hebben gebracht. Hij begrijpt dat ze eager zijn, zegt hij. „Zij willen de stad in en denken dan: shit, we moeten weer twee dagen wachten. Dat is begrijpelijk. Aan de andere kant moeten wij verantwoord optreden.”

De Afghaanse politiecommandant van het checkpoint waar de Nederlandse opperwachtmeester Roland afgelopen zondag een bezoek aan heeft gebracht, kan in ieder geval bijna niet wachten totdat de Nederlanders beginnen. „Wij hebben hun hulp echt nodig”, zegt de plaatsvervangend-commandant Amanullah Hamdard. „Veel van mijn mannen hebben inderdaad geen handboeien en weten niet eens hoe je ze om moet doen.”

Ook Hamdard heeft aan Roland duidelijk gemaakt dat de salarisadministratie niet op orde is, zegt hij. „We verdienen te weinig en we krijgen het geld niet op tijd”, zegt Hamdard, die zelf maandelijks 10.000 Afghani verdient, dat is zo’n 170 Euro.

Volgens Hamdard hoeven de Nederlandse politieagenten niet direct in gevechten te belanden. Het Nederlandse parlement heeft de trainers verboden op te treden in offensieve acties. „Ik zie dat niet als een beperking. Wat er ontbreekt is dat mijn mannen niet weten hoe het politievak eruitziet. Daar kunnen de Nederlanders veel in betekenen.”

Een woordvoerder van het ministerie van Defensie laat in een reactie weten dat dat eerdere „logistieke uitdagingen” zijn opgelost en dat de missie op schema ligt.

Volgens het ministerie is het altijd de bedoeling geweest pas in augustus te beginnen met de patrouilles en zullen die nu snel frequenter worden.

Eerder werd al duidelijk dat de opleidingen die de marechaussee aan politierekruten gaan geven op het Duitse kamp pas begin volgend van start kunnen gaan.

    • Emilie van Outeren
    • Bette Dam