Wonderdokter zonder gêne

Necrologie

Fritz Korbach was een van de kleurrijkste trainers uit het Nederlandse betaalde voetbal. Gisteren overleed hij op 66-jarige leeftijd aan de gevolgen van keelkanker.

Ooit was hij bijna trainer van Feyenoord. Sterker nog: hij stond op het punt om in zijn auto te stappen, op weg naar Rotterdam-Zuid om zijn droomcontract te tekenen. Ging ineens de telefoon. Cor van der Gijp, bestuurslid bij Feyenoord, aan de lijn. „Het gaat niet door, Fritz, want ook ik ben ontslagen.”

Clubs in nood wisten hem altijd te vinden. Fritz Korbach, zoon van een Nederlandse moeder en een Duitse handelsreiziger, gold als de wonderdokter onder de Nederlandse voetbaltrainers. Mede dankzij een flinke dosis ongecompliceerde voetbalhumor („Ik ben de enige mof met humor”) wist hij binnen relatief korte tijd de sportieve sores te bezweren: het ‘Korbach-effect’. Die zelfbedachte term groeide uit tot een klassieker in het Nederlandse voetbaljargon, al was zijn succes vaak van korte duur.

Korbach overleed gisteren op 66-jarige leeftijd na een hartstilstand in zijn woonplaats Leeuwarden. Zijn artsen brachten hem begin deze maand de onheilstijding: zijn keelkanker was niet meer te behandelen, hij had nog maar enkele maanden te leven. Korbach hield zich groot. Als vanouds met humor én met strijdlust. Hij was in „de blessuretijd” van zijn leven aanbeland en stond met 2-0 achter. „Magere Hein is in mijn broekzak gekropen, maar ik ga proberen hem eruit te tillen en hem eigenhandig de nek om te draaien”, zei hij in een vraaggesprek met het Algemeen Dagblad. Hij mijmerde over een hattrick, waardoor hij de wedstrijd alsnog zou winnen, maar de drie gedroomde treffers bleven uit.

Korbach, in 1945 geboren in Diez an der Lahn, begon zijn trainerscarrière in 1968 als assistent bij Elinkwijk. Zijn loopbaan voerde verder onder meer langs modale clubs als Wageningen, PEC Zwolle, Go Ahead Eagles, De Graafschap, Heerenveen, Volendam, Cambuur, FC Twente en Heracles. Hij diende in totaal twaalf Nederlandse werkgevers, en wist maar liefst vijfmaal promotie af te dwingen naar de eredivisie. Oud-doelman Frans Körver (74) is met zes promoties nog altijd recordhouder.

Korbach daarentegen is met 929 (competitie)wedstrijden de meest ervaren coach in het Nederlandse betaalde voetbal, gevolgd door wijlen Bert Jacobs (909 duels) en Piet de Visser (826). Maar ervaring of niet, topclubs hielden hem al die jaren buiten de deur. Korbach was te ruw, te direct. „Zonder mij had De Graafschap nu tegen Windkracht 24 gespeeld en waren ze nog altijd strontboeren geweest in plaats van superboeren”, zei de kleurrijke rauwdouwer in 1998, vlak voor zijn ontslag in Doetinchem. Zijn ongepolijste taalgebruik was voor PSV naar verluidt een van de redenen om hem niet aan te stellen.

Korbach was vooral een onconventionele trainer, bij wie journalisten graag op de koffie gingen. Der Fritz was altijd goed voor een pakkende oneliner. Maar wie hem hoorde praten, kreeg steevast de indruk dat de tijd was blijven stilstaan. De wereld veranderde, maar Korbach bleef Korbach: de no-nonsensetrainer met de onafscheidelijke regenjas en het sigaartje, de trainer met de zonnebril in het haar, de trainer die geen sokken droeg. Voetbal was voetbal, luidde zijn motto. Je moest het spelletje vooral niet moeilijker maken dan het was. Aan zijn lijf geen polonaise.

De laatste jaren werd het sportief gezien steeds stiller rondom Korbach. Zijn laatste profclub was Sparta, waar hij in 2003 een record vestigde: al na twee dagen vertrok hij. Op doktersadvies na een epileptische aanval op het trainingsveld. Daarna volgden nog een uitstapje naar Indonesië („een allejezus groot land”) en amateurclubs als Rohda Raalte en Harkemase Boys. Bij de Friese zaterdagclub werd hij ontslagen na degradatie uit de hoofdklasse.

Vier jaar geleden verscheen zijn biografie, getiteld Onaangepast. Drank en vrouwen lopen als een rode draad door het boek. Korbach vond het best. Hij hoefde de kopij van sportjournalist Vincent Ronnes niet vooraf in te zien. Het boek wemelt van de smakelijke anekdotes en Korbachiaanse zinswendingen, maar het treffendste citaat is afkomstig van zijn zoon Bobby: „Ik zie hem altijd als een groot kind.”

Het was vooral zijn liefde voor de drank – „papegaaiensoep” in de terminologie van Korbach – die hem in de slotfase van zijn carrière in het nieuws bracht. Als trainer van Heracles raakte hij ooit zijn rijbewijs kwijt na een alcoholcontrole. Bij Harkemase Boys werd hij gebracht en gehaald door de taxi.

Verhalen over zijn vermeende drankzucht bleven hem achtervolgen, ook al had hij zijn alcoholconsumptie naar eigen zeggen fors teruggeschroefd. „Ik ben net als zo veel Nederlanders gepakt met een slokkie te veel op”, verzuchtte Korbach acht jaar geleden in deze krant. „Maar ik ben zowel geestelijk als lichamelijk nog hartstikke fit.”

    • Mark Hoogstad