Prijs voor paardenbloemenpluisjes

De Zomerexpo in Den Haag, waaraan iedereen kon meedoen, laat zien dat ook buiten het reguliere kunstcircuit goed werk wordt gemaakt. „Dit is in één keer aangeslagen bij het publiek.”

Niet een amateur met een uit de hand gelopen hobby won dit weekend de publieksprijs van Zomerexpo 2011 – de tentoonstelling met open inschrijving in het Haagse Gemeentemuseum. De 10.000 euro ging naar een duo dat in 2005 cum laude afstudeerde aan de Design Academy en dat wordt vertegenwoordigd door een Londense galerie. Hun werk is aangekocht door het Victoria and Albert Museum en door miljonair Roman Abramovich; deze herfst zijn ze te zien in museum Boijmans.

Toch zijn Lonneke Gordijn (1980) en Ralph Nauta (1978) blij met de publieksprijs. „Het betekent dat we onze boodschap direct overbrengen”, zegt Nauta. „Critici zijn geschoold in wat ze mooi moeten vinden, daarom is het super dat het publiek dit koos. Het belang van schoonheid wordt vaak onderschat.” Het duo schreef zich in voor de Zomerexpo omdat het in eigen land nog niet zo bekend is. „Hier hebben we geen galerie, ook omdat Nederlanders praktisch zijn: hoe houd je zo’n installatie schoon?”

‘Zo’n installatie’, hun winnende Fragile Future 3.5, is gemaakt van paardenbloemenpluisjes, fosforbrons en led-lampjes. De pluisjes, één voor één opgeplakt, vormen met de lampjes lichtgevende bloemen. Nauta: „De combinatie van natuur en techniek toont hoe ver de natuur is ontwikkeld. Daar komen wij mensen niet bij in de buurt.”

Fragile Future kreeg 404 van de 5.386 stemmen. „Mensen kiezen voor knap gemaakt”, zegt Yves de Block, een van de organisatoren. Op de tweede plaats, met 277 stemmen, eindigde Marokkaanse met formulier bij gesloten raam van fotograaf Jan Banning dat doet denken aan Vermeer; 270 stemmen waren er voor het even realistische schilderij Hans Snoek en Erik de Vries van Jeroen Dercksen.

De professionele jury kwam tot een ander oordeel. Hun eerste prijs, 7.500 euro, ging naar (Be)spiegelingen van Annemieke Alberts (1963). Op dit schilderij, half abstract en half realistisch, zie je door een treinraam hoge gebouwen. „Spannend”, vindt jurylid Benno Tempel, directeur van het Gemeentemuseum. „Van die kunstenaar willen we meer zien.” Alberts maakte op haar 31ste de switch van basisschoollerares naar kunstenaar. Hoewel ze regelmatig exposeert kan ze niet van kunst leven. „De kunstwereld is een gesloten circuit, waar je nauwelijks tussen komt.”

Dat is ook het doel van de Zomerexpo: ontdekken of er buiten het reguliere circuit kunstenaars zijn die evenzeer de moeite waard zijn. Volgens De Block is dat gelukt: „Nu blijkt dat er veel meer werk van hoog niveau is.” Ook Tempel noemt het resultaat boven verwachting, in kwaliteit en aantal: er waren zo veel werken (4.750) dat de inschrijving voortijdig sloot; het aantal bezoekers was 30.000, terwijl op 20.000 werd gerekend. „Dit is in één keer aangeslagen bij het publiek”, zegt Jan Jaap Knol, directeur van het Fonds Cultuurparticipatie dat het project financierde. „De open benadering spreekt aan.” Voor de komende twee jaar is de Zomerexpo alweer gepland, met nieuwe jury’s en dus nieuwe kansen.

Jan Banning, de bekendste kunstenaar, doet mee omdat hij het sympathiek vindt, „het doorbreken van het vaste stramien in de kunstwereld”. De kwaliteit noemt hij wisselend. De foto’s vindt hij niet sterk. „Maar misschien is dat subjectief en verrast fotografie mij minder snel.”

Andere deelnemers hebben moeite met de salonopstelling, waarbij schilderijen boven elkaar hangen. Max van der Ree, met 16 jaar de jongste: „Mijn tekening hing te hoog, je kon er niet goed naar kijken.” Hij kreeg wel een illustratieopdracht. Anderen verkochten hun werk.

Fundamenteler is de kritiek van Ann Demeester, directeur van kunstinstelling De Appel. Zij vindt de manier van jureren, waarbij een werk geïsoleerd wordt beoordeeld, problematisch. „Er zijn meer factoren nodig: wat wil de maker zeggen, hoe past het in zijn oeuvre?” Alleen schoonheid is niet genoeg. „Een kunstenaar moet een boodschap hebben, een concept dat verder gaat dan het beeld.” Het risico van de Zomerexpo vindt Demeester dat al gauw wordt gezegd: zie je wel, professionele kunstbeoefening is elitair en verdacht. „Er bestaat wel degelijk zoiets als expertise.”

De discussie over expert/amateur vindt Demeester zo belangrijk dat ze in De Appel tot 2 oktober een expositie organiseert onder de titel ‘Iedereen kan alles!?’ Toch vindt ook zij dat de Zomerexpo traditie moet worden. „Wel moeten ze performance en conceptuele kunst toe laten.”

Jan Banning laat vast weten: „Volgend jaar schrijf ik weer in.”