Praktisch bouwen aan EU

Nieuwe pleidooien voor een structurele oplossing van de eurocrisis hebben een ding gemeen. Uiteindelijk betaalt de belastingbetaler altijd de rekening.

Finland 2 euro FOTO: ECB Euro munten geld

Het is de paradox van de crisis: de huidige regeringsleiders zijn ideologisch minder begaan met het Europese project dan hun voorgangers, maar ze neigen langzamerhand toch naar ongekende vormen van Europese integratie. Alles om de euro te redden, is hun motto.

De voorstellen lopen uiteen. De Italiaanse minister van Financiën Tremonti en eurogroepvoorzitter Jean-Claude Juncker willen Europese obligaties uitgeven. De Franse president Sarkozy ziet liever het tijdelijke steunfonds EFSF (Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit) en de permanente opvolger ESM (Europese Stabiliteitsmechanisme) uitgroeien tot een Europees Monetair Fonds.

Morgen komen Sarkozy en de Duitse bondskanselier Merkel bijeen om te praten over verdere maatregelen die de eurocrisis kunnen bezweren. Dat doen zij na een onrustige week op de beurzen. Beleggers raakten in paniek over het uitblijven van structurele oplossingen.

De Europese Centrale Bank was zo bang voor een escalatie van de crisis dat ze zich voor het eerst sinds maart op de secundaire obligatiemarkt begaf. De ECB kocht op grote schaal Spaanse en Italiaanse obligaties op.

Dat bleek effectief. De rente op obligaties met een looptijd van tien jaar van de twee landen daalden van boven de 6 procent tot onder de 5. Vandaag maakt de ECB bekend voor hoeveel ze obligaties heeft gekocht. Persbureau Bloomberg schat dat de ECB voor zo’n 16 miljard euro staatsleningen heeft gekocht.

De voorzichtige plannen van regeringsleiders en de interventie van de ECB hebben één ding gemeen: de schulden van Europese probleemlanden worden gesocialiseerd. Als de schattingen kloppen heeft de ECB inmiddels voor 90 miljard euro obligaties op de balans staan. Als de bank wil voorkomen dat de rentes op Spaanse en Italiaanse staatsleningen opnieuw oplopen, zal dat bedrag verder stijgen. Uiteindelijk zijn het Europese belastingbetalers die via de nationale centrale banken eventuele verliezen van de ECB dragen. Als verdeelsleutel geldt de omvang van bevolking en economie.

Als Europese politici besluiten een Europese obligatie in te voeren zijn het ook de Franse en Duitse belastinginkomsten die de gaten in de Italiaanse, Spaanse, Portugese en Griekse begrotingen vullen. Juist daarom zijn euro-obligaties omstreden. De sterke landen schieten de zwakke landen te hulp. De vrees in Duitsland is dat daarmee de stimulans voor zwakke landen verdwijnt om te hervormen en de begroting op orde te brengen. De tucht van rentestand op de obligatiemarkt is weg.

Volgens de Duitse minister van Financiën Schäuble is het onbespreekbaar om euro-obligaties in te voeren zolang participerende landen soevereiniteit over hun begrotingen houden. Daarmee zette Schäuble in Der Spiegel, ondanks heftige tegenstand in het Duitse parlement, de deur op een kier voorafgaand aan het Frans-Duits beraad. Tot voorkort was de Duitse regering ideologisch tegen euro-obligaties. Nu lijkt ze vooral praktische bezwaren te hebben.

Het idee nationale begrotingen onderdeel te maken van Europese integratie klinkt luider. In juni pleitte ECB-president Trichet voor een Europese minister van Financiën die begrotingdiscipline in de eurozone moet afdwingen.

Een begrotingsunie zet Europese leiders voor het blok. Tot nu toe rechtvaardigden zij verdere Europese integratie door te zeggen dat het vooral maatregelen van technische aard waren. Net als de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van Jean Monnet heeft het noodfonds EFSF vooral een functioneel karakter. Maar Monnet zag het EGKS als beginpunt voor verdere – politieke – integratie. Euro-obligaties en gemeenschappelijk begrotingsbeleid kunnen niet meer onder functionele samenwerking geschaard worden. Het is de vraag of de huidige generatie leiders bereid is zulke vergaande Europese integratie te verdedigen.

    • Egbert Kalse
    • Melle Garschagen