Oppositie is tot gedoogsteun voor Rutte veroordeeld

Een minderheidsregering lijkt een zegen voor de oppositie. Morgen zal echter blijken dat de positie van PvdA, D66 en GroenLinks niet zo gemakkelijk is.

Wat nou als we een keer de telefoon niet opnemen?

Die waarschuwing van D66-leider Alexander Pechtold eerder dit jaar was duidelijk. Premier Mark Rutte hoeft er niet altijd op te rekenen dat de oppositie het kabinet tegemoetkomt als gedoogpartner PVV zijn handen van de coalitie aftrekt.

Volgens een opiniepeiling dit weekeinde zou de populariteit van Ruttes kabinet nog niet zo laag zijn geweest als nu. De premier zelf heeft een positieve beoordeling van 16 procent. Dat was in december nog 26 procent.

Die twee elementen samen zijn goud in handen van de oppositie. Daar komt bij dat in geen dossier Rutte zijn politieke tegenstanders zo nodig heeft als in de steunoperatie aan zieltogende eurolanden. Dat zal ook morgen weer blijken als de financieel specialisten in de Tweede Kamer even terugkomen van reces om over de miljardenleningen aan Griekenland te spreken.

Zonder de stemmen van PvdA, GroenLinks en D66 ontbreekt een Kamermeerderheid voor de steunoperatie waarover de Europese regeringsleiders eind juli overeenstemming bereikten. En dan moeten Rutte en Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) naar Brussel terug met een heel vervelende boodschap.

Zover zal het echter niet komen, want links heeft op voorhand steun toegezegd. Terwijl er bij de presentatie van de operatie door het kabinet nogal wat misging waar de oppositie munt uit had kunnen slaan. Juist communicatie, benadrukte Rutte afgelopen vrijdag nog, is belangrijk als je afhankelijk bent van een oppositie die „niet altijd gelukkig is” met dit kabinet.

Na de top presenteerde Rutte andere cijfers dan zijn Europese collega’s. Voor „die verwarring” bood hij vrijdag zijn excuses aan, en dat zal hij morgen herhalen. Maar ook de cijfers zelf – waar eveneens een fout in sloop – komen morgen ter sprake. Rutte sprak in Brussel van een bijdrage van de banken in de Griekse redding van 50 miljard euro „op een totaalpakket van 109 miljard”. Maar die 109 miljard is van de overheden alleen; de private bijdrage komt ernaast. En het gaat slechts om uitgaven tot 2014.

Ambtenaren van Financiën voorzagen de Kamer vorige week van de laatste informatie. Om die ‘technische briefing’ was door een boze Kamer gevraagd toen bleek dat De Jager een garantie van (waarschijnlijk) 35 miljard euro aan de Europese Centrale Bank niet expliciet had gemeld. Uit de briefing bleek ook dat de hele steunoperatie geen 100 miljard euro aan kredieten kost – zoals de Kamer voorafgaand aan de top was gemeld – maar uiteindelijk meer dan het dubbele. Om problemen voor de toekomst te voorkomen, wil het CDA een Europese begrotingsautoriteit instellen met dwangmiddelen om landen op het rechte pad te houden.

De oppositie heeft nog een probleem, en dat geldt voor de regeringspartijen VVD en CDA niet minder: de operatie is zo complex dat deskundigen in Brussel (en in Den Haag) nog weken nodig hebben om precies te uit te rekenen wat de kosten en risico’s per land zullen zijn. Daar kan niemand iets aan doen, maar prettig is alle onzekerheid allerminst.

Toch kan de oppositie het kabinet niet zomaar laten vallen. Als PvdA, D66 en GroenLinks de toekomst van de Europese samenwerking op het spel zetten, laden ze al snel een verantwoordelijkheid op zich die niet valt uit te leggen aan linkse kiezers. En daarmee hebben de tegenstanders van dit kabinet geen alternatief dan de honneurs van de PVV waar te nemen.

    • Erik van der Walle