Omzichtig op pad in Kunduz

Gisteren gingen de Nederlandse politietrainers voor het eerst zelfstandig hun kamp af in de provincie Kunduz. Veel meer dan een bliksembezoek was het niet.

Bij de drukke politiecontrolepost, aan de rand van de Noord Afghaanse stad Kunduz, vallen de drie Nederlandse geel-bruingevlekte Bushmaster terreinwagens direct op. Terwijl gisteren thuis, na berichtgeving in het NOS-journaal, kritiek losbarstte over de gebrekkige logistieke voorbereiding van de politietrainingsmissie in Kunduz, kwamen Nederlandse militairen voor de eerste keer zelfstandig in actie buiten hun kamp. Hun opdracht: de beveiliging van de Nederlandse commandant van een van de zogenaamde Police Operational and Mentoring Liaison Teams (POMLT), die de Afghaanse politiemensen later dit jaar zullen trainen. De Nederlander bracht gisteren een eerste bezoek aan zijn Afghaanse collega.

Omdat aanslagen mogelijk zijn, lopen de soldaten met hun wapens op de buik en ingepakt in scherfvesten door de verkeerschaos van remmende en optrekkende auto’s en schreeuwende lokale politieagenten. De Nederlandse militairen proberen ondanks alle drukte de situatie bij de post, die ook wel de Poort van Kunduz wordt genoemd, scherp in de gaten te houden.

Opperwachtmeester Roland (zijn achternaam blijft geheim op verzoek van Defensie) zit in het provisorisch onderkomen van de Afghaanse politiecommandant tegen de pilaar van de poort. Onder een dak van groen tentzeil probeert hij de aandacht van de plaatsvervangend politiecommandant Amanullah Hamdard vast te houden. Diens ogen zijn rood van vermoeidheid. De vastenmaand Ramadan die vorige week is begonnen, valt hem duidelijk zwaar op deze hete zomerdag.

Het Nederlandse ministerie van Defensie was vooraf niet toeschietelijk met het geven van informatie over dit eerste optreden buiten de poorten. De vijand luistert mee, zo liet de woordvoerder van Defensie in Kunduz weten. De vrees is niet onterecht. De Afghaanse tegenstanders zoeken in Kunduz niet het directe gevecht, maar bestormen soms overheidsgebouwen, vermoorden politieagenten of overvallen, zoals twee weken geleden, een gastenverblijf van een internationale hulporganisatie in het centrum van Kunduz.

Samiullah Qatra, de politiecommandant van de provincie, komt nauwelijks meer zijn kantoor uit nadat hij anderhalve maand geleden ontsnapte aan een zelfmoordaanslag. Zijn voorganger kwam bij een soortgelijke aanslag om het leven.

Ook al hebben de Nederlanders zichzelf niet aangekondigd bij de controlepost, het blijft een ideaal moment voor de vijand om aan te vallen. In de lange sliert auto’s en vrachtwagens kan zomaar een aanvaller zitten. Of zit de zelfmoordenaar ‘verstopt’ tussen de Afghaanse agenten in het blauwe uniform?

„Wel een gemoedelijk sfeertje, hè?” zegt Roland na het gesprek met de Afghaanse commandant. De lange Nederlander staat nu langs de weg en kijkt trots om zich heen. „De Afghanen vonden het leuk dat we even op bezoek kwamen.” Het bleef inderdaad maar bij ‘even’. De eerste echte Nederlandse actie duurde niet langer dan een uur. Het blijft voor de rest van de dag rustig in Kunduz, maar de Nederlanders wilden er om veiligheidsredenen niet langer op uit. „We schatten dat elke keer van te voren in”, legt Roland uit. „Soms komen we uit op een uur, een andere keer kan het wel drie uur duren.” Als hij aanstalten maakt om terug te keren naar het Duitse kamp waar de Nederlandse missie is ondergebracht, wordt hij opnieuw aangesproken door Hamdard, de lokale commandant. De Afghaan duwt hem twee zware meloenen in de armen. „Ik heb hem bedankt”, zegt hij achteraf. „Ik ben blij met de Nederlandse hulp, want training hebben we nodig.”

In het Nieuws: pagina 4-5