Nadine Gordimer (87) moet persvrijheid weer redden

Jongeren van na de apartheid zien niet dat de democratie in Zuid-Afrika gevaar loopt nu persvrijheid beperkt wordt, zegt Nadine Gordimer (87). Dus gaat ze zelf maar voorop.

Tijdens de apartheid werden enkele van haar boeken door de censor verboden, nu staat Nadine Gordimer, winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur in 1991, weer op de barricaden. 87 jaar oud. Afgelopen zaterdagochtend betoogde de frêle grand lady van de Zuid-Afrikaanse literatuur met zo’n 300 activisten in Johannesburg tegen een wetsvoorstel van het regerende ANC, dat het voor de overheid makkelijker maakt onwelgevallige informatie geheim te verklaren. „De wet zal de vrijheid van meningsuiting inperken”, zegt ze deftig in de microfoon, „en een eind maken aan dit basisrecht dat we na de apartheid dankzij onze prachtige grondwet verworven hebben.” Applaus. Vuvuzela’s. Bedeesde vuist van Gordimer.

Haar gehoor is afgekomen op een oproep van de Right2Know-campagne, die ruim een jaar tegen de mediawetten demonstreert. Na de toespraken marcheert het gezelschap naar het Constitioneel Hof in het centrum. ‘No information means no accountability’, staat er op een actiebord dat de beroemde fotograaf David Goldblatt, vorig jaar 80 jaar geworden, licht gebocheld voor zich uit torst. Gordimer beantwoordt onze vragen.

Bent u niet te oud om dit te doen?

„Ik ben bang dat we moeten blijven vechten. Het is zorgelijk dat jongeren niet inzien dat ze mee moeten doen. Zij kunnen zich de apartheid misschien niet herinneren en denken dat we nu alles goed voor elkaar hebben. Als zij het niet doen, dan moeten mensen als ik maar weer in actie komen.”

Hoe bent u hierbij betrokken geraakt?

Ik heb (collega-schrijver) André Brink vorig jaar gebeld om te overleggen. We hebben een petitie opgesteld en duizend handtekeningen verzameld. Op een bijeenkomst van het Nobelcomité in Stockholm ben ik met de lijst rondgegaan. Dit is tenslotte een kwestie van internationaal belang. De petitie hebben we aangeboden aan president Zuma, maar die heeft niet het fatsoen gehad om de ontvangst te bevestigen.”

Raakt de nieuwe wet u persoonlijk?

„Ik denk dat alle schrijvers getroffen worden. Het recht op vrijheid van meningsuiting is absoluut in een democratie. We gaan terug naar beperkingen die we tijdens de apartheid kenden. Nu nog hebben we de bescherming van onze grondwet. We willen niet terug naar een situatie waarin kunstenaars politie-invallen krijgen. Maar de staat lijkt weer net zo machtig te worden als tijdens de apartheid, of erger.”

Erger?

Ze glimlacht. „Nee, niet erger. Maar wel als je beseft dat voor de vrijheden die nu ter discussie staan vele honderden mensen hun leven hebben gegeven. Het kost moeite om nu Zuid-Afrikanen weer tot actie te bewegen. Ze denken dat de voorgestelde wet alleen journalisten treft. Maar het raakt iedereen die het woord gebruikt. Stel dat ik informatie heb over corruptie bij de overheid en die aan een journalist geef, dan zijn we beiden strafbaar en kunnen we voor 25 jaar de gevangenis in.”

Het ANC heeft de wetgeving inmiddels behoorlijk afgezwakt.

„Ze hebben symbolische concessies gedaan om mediaorganisaties, vakbonden, schrijvers en kunstenaars stil te krijgen. Maar de wet is in deze vorm onacceptabel. Natuurlijk begrijp ik dat de overheid niet wil dat defensiegeheimen naar buiten komen, maar deze wet gaat veel verder. In het belang van het land kunnen meer zaken geheim verklaard worden. Maar klokkenluiders en journalisten zijn vogelvrij, terwijl zij met hun onthullingen over corruptie juist de samenleving een dienst bewijzen. Deze wet heeft tot doel de persvrijheid te beknotten en moet daarom door de bevolking van Zuid-Afrika volledig verworpen worden.”

    • Peter Vermaas