Luister naar de tuchthuisboeven

Vandaag ben ik een Plunderaar, volgens de Engelse filosoof Francis Bacon althans. Aan het begin van de zeventiende eeuw beschreef hij de ideale maatschappij. Daarin heb je naar zijn zeggen wel negen soorten onderzoekers. De Pioniers bijvoorbeeld, die experimenten doen, en de Handelaren van het Verstand, die experimenten analyseren. En je hebt de Plunderaars, die de geschriften van anderen doorzoeken.

Vandaag jat ik de boel bij elkaar. Al plunderend en rovend haal ik een publicatie van de website van het Centre for Economic Policy Research in Londen. Die is toevallig net een paar weken geleden verschenen. Het stuk heet Austerity and Anarchy – ‘bezuinigingen en sociale onrust in Europa, 1919-2009’. De schrijvers ervan beweren dat bezuinigen aanwijsbaar invloed heeft op de neiging tot muiten in de straten.

Uit de krant haal ik artikelen die het tegenovergestelde beweren – dat althans de recente rooftochten en straatgevechten niets te maken hebben met de economische situatie. Volgens de Britse regering gaat het gewoon om „opportunistische diefstal en geweld – niets meer en niets minder”. Het conservatieve parlementslid Roger Helmer vindt het een goed idee om te schieten op de tieners. Time to get tough. Bring in the Army. Shoot looters and arsonists on site.

Premier Cameron is weliswaar iets milder, maar ziet hij een politiek probleem? Economische aanleidingen? Nee.

Ik aarzel. Zelf heb ik het gevoel dat we in deze economisch onzekere tijden terdege aandacht moeten besteden aan de politieke situatie van de onderklasse, maar net op dat moment komt Karl Marx tevoorschijn uit de boekenkast. Hij gaat in zijn essay De Achttiende Brumaire van Louis Bonaparte fel tekeer tegen het lompenproletariaat dat huishoudt op straat. Met zijn belustheid op geld en geweld zit dit gespuis de werkende klasse danig in de weg. Ze zijn niets dan een stelletje „verlopen en avontuurlijke gedeclasseerde elementen uit de bourgeoisie, vagebonden, ontslagen soldaten, ontslagen tuchthuisboeven, weggelopen galeislaven, oplichters, goochelaars, lazzaroni, zakkenrollers, charlatans, spelers, maquereaus, bordeelhouders, sjouwers, literatoren...”

Ach, ik akelige literator. Straks ga ik, de plunderaar, de weggelopen galeislaaf, nog excuses verzinnen voor mijn vrienden uit het lompenproletariaat. Misschien ben ik zelfs wel lid van dat „decadente commentariaat”. Daarover lees je op Engelse blogs dat het een verbinding is aangegaan met de relschoppers in de achterbuurten. Ze vormen een kongsi van the underworked and the over-flattered. De hardwerkende klasse kijkt met minachting op hen neer.

Nee, natuurlijk niet, van excuses kan geen sprake zijn. Toch wil ik hier aandringen op een voorzichtige omgang met de tuchthuisboeven onder ons. Het doet er helemaal niet toe of ze gelijk hebben met hun oproer. Het doet er niet toe of ze politieke doelen nastreven.

Wat ertoe doet, is dat ze onder ons zijn. Ze staan onder hoogspanning. Dit is op zichzelf een politiek gegeven. Dat vraagt om een politieke benadering. Ik pik een verstandig woord van de socioloog Willem Schinkel uit alle commentaren: „Zijn we blind geworden voor wat nog de betekenis van ‘politiek’ is, als we niet meer zien dat het hier jongeren betreft met veel frustratie en weinig toekomstplannen?”

In feite, zegt de Britse schrijver en onderzoeker Kenan Malik, komt het juist door hun sociale uitsluiting en doordat hun leven al bij voorbaat is mislukt dat de onruststokers van dit moment geen serieus en betekenisvol protest laten horen en dat ze niet verder komen dan een mix van onsamenhangende woede, bendegeweld en loltrapperij. Het echt serieuze politieke probleem van dit moment is dat grote groepen geen gearticuleerde politieke agenda meer hebben.

Het is omdat ze geen stem hebben dat anderen hun daden voor hen interpreteren en de politieke beslissingen voor hen nemen. Zelfs de beslissing om het plunderen van winkels door jongeren louter te benoemen als „opportunistische diefstal” en met een „keiharde rechtsgang” te pareren, is een politieke beslissing – zeker als het plunderen van banken en bedrijven aan de bovenkant van de samenleving wordt beloond met een handdruk.

Hoe je het ook wendt of keert, de grootste economische ellende wordt niet veroorzaakt door oplichters en zakkenrollers, maar door fraude en corruptie in de bovenwereld. Toch stelt geen parlementslid voor om te schieten op bankiers.

Zoals demonstranten in vroeger eeuwen zongen: The law doth punish man or woman / That steals the goose from off the common, / But lets the greater felon loose / That steals the common from the goose.

Nu eeuwenoude sociale conflicten opnieuw aan het begin van dit millennium oplaaien, is negeren niet de beste strategie. Negeer de kansarme jongeren. Leg hun samenscholingsverboden op. Beledig hen. Spreek over hen met dedain. Ze zullen ondergronds gaan. Jaren later, op een moment dat je het niet verwacht, komen ze boven. Als een kolkende massa schuimen ze door de straten, met mestvorken in hun handen.

Je kunt beter op tijd beseffen dat je lot is verbonden met dat van hen.

    • Marjolijn Februari